Bookmark and Share

Pinksteren - Johannes 20,19-23

Pasen en Pinksteren zijn twee hoogfeesten van het kerkelijk jaar. Ze worden in één adem genoemd.

Wij vieren Pasen, zeggen wij. Wij vieren Pinksteren. Maar wij zeggen ook: met Pasen vieren wij - en dan wordt ingevuld - de verrijzenis van Jezus. Met Pinksteren vieren wij de komst van de Heilige Geest. Pasen en Pinksteren zijn niet alleen liturgische hoogfeesten, maar ook en in de eerste plaats kernrealiteiten van het christendom, basisgegevens van ons geloof. 

Wij vieren Pasen en Pinksteren, wij maken er hoogfeesten van, omdat de realiteiten zó belangrijk zijn in ons geloofsleven en omdat wij op die manier - al feestvierend - er gestalte en kleur aan kunnen geven, zodat die ongrijpbare werkelijkheden toch binnen het bereik vallen van ons voorstellings- en begripsvermogen.

Met Pasen vieren wij dat de Heer waarlijk is opgestaan; met Pinksteren vieren wij dat de Heilige Geest is neergedaald: twee kernfeiten van ons christendom. Of beter; twee aspecten van de ene grote geloofsrealiteit.

Het mysterie van het geloof, zeggen wij, niet omdat het voor ons geheimgehouden is en vreemd gebleven - integendeel, het is ons meegedeeld, wij nemen eraan deel - maar omdat het zo alomvattend is als het leven zelf. De topmomenten van dit mysterie naast Kerstmis, feit en feest van de menswording - noemen wij in één adem: Pasen en Pinksteren.

Noch Pasen noch Pinksteren is als feest van christelijke origine. Net als Pasen bestond het pinksterfeest reeds. Pinksteren is niet ontstaan bij het komen van de Geest. Integendeel, de Geest kwam op de dag dat Pinksteren gevierd werd, zegt de eerste zin van de lezing uit de Handelingen. Bij de Israëlieten bestonden beide feesten met hun eigen joodse inhoud en betekenis. Jezus heeft ze als dusdanig gekend en gevierd; de apostelen hebben ze zó gevierd.

In het begin waren het allebei oogstfeesten. Israël deed wat vele oude culturen deden: feestvieren vanwege de oogst.

Ook de oogst is één belangrijke levensrealiteit met twee aspecten. Het eerste aspect is het verschijnen van de eerstelingen van de oogst. Het tweede aspect, een tijdje later, betreft de volle oogst. Het eerste betreft de geboorte van nieuw leven in de natuur; het tweede betreft datzelfde leven dat is uitgegroeid, dat is volgroeid.

Het paasfeest werd dus gevierd bij het oogsten van de eerstelingen. Ze werden aan de Schepper geofferd; en in dit rituele gebaar wijdde men de hele oogst toe aan de Gever van alle goeds.

Zeven weken van zeven dagen later, als de oogst al heel wat verder stond, op de vijftigste dag, pinksterdag, vierde Israël het zevenwekenfeest, het feest van de bekroning, van de vervulling: als logisch vervolg op en als afsluiting van het eerste feest, het feest van de eerste dag, paasdag.

Pasen was het feit en het feest van de nieuwe oogst, van het nieuwe leven. Pinksteren was het feit en het feest van de volle oogst, het volle leven, het slotfeest van de voltooiing.

Al vlug heeft het uitverkoren volk aan zijn agrarische feesten, die het als landbouwbevolking vierde in het beloofde land van Kanaän, de heilsfeiten van zijn geschiedenis verbonden.

Pasen, het feest van de nieuwe oogst, werd ook de gedachtenisviering van de redding uit het slavenland Egypte en de doortocht door de Rode Zee. Pasen was nu feest van de bevrijding, van het heil dat vanwege de Heer aan het volk te beurt is gevallen.

Het heeft een tijd geduurd vooraleer ook het zevenwekenfeest tot deze boogvlakte werd opgetild, als de herdenkingsdag van de verbondssluiting op de Sinaï en de afkondiging van de Thora van tien geboden. Zo werd ook in heilshistorische zin, Pinksteren het slotfeest, het feest van de voltooiing van het heil.

