Bookmark and Share

Preek op 07-10-2018, 27e zondag door het jaar B, pastoor Frank Domen

07-10-2018
Home >>

OPENINGSWOORD (op zaterdagavond)

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom weer, hier in het Huis van God, de God van liefde, eenheid en vrede.

Hoe vaak zijn wij in de loop van ons leven al in de kerk geweest? Als je tien jaar lang iedere zondag trouw naar de kerk bent gegaan, ben je 500 keer in de kerk geweest. Er zijn mensen, die iedere dag gaan. Die zijn dan 3500 keer geweest.

Zo vaak naar school geweest bij Jezus Christus. Dan zou je in die tijd eigenlijk enorm gegroeid moeten zijn in kennis van God. Belangrijker echter is de vraag of die kennis ons heeft doen groeien in de liefde!? Daarover gaat het evangelie. De huwelijksliefde. En hetzelfde kunnen wij zeggen van de liefde van de priester voor God.

Ieder van ons heeft vele kansen gehad om te groeien in kennis en in liefde. Maar zoals wij in onze schooltijd weleens in de bank hebben zitten suffen, zo doen wij dat ook weleens in de kerk. Dan laten wij de genade van God weglopen als een kraan, die men vergeten is dicht te draaien.

Proberen wij vandaag met zoveel mogelijk aandacht de Eucharistie mee te vieren. Wij leven maar één keer. Wij komen later niet nog eens terug in een ander leven om alles dunnetjes over te doen. Er bestaat geen reïncarnatie. Gebruiken wij dit ene leven héél goed. Ons eeuwig geluk en dat van veel andere mensen voor wie we verantwoordelijk zijn, hangt daarvan af.

OPENINGSWOORD (op zondagmorgen)

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom weer, hier in het Huis van God, de God van liefde, eenheid en vrede.

Hoe vaak zijn wij in de loop van ons leven al in de kerk geweest? Als je tien jaar lang iedere zondag trouw naar de kerk bent gegaan, ben je 500 keer in de kerk geweest. Er zijn mensen, die iedere dag gaan. Die zijn dan 3500 keer geweest.

Zo vaak naar school geweest bij Jezus Christus. Dan ben je in die tijd flink gegroeid in kennis van God. Belangrijker is de vraag of die kennis ons heeft doen groeien in de liefde!? Daarover gaat het evangelie. De liefde en de trouw in het huwelijk.

Hoe mooi, dat wij juist vandaag een jubilerend echtpaar in ons midden hebben, een gouden echtpaar, gouden mensen, Henk en Tinie Kauw, 50 jaar getrouwd, van harte welkom! Ook jullie zoon, Jos, die vandaag lector zal zijn.

Eucharistie vieren wil zeggen God danken. Danken voor zijn liefde en de trouw, die zich vooral heeft geuit in de Menswording van zijn Zoon, die voor ons geleden heeft, gestorven is en het belangrijkste: die voor ons verrezen is.

Vandaag willen wij God bijzonder voor de 50 jaar lange liefde en trouw van Henk en Tinie, een echt ‘echtpaar.’ Zij doen heel veel samen, zelfs een deel van hun vrijwilligerswerk. Als Henk als elektricien in de torenkamer zit om van de klokken een en ander te vervangen of te repareren, dan zit Tinie ergens anders. Maar als het parochiële archief weer verder onderzocht wordt, dan doen zij dat samen. Zij zijn grote kenners van Heerhugowaard, zij brengen mensen, die niet zo goed ter been zijn naar de kerk. En als er speciaal afval naar de gemeente weggebracht moet worden zijn ze ook van de partij. Ik neem aan, dat het thuis ook in die geest gaat. Echt mensen, die goud waard zijn. Een en al dienstbaarheid.

Lieve Tinie en Henk, alvast van harte gefeliciteerd met dit prachtige jubileum. Samen willen wij God danken; samen willen wij vragen om zegen voor de toekomst.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Goede God, Gij hebt de hele wereld geschapen tot één wijde ruimte waarin de ene mens de ander nodig heeft om uw liefde te ervaren. Neem uit ons hart de hardheid weg die man en vrouw van elkaar kan vervreemden, die in elke mens uw beeld verduistert. Schenk ons de trouw die niet verbreekt wat Gij verbonden hebt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... . Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Broeders en zusters, het is altijd zo, dat de verschillende lezingen van een zondag iets met elkaar te maken hebben. Vandaag in de eerste lezing horen wij hoe God op een of andere manier het eerste mensenpaar heeft geschapen. Hoe Hij ze voor elkaar heeft bestemd om elkaar van harte lief te hebben. Maar wij weten ook, dat de opdracht van de liefde weleens zwaar valt, vooral na verloop van tijd kán dat gebeuren. En daarom spreekt Jezus in het evangelie over diezelfde liefde: “Wat God ... heeft verbonden mag een mens niet scheiden”.

Als het gaat over menselijke zwakheid, dan is Jezus Christus enorm barmhartig. Wat je ook misdaan hebt, Hij vergeeft het wel als je ook maar een beetje spijt hebt. Hij is daar heel gemakkelijk in.

Maar als wij spreken over de liefde, dan wil Hij wel, dat wij het goed weergeven, want de liefde is niet iets wat God bezit, nee, God ís liefde. Wie over liefde praat, praat vanzelf over God.

Al vóórdat God de aarde schiep, deden de drie goddelijke Personen eigenlijk niets anders als elkaar liefhebben. Hun samenleven bestond - en bestaat nog steeds - uit één voortdurende stroom van liefde en trouw.

Dat wij bestaan, beste medegelovigen, heeft eigenlijk maar één reden: God wil ons laten delen in zijn liefde. En díe liefde mogen wij ook doorgeven aan elkaar. Een liefde zonder einde. Waar liefde is, daar is God in het spel. Dus ... wij moeten altijd liefhebben op Gods manier. Liefhebben ... zonder einde. Een andere liefde bestaat er niet. Iets anders ís eigenlijk geen liefde.

Als het gaat om onze fouten ... “Ach”, zegt Jezus Christus, als Hij een beetje goede wil ziet, “het is vergeven, probeer het maar weer.” Maar als het gaat om de eer van God, zijn Vader, dan worden de puntjes op de ‘i’ gezet.

Jezus Christus geeft toe, dat Mozes het mogelijk heeft gemaakt - zo’n 1200 jaar vóór Christus - een scheidingsbrief op te stellen, maar, zegt Hij: In het begin was het niet zo. Zoals de Vader en de Zoon en de heilige Geest onafscheidelijk bij elkaar horen, zo horen ook man en vrouw bij elkaar. Zoals de Vader en de Zoon en de heilige Geest één God zijn, zo worden de man en de vrouw één vlees. Zij zijn een afspiegeling van de liefde en de eenheid, die er in God is.

Jezus zegt er nog iets belangrijks bij: “Wat Gód verbonden heeft ...” Het zijn dus niet de man en de vrouw, die zich aan elkaar binden, zij wíllen met elkaar verbonden worden, maar het is God, die de verbintenis tot stand brengt. Hij stort de heilige Geest, de Geest van liefde en trouw, uit over bruid en bruidegom. Híj maakt het kunstwerk van de eenheid tussen man en vrouw.

Als je als man en vrouw dat samen zo beleeft, zoals Henk en Tinie dat doen, helemaal in een geest van liefde voor God en voor de mensen, dan kan er weleens gepraat moeten worden, dat is alleen maar goed, maar uiteindelijk kan het nauwelijks misgaan. Dat kun je het 50 jaar, een halve eeuw, samen - niet uithouden, maar - in vreugde volbrengen.

Tussen haakjes, lieve mensen, man en vrouw moeten dan wel echt getrouwd zijn. Soms zien en horen wij een man en een vrouw voor het altaar "Ja, ik wil" zeggen, maar dan worden ze toch niet door God met elkaar verbonden, omdat er bijvoorbeeld bij één van de twee iets niet klopt. Ik heb achteraf weleens gemerkt, dat iemand bedoelde: Ik blijf bij je ... zolang als ik het leuk vind. En dan klopt letterlijk wat mensen weleens zeggen: Ja, maar zo zijn we niet getrouwd! Inderdaad, al hadden die mensen de duurste bruiloft, ze zijn dan niet getrouwd, zelfs niet al zijn er in de tussentijd kinderen gekomen. Met zo'n instelling kan God geen eenheid tot stand brengen. En als het dan misloopt, kan iemand - na een grondig kerkrechtelijk onderzoek - opnieuw voor de kerk trouwen.

Het huwelijksbootje strandt weleens. Dat kan ook gelden voor de liefde, die de priesters en de religieuzen bij hun wijding voor het altaar hebben uitgesproken. Heeft God zijn werk dan niet goed gedaan? Dat gelooft hopenlijk niemand!? Hebben mensen dan een verkeerde keuze gemaakt door met deze partner te trouwen of door priester te worden, terwijl zij eigenlijk niet geroepen waren? Dat zou kunnen! Wij, mensen, zijn soms stellig overtuigd van de juistheid van onze keuze en later blijkt het soms dan toch verkeerd uit te pakken. Dat is heel tragisch.

Ik zei aan het begin, dat de lezingen altijd iets met elkaar te maken hebben. Wel, wij hebben nóg een lezing te bespreken, de tweede, uit de brief aan de Hebreeën. Daarin wordt gesproken over het feit, dat Jezus Christus de mensheid uit lijden en dood heeft gered door er eerst zelf midden in te gaan staan. Zijn liefde bestond hierin, dat Hij naar ons toekwam. Hij daalde als het ware af in de put waarin wij zaten. Zo kreeg Hij deel aan ons lijden, onze dood. Maar toen Hij lijden en dood overwon, gaf Hij ieder, die gelooft de mogelijkheid mét Hem uit de put omhoog te stijgen naar een leven in de liefde van God.

Aan het leven van Jezus Christus zien wij dus, dat echte liefde een zichzelf wegschenkende liefde is. Echte liefde, liefde ten einde toe, vraagt offers, soms grote offers, maar een offer, met liefde gebracht, wordt altijd door God beloond ... op zijn tijd, op zijn wijze.

Soms hebben wij heel grote dingen aan God te vragen: dat er - bijvoorbeeld - méér geloof en liefde in het gezin, in de familie, mag komen. Is dat niet de moeite van een offer waard!? En als wij dan zo’n offer brengen, moeten wij ook vertrouwen. Het is niet voor niets, dat Jezus Christus in het evangelie van vandaag van het onderwerp van de huwelijkstrouw overstapt op hoe de kinderen zijn: “Wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind”, zegt Jezus Christus, “zal er zeker niet binnengaan”. Soms kun je echt lijden onder wat er binnen je eigen gezin of binnen de familie gebeurt of in de grote wereld. Dan vraagt God ons om net als zijn Zoon te offeren én om te vertrouwen als een kind.

Vragen wij God, dat wij op voorspraak van onze hemelse Moeder altijd Gods wil mogen vervullen, dat wij vanuit Jezus’ liefde steeds vaker het goede doen, voor God en voor elkaar. Amen.

Terug

Commentaren

No comment found

Toevoegen commentaar