Bookmark and Share

Tweede zondag door het jaar B - Johannes 1, 35-42

Zoals in de A-cyclus het Matteüs- en in de C-cyclus het Lucasevangelie, zo wordt in cyclus B vooral het Marcusevangelie voorgelezen. Deze continuïteitsregel is gelukkig niet al te strikt, zodat ook Johannes geregeld aan bod kan komen, zo bijvoorbeeld vandaag.

Op deze tweede zondag door het jaar wordt in jaar A en B gelezen uit het eerste hoofdstuk van Johannes; in jaar C uit hoofdstuk 2, het verhaal van de bruiloft te Kana. Andere fragmenten uit hetzelfde eerste hoofdstuk van vandaag komen elders voor: in de advent als het over de voorloper gaat, en op kerstdag, met name de grote Proloog.

De Proloog, het woord zegt het zelf, is de majestueuze inleiding op het hele geschrift. In den beginne was het Woord. In groot contrast met de synoptici is dit geen kerstverhaal over de geboorte. Het vierde evangelie valt met de deur in huis met een stuk onvervalste toptheologie over de menswording Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd. Maar dan schakelt de auteur plots over naar een eenvoudige verhaalstijl. Om de halve bladzijde staat de aanduiding 'de volgende dag'. Niet dat we dit als een strikte datering moeten begrijpen, maar het geeft wel duidelijk aan dat het om een verhaal gaat, een relaas van gebeurtenissen. 

Eerst gaat het over Johannes de Doper. Voor een stuk komt het vierde evangelie hierin overeen met de synoptici. De evangelist Johannles echter gewaagt niet van zijn naamgenoot de Doper als asceet en onheilsprofeet, zoals zijn collega's het doen, of als boeteprediker, als heraut van het nabije Rijk. Naar Jezus' Doopsel, dat dan al voorbij is, wordt enkel maar verwezen; er wordt geen verslag over uitgebracht. Dat alles is als bekend verondersteld. De volle nadruk ligt op wat de auteur noemt: het 'getuigenis' van de Doper.

'Dit is het getuigenis van Johannes', zo luidt het eerste vers na de Proloog. En dit getuigenis valt uiteen in drie opeenvolgende 'dagen'. De eerste dag getuigt de Doper voor de joden en de officiële vertegenwoordigers (cfr. het evangelie van de derde adventszondag). De tweede dag getuigt hij voor een grote groep eigen leerlingen (cfr. de tweede zondag door het jaar van cyclus A). De derde dag - vandaag - voor twee van die leerlingen.

De eerste dag zegt Johannes tot de joden dat het niet om hem te doen is. 'Niet ik ben het... Na mij komt die groter is dan ik... Midden onder u staat Hij, maar gij kent Hem niet.'

De tweede dag zegt Johannes tot zijn leerlingen, terwijl hij hun de voorbijtrekkende Jezus aanwijst, twee dingen. Ten eerste: 'Zie het Lam Gods, Hij is het die de zonden van de wereld draagt.' Ten tweede: 'Ik heb de Geest op Hem zien rusten. 'Dat was bij Jezus' Doop. De drager van de zondelast is dus tegelijk de drager van Gods Geest. Daarom besluit de Doper zijn getuigenis met: 'Deze is de Zoon van God.'

De derde dag hoeft er niets meer aan te worden toegevoegd. Gewoon de herhaling van de woorden: 'Zie het Lam van God', is voor de twee aanwezige leerlingen voldoende duidelijk als uitnodiging om Hem een keer achterna te gaan.

Met het begin van het dagevangelie is meteen de overgang gemaakt naar het tweede deel van het verhaal na de Proloog. Het handelt over de eerste leerlingen van de Heer Jezus. Vaak staat hier als ondertitel bij: de 'roeping' van de eerste leerlingen. Je kunt je terecht afvragen of 'roeping' geen té zwaar woord is voor de simpele dingen, hier verteld.

Het komt erop neer dat de evangelist zich de start van zijn eigen roeping goed herinnert als een heel gewone ontmoeting tussen mensen die vriendschap sluiten. Die zal weliswaar uitgroeien tot een vriendschap voor het leven.

Bij het verhaal over de Doper wezen wij op de verschillen tussen Johannes en de synoptici.Wat de eerste leerlingen betreft, valt op dat de synoptici de roeping van de twaalf later situeren en alle initiatief bij Jezus plaatsen. Hier, in het vierde evangelie, ligt het initiatief bij de anderen: bij de Doper, bij de leerlingen zelf; en slechts naar het einde toe bij Jezus.