De geschiedenis van een volk vertoont - waar ook ter wereld en in welke tijd dan ook - bepaalde constanten. Tot een van deze steeds weerkerende gegevens behoort de bevrijding van vreemde overheersing.

Een volk wordt geboren, wanneer het soeverein en onafhankelijk wordt. In de historie van de natie onthoudt en gedenkt men de dag van de onafhankelijkheidsverklaring. Het wordt de nationale feestdag.

Maar na het verwerven van de onafhankelijkheid moet het nieuwe land zichzelf organiseren, zich een levenskader scheppen waarin de duur bevochten vrijheid duur-zaam wordt. Grondwet heet dit, met als onvervreemdbare kern: het recht op vrijheid van individu en gemeenschap.

Het ene en het andere, soevereiniteit en grondwet kun je niet los zien van elkaar; het zijn twee facetten van één realiteit. Het tweede is de bevestiging, de uitwerking, de voltooiing van het eerste.

Voor het volk Israël is die ene werkelijkheid het woord van de Heer: 'Ik ben uw God; gij zult mijn volk zijn.' Voor Israël is het eerste aspect Pasen, feit en feest van bevrijding waardoor het volk zichzelf werd. Het tweede aspect is Pinksteren, feit en feest van de Thora, afgekondigd op de Sinaï: de vrijheidskeuze die de eigenheid van het volk is komen bevestigen. Twee feesten in één adem genoemd als twee onafscheidelijke aspecten van één realiteit: de eerste dag en de vijftigste dag als het slotfeest, de bekrachtiging van de eerste.

Onze christelijke hoogfeesten zijn dus niet uit de lucht komen vallen. Ze hebben hun wortels in vruchtbare grond. Ze steunen op een stevige bodem. En toch zijn ze helemaal nieuw en helemaal zichzelf.

Voor ons christelijk geloven en beleven heet het in één adem uitgesproken: de Heer is waarlijk opgestaan! Feit en feest van definitieve verlossing, bevrijding uit de slavernij van zonde en dood, nieuw leven, vrijheid ten leven, vrijheid voor het leven.

En: zij werden vervuld van de Heilige Geest! Feit en feest van de nieuwe christelijke grondwet, het manifest van de kerk, de universele verklaring van de rechten van de mens, kind van God, de vrijheid van de christen, tempel van de Geest.

Zij werden vervuld van de Heilige Geest, zij aan wie de Heer op Pasen had gezegd: ontvang de Heilige Geest.

Met Pasen staat de christen verblijd en verbijsterd, verwonderd en vol bewondering toe te kijken hoe in Jezus alles is vervuld, hoe in de Heer volheid van leven gestalte heeft gekregen. Met Pinksteren is deze verwondering zó tot de christen doorgedrongen dat ze wel naar de andere kant móet overslaan. Zelf vervuld van de volheid, vervuld van de Geest, vol 'in-geademd' begonnen zij nu 'uit-te-ademen', te spreken van Gods grote daden.

De grondwet van het christendom is de dankzegging en de lofprijzing.

Sta je met Pasen sprakeloos over Gods goedheid, over Jezus' mensenliefde, over de levenskracht van de Geest, dan kan er met Pinksteren geen sprakeloosheid meer zijn; dan moet je het woord nemen, en zeggen en roepen: Jezus is de Heer! En elkander toewensen: de vrede van de Heer, de vergeving van de Heer!

De grondwet van het christendom is vrede en barmhartigheid.

De in-ademing van Pasen wordt de uit-ademing van Pinksteren. Het doopsel van de wedergeboorte is vervuld tot het vormsel van het getuigenis.

De liefde is vervuld van trouw. Pinksteren is als de trouwdag van wie met Pasen hun grote liefde hebben ontdekt. De roeping is vervuld tot toewijding. Pinksteren is als de wijdingsdag van wie met Pasen ervaren heeft geroepen te zijn.

De grondwet van het christendom is het getuigenis, de trouw, de toewijding.

De vrijheidskeuze van ons geloof bestaat uit de lofzang en de caritas.

Kom, Heilige Geest. Grif in ons hart de grondwet van ons geloof.

Doe ons zeggen 'Abba, Vader' en breng ons alles in herinnering wat Jezus gezegd heeft en ons heeft voorgeleefd.