Bookmark and Share

Preek op 29-07-2018, 17e zondag door het jaar B, diaken Eelke Ligthart

29-07-2018
Home >>

OPENINGSWOORD

Allemaal van harte welkom bij de viering van de H. Eucharistie op de 17e Zondag door het jaar.

Het verhaal van de wonderbare brood vermenigvuldiging, dat we vandaag te horen krijgen, was al door de drie andere evangelisten verteld.

U zult misschien ook wel denken, o ja dat verhaal van die vijf broden en twee vissen en die vijf duizend mannen die daarvan aten en ook nog overhielden.

Vandaar dat Johannes het zich kon veroorloven de betekenis van dit verhaal voor zijn geloofsgemeente van bekeerde Joden verder uit te diepen. Hij wilde vanuit hun traditie en in hun manier van denken op de diepere betekenis van dit wonder wijzen. Dat deed hij door kleine, subtiele details te geven, die naar een heel ander voorval verwijzen.

PREEK 

In de Nederlandse vertaling gaat het over het meer van Galilea, maar in het Grieks staat er 'zee'. Daarmee roept Johannes de situatie van lang geleden op, toen het volk aan de overkant van de zee op het punt stond uit Egypte te vluchten. Daarom ook zegt de evangelist dat het teken gebeurt vlak voor het Joodse paasfeest, het feest van de Uittocht. En toen het volk vertrouwend op God en hun leider Mozes wegtrok, kreeg het onderweg het manna te eten.

Het verhaalt beschrijft hoe Jezus, net zoals Mozes, de berg opging en hoe het volk te eten kreeg, geen manna maar vijf broden en twee vissen. De vijf broden verwijzen naar de vijf boeken van Mozes Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium, en de vis was voor de eerste christenen een bijzonder symbool dat verwees naar Jezus als de Christus.

Al deze verwijzingen kunnen geen toeval zijn. Ze bewijzen enkel maar hoe de evangelist Johannes op een uitzonderlijk creatieve manier met de bekende verhalen over Jezus omging. Dit verhaal van de broodvermenigvuldiging was meer dan 20 jaar bekend en verder verteld. Johannes gebruikt het om de diepere betekenis van Jezus te verhelderen. In de persoon van Jezus, zo wil hij zeggen, maken zijn geloofsgenoten opnieuw de Uittocht mee. Samen herbeleven ze in zijn persoon de trouw en liefde van God. Niet alleen getuigden zijn woorden en daden van Gods grootheid, die werd immers pas helemaal duidelijk door de verrijzenis, toen God ook die laatste negativiteit van de dood wegnam.

Jezus is daarom de herder, die zijn kudde leidt doorheen allerlei gevaren. Niet toevallig staat in de tekst dat Jezus de menigte doet zitten, want er was veel gras. Zoals ook staat in psalm 23,2: 'Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water. Hij geeft mij kracht.'

Zo krijgt voor Johannes dit teken zijn volle betekenis: in Jezus vond de Uittocht zijn voltooiing. Zowel de tocht van de eerste generatie, het bereiken van hun thuisland, maar tegelijkertijd stipt hij het optreden van Jezus aan en zijn overgave aan God in de dood.

Dat alles getuigde van Gods nabijheid. Het moest een riem onder het hart zijn voor de geloofsgemeente, die in die tijd werd vervolgd en naar houvast zocht in haar geloof. Voor hen was Jezus de herder die hen door allerlei teleurstellingen en tegenslagen heen leidde naar goed land, naar een beter leven. In het breken van het brood begroetten ze Hem en voelden ze zich één en verbonden op de moeilijke tocht die ze hadden te maken.

Ook wij lezen dit verhaal maar tegen de achtergrond van vandaag. Voor de kerk als gemeenschap en voor veel zoekende mensen is de situatie niet bepaald geruststellend. Johannes wil niet overdonderen met een magisch verhaal dat, door tegen alle wetten van de natuur in te gaan, de godheid van Jezus zou moeten bewijzen. Hij wil ons niet overdonderen, zo van je zal en je moet, nee zeker niet, maar hij brengt ons terug naar de wortels van zijn traditie en wijst op de uitzonderlijke betekenis van de persoon van Jezus. Zijn rol in het leven van de Israëlieten, maar ook de rol die Jezus speelt in ons leven. Gods grootheid en kracht komt door Hem in ook de mensen van nu nabij.

Zou het toeval zijn dat Johannes daarom in zijn verhaal uitdrukkelijk vermeldt dat een kleine jongen de vijf broden en twee vissen aanbrengt? Zoals die jongen er wellicht wat bedremmeld heeft bijgestaan, zo komen wij vandaag samen rond de tafel en vieren de eucharistie, Gods gave voor de mens, (en breken het brood voor elkaar). Hier speelt zich immers het wonder af van overvloed, van gave, van een onverdiend geschenk van nabijheid en zorg.

De zoekende mens van tegenwoordig kan met dat moment dat Hij hier voor ons is, in contact komen waarop het goddelijke ons wil raken. Geloven is op de eerste plaats het kunnen toelaten van dit aanbod, zich durven overgeven aan een ongrijpbaar moment dat God met ons voorheeft. Licht, vrede. En wie staat er niet bedremmeld of schoorvoetend bij als hij zoiets mag ondergaan? Amen. 

Terug

Commentaren

No comment found

Toevoegen commentaar