Johannes vertelt het gebeuren zonder veel uitweidingen of details. Enkel de hoofdzaken komen aan bod. Het is een heel eenvoudig relaas over de kennismaking en eerste ontmoeting van enkele leerlingen met hun nieuwe Rabbi: over het mens geworden Woord van God dat zijn eerste mensenvriendschappen sluit. Het kan moeilijk anders dan dat wij er onszelf en onze eigen ontmoeting met de Heer in herkennen of zoeken te herkennen; en tegelijk daarmee de waarden en voorwaarden van elke waarachtige ontmoeting en vriendschap onder mensen. Het geheel is één groot crescendo. Zeven elkaar opvolgende stappen leiden ons telkens een eindje verder op de ene weg van kennismaking naar vriendschap en liefde toe.

De eerste stap doet iemand anders voor ons. Er is steeds wel iemand om ons op weg te helpen, iemand die ons doorverwijst. Zomaar uit jezelf gebeurt het niet. Wie is mijn Johannes de Doper geweest? Voor wie behoor of mag ik een Johannes de Doper zijn?

De tweede stap moet je wél zelf zetten. Die doet niemand in jouw plaats. 'De twee leerlingen gingen Jezus achterna.' Je moet erachteraan gaan. Niemand vindt zijn weg met gewoon maar te blijven zitten wachten en met nietsdoen. Iedereen moet een keer in beweging komen, het veilige nest durven te verlaten, op zoek gaan, het risico durven te nemen van het onbekende.

De derde stap is die van de eerste schuchtere kennismaking. Zachtjesaan, en niet te hard van stapel lopen met een hoop vraag- en uitroeptekens. Kan de eerste dialoog eenvoudiger en waarachtiger dan 'waar woon je?' en 'kom maar eens kijken'? De twee zinnetjes zijn noodzakelijk; méér dan dat is algauw te veel. Let wel dat voor kennismaking en ontmoeting de ene plaats beter geschikt is dan de andere. Voor de kennismaking met Onze-Lieve-Heer is er uiteraard geen betere plaats dan zijn eigen huis.

De vierde stap is die van de eerste avond samen, veelal in stilzwijgendheid doorgebracht: wat foto's kijken, wat anekdotes vertellen, maar geen grote discussie of gedachtewisselingen. Daar is het nog altijd te vroeg voor. Wel: een eerste moment van intimiteit. En dat kan niet een-twee-drie. Dat vraagt de nodige tijd.Je moet er enkele uren voor uittrekken, een hele avond tot een stuk in de nacht. 'Die dagen bleven ze bij Hem,' zegt het verhaal.

De vijfde stap is er een naar de anderen toe. Zo'n ontmoeting, daar maak je geen geheim van, zeker niet voor de intiemere kennissenkring. Die wil je laten delen in je grote ontdekking. Meer nog: je wilt hen er zelf ook bij betrekken, je trekt hen mee. Roeping is nooit een individuele zaak. Roeping heeft steeds een gemeenschapsaspect en -dimensie.

Wat de leerlingen betreft, stapt het verhaal nu over van Andreas naar Petrus. Het initiatief wordt verlegd van Andreas tot bij Jezus zelf. 

De zesde stap is de stap van de liefdesverklaring. Die komt eerst van één kant uit. 'Gij zijt Simon, zoon van Johannes,' zegt Jezus. Ik ken je, want Ik noem je bij naam en toenaam. Maar jij moet dan dit aanbod meteen met beide handen aangrijpen: vanaf nu leven vanuit het besef dat je erbij hoort, in de binnenkring van de echte vrienden. De zesde stap is de stap naar binnen, naar de diepte van het hart. Slechts van daaruit kun je de zevende stap zetten: naar buiten toe, wereldwijd.

Aan de koosnaam van de liefde wordt nu onmiddellijk de roepstem verbonden van het vertrouwen en de zending. Simon, Ik houd van je. Petrus, Ik heb je nodig: om op jou te kunnen bouwen als op een steenrotsvast fundament. De zesde stap is: leven vanuit het gelovige inzicht dat God je in zijn hart sluit, dat Jezus van je houdt.

De zevende stap, de laatste, is: leven vanuit het gelovige besef dat God jou nodig heeft.

Als je Mij bemint, wees dan een Rots waarop mijn vrienden stevig staan. Zo staat het aan het begin van het evangelie.

Als je Mij bemint, weid dan mijn schapen, wees dan mijn Herder bij wie al de mijnen tederheid en bescherming vinden. Zo eindigt het vierde evangelie.

Op de laatste bladzijde van het Boek wordt de eerste helemaal duidelijk, wordt helemaal duidelijk wat 'roeping' is: in vriendschap en liefde met de Heer verbonden, de getuige zijn van zijn verrijzenis.