Bookmark and Share

Preek op 09-09-2018, 23e zondag door het jaar B, pastoor Frank Domen

22-09-2018
Home >>

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, wij, mensen, zijn vaak genoeg heel blij, maar wij kunnen soms ook heel verdrietig zijn. Mensen, die ons dierbaar zijn, gaan soms verkeerde wegen, of zij zijn ernstig ziek of er dreigt ontslag, terwijl dat volgens andere verstandige mensen, helemaal niet nodig is. Dan voel je je weleens verdrietig of zelfs boos en opstandig.

Vandaag roept de profeet Jesaja ons op om moed te houden en niet bang te zijn. Er komt zeker een dag, dat God alles wat niet eerlijk was, zal rechtzetten. Jesaja spreekt een heerlijk toekomstvisioen uit: blinden zullen zien, doven horen, de lamme zal springen als een hert, het dorstige land wordt één waterbron.

Misschien zijn er ook wel mensen, die ons waar nodig een beetje kunnen helpen.

Laten wij daarom niet bang zijn om onze nood uit te spreken, bij God, bij mensen. Soms merken wij, dat mensen in nood uit schaamte geen beroep op hulp durven doen. Dat is jammer. Want vaak is de hulp er wel. Sprekende mensen zijn te helpen, met grote noden en zeker met kleine. En laten wij ook niet doof zijn voor mensen, die onze hulp inroepen.

Vragen wij eerst vergeving voor de dingen waardoor wij onze relatie met God en de gemeenschap hebben geschaad.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer onze God, alleen zij die niet willen zien, zijn blind; alleen zij die niet willen horen, zijn doof. Wij vragen U: maak ons ontvankelijk voor al het goede, dat Gij door mensen bewerkt, zodat wij van U kunnen getuigen: “Alles heeft Hij welgedaan”. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Broeders en zusters, in de tweede lezing van vandaag is armoede één van de thema’s. Wel, als je op internet opzoekt wat er allemaal tegen de armoede wordt gedaan ... nou, dan zie je, dat er aardig wat mensen zich inspannen voor de armen.

Zo was er op 10 maart van dit jaar in Rotterdam een mars tegen de armoede. Op 17 oktober aanstaande is de internationale Dag tegen de Armoede. En in onze eigen omgeving hebben wij een Platform Armoedebestrijding. En zo is er nog veel en veel meer.

Dit is buitengewoon goed, christelijk, want Jezus heeft gezegd: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan” (Matteüs 25,40).

De tweede lezing van vandaag gaat over onze houding tegenover arme mensen. Wanneer een rijke een samenkomst binnentreedt, wordt hij met alle eer ontvangen en krijgt de beste plaats. Wanneer een arme binnenkomt, wordt hij in een hoekje op de grond weggewerkt.

Zo is inderdaad onze maatschappij. Wie presteert, produceert, heeft aanzien en macht, heeft vele vrienden. Wie ziek, oud en versleten is, telt niet meer zo mee. Op deze mensen wordt soms zelfs bezuinigd! We hoorden onlangs over weer over bezuinigingen op sociale werkplaatsen, over nieuwe wetten, die uiteindelijk weer niet blijken te werken, zodat uiteindelijk minder mensen met een beperking een baan krijgen. Maar juist deze mensen zijn - als ik het zo mag zeggen - “de lievelingen” van onze Heer.

Er wordt veel gedaan voor de armen, maar aan de andere kant ook weer niet. Vorig jaar nog verklaarde het CBS, dat de overheidsschuld daalt, maar dat de schulden van de huishoudens juist iets stijgen. Er zijn wel veel minder werkelozen, en dat is vooral voor de gezinnen heel goed, maar of het nu werkelijk zo goed gaat met Nederland, moreel bijvoorbeeld? De Nederlandse jongeren horen tot de gelukkigsten van de wereld, maar er zijn er bijvoorbeeld die dankzij hun welvaart wel veel zijn meer gaan drinken.

Wanneer komen wij zo ver dat wij niet alleen maar denken in termen van geld en goed? Zo van: als geld en goederen ons land maar binnenstromen, dan gaat het goed? Het gaat een natie goed als de bestuurders en de bewoners een grote liefde tonen voor de armsten, de oudsten, de kleinsten en de zwaksten. Roepen wij Gods zegen over ons land af door steeds rijker en machtiger te worden ... of door de armen en de kleinen te laten delen in onze rijkdom? De armen en de zwakken moeten in ons hart eigenlijk de eerste plaats hebben.

Het evangelie toont ons Jezus Christus, die weldoende rondgaat. En Hij doet het heel bescheiden, want soms verbiedt Hij de mensen te spreken over zijn weldaden.

Wij worden vandaag opgeroepen om ook goed te zijn ... voor iedereen! Om respect te tonen, liefde, voor iedereen. Ook en met name voor de kleinsten en de zwaksten.

De tweede lezing eindigde met de belofte van het eeuwige koninkrijk voor die mensen, die Hem liefhebben. Wij kunnen en moeten Jezus Christus liefhebben in zijn heilig Sacrament, in zijn Woord, maar ook in al zijn kleinen en zwakken. Wie knielt voor het heilig Sacrament, maar zijn medebroeder of -zuster negeert, zal geen beloning krijgen, want in de arme of kleine negeert hij Jezus Christus zelf.

Onderzoeken wij onszelf de komende week. Hoe gedraag ik mij t.o.v. bepaalde mensen waar ik moeite mee heb? Probeer ik er toch aan te denken, dat ook zij geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis? Dat ook zij kinderen van God zijn? Dat wij in de hemel - bij wijze van spreken - misschien wel naast elkaar zullen zitten?

Zo aanstonds mogen wij - als wij ons voldoende waardig weten - Jezus Christus in de heilige Communie ontvangen. Hij komt tot ons met zijn liefde voor de armen en de kleinen. Stellen wij ons voor zijn liefde open. Proberen wij God te herkennen in iedere medemens. Arm of rijk, ziek of gezond, begaafd of niet zo slim. Wij zijn allemaal Gods kinderen.

Doen wij zo terwijl wij nu nog vrijwillig daarvoor kunnen kiezen. Wanneer Maria haar nicht Elisabeth bezoekt, bezingt zij vol vreugde in haar magnificat o.a. de volgende toekomst: “Machtigen zal God omlaag halen van hun troon, rijken zendt Hij heen met lege handen.” Dat zal niet met iedere rijke en machtige gebeuren. Alleen met hem, die de armen en de kleinen niet heeft liefgehad.

Doen wij het, ook al kost het ons misschien bij sommige mensen echt moeite. Ons wacht een wereld van vrede ... nu ... en in Gods wereld een eeuwige beloning. Amen.

Terug

Commentaren

No comment found

Toevoegen commentaar