Bookmark and Share

Vijftiende zondag door het jaar B - Marcus 7, 7-13

Deze vijftiende zondag door het jaar is meestal de eerste of tweede zondag van de maand juli en dus meteen van de grote vakantie.

Vakantie! 0, zalige tijd om bevrijd van strakke dagpatronen en weekschema's, even uit de sleur te stappen van onze gewone bezigheden en op die manier weer op het spoor te geraken van en gestalte te geven aan die mooiste van alle mensendromen die vrijheid heet.

Als in die tijd alles vakantie in- en uitademt, doen wij dan het evangelie - van 'in die tijd' - niet groot geweld aan, indien wij precies het fragment van vandaag lezen en beluisteren als een reeks aanbevelingen voor de naderende vakantiereis?

Zou het onmogelijk ver van de realiteit af zijn, als wij even veronderstellen dat de Heer Jezus aan zijn leerlingen na een eerste periode van overvloedig onderricht, van intense kennismaking met de Blijde Boodschap, even een korte rustperiode gunt en voorschrijft?

Hij riep hen bij zich en zond hen uit. Er staat niet bij waarheen of waarom of waartoe. Dus veronderstellen wij maar even: op een korte vakantietrip in de omgeving. 

En dan komt het.

Ten eerste: Hij zond hen uit, twee aan twee. Op vakantie gaan we niet alleen. Dat doen we liefst en best met enkele uitgelezen goede vrienden. Dit is essentieel om ervan te genieten: van de vakantie én van de vriendschap. De vakantie kan er niet buiten, de vriendschap evenmin. Samen uit, samen thuis.

Ten tweede: Hij gaf hun macht over boze geesten. Wat zijn onze boze geesten? Dat zijn onze overdreven zorg en kommer, onze voortdurende berekening en ons eeuwig gepieker, ons eendere 'zuchten': eer-zucht, heers-zucht, heb-zucht... Van dat alles moeten we af. Dat moet van ons af voor de vakantie en door de vakantie. En in de plaats daarvan moet komen: vrije kommerloosheid, ongestoorde zorgeloosheid. In plaats van zuchten: open luchten. In plaats van eng gezucht: een open 'ver'-gezicht Hij gaf hun macht over onreine geesten.

En zo gaat het verder. Hij verbood hun van alles mee te nemen voor onderweg: geen voedsel, geen reiszak, geen geld. Alleen een wandelstok, en sandalen, dat mocht ook wel. Maar geen dubbele kleding alsjeblieft. Dat wil zeggen: houd je bagage beperkt, want daar zit het hem niet in. Voor sommige mensen zijn vakantie en bagage synoniem. Bij sommige mensen krijg je de indruk dat zij het succes van hun vakantie bij voorbaat afwegen aan het aantal koffers dat ze meesleuren. En dan inderdaad: sleuren maar. Neen, juist andersom: laat alsjeblieft je kleerkast thuis. Al dat extra moois en duurs, het maakt je zo log en onbeweeglijk. Sandaaltjes en een hemd met korte mouwen, op voorwaarde natuurlijk dat je tegen de zon kunt.

En dan is er nog het budget, de portemonnee. Geen geld, zegt Jezus. Dat wil zeggen: het hoogstnodige om van te leven en om ervan te kunnen genieten. Maar houd ook dat beperkt, want het wordt vlug te veel. En dan is het wéér iets waar je jezelf aan vastkluistert: voorwerp van kommer en zorg en gepieker. En dat moesten wij toch juist kwijt.

Als je ergens een huis binnengaat, blijf daar tot je weer afreist. Dat wil zeggen: neem de tijd voor mensen. Maak tijd voor ontmoetingen. Vlucht niet voortdurend van de ene plek naar de andere om je