Bookmark and Share

eenentwintigste week door het jaar 2, woensdag

eerste lezing (2 Tess. 3, 6-10.16-18)

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica.
Broeders en zusters, wij bevelen u in de Naam van de Heer Jezus Christus, iedere broeder te mijden, die arbeid schuwt en niet leeft volgens de overlevering, die gij van ons hebt ontvangen. Hoe gij ons moet navolgen is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood om niet gegeten. Dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite om niemand van u tot last te zijn. Niet dat wij er geen recht toe hebben, maar wij wilden een voorbeeld geven ter navolging. Ook toen wij bij u waren, hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. De Heer van de vrede, Hij geve u de vrede, altijd en op allerlei wijzen. De Heer zij met u allen. Deze groet schrijf ik, Paulus, met eigen hand. Dit is een waarmerk in elke brief. Zo is mijn handschrift. De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 128/127)

Refrein:
Gelukkig die godvrezend zijt.

Gelukkig die godvrezend zijt, de weg des Heren gaat. Ge zult de vrucht van eigen arbeid eten, tevreden en voorspoedig zult ge zijn.

Ja, zo wordt elke man gezegend, die eer geeft aan de Heer. U zegene de Heer uit Sion; moogt gij Jeruzalem welvarend zien zolang uw dagen duren.

vers voor het evangelie (Mt. 11, 25)

Alleluia. Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kinderen. Alleluia.

evangelie (Mt. 23, 27-32)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd sprak Jezus: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij lijkt op gekalkte graven, die er van buiten wel mooi uitzien, maar van binnen vol zijn met doodsbeenderen en allerhande onreinheid. Zo ziet ook gij van buiten er voor de mensen wel uit als heiligen, maar van binnen zijt gij vol huichelarij en ongerechtigheid. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij bouwt de graven van profeten en versiert de grafmonumenten van heiligen en gij zegt: Als wij geleefd hadden in de tijd van onze vaderen, zouden wij niet medeplichtig geweest zijn aan de moord op de profeten! Gij getuigt dus tegen uzelf, dat gij zonen zijt van profetenmoordenaars. Nu dan, maakt gij de maat van uw vaderen maar vol!”
Woord van de Heer.
Wij danken God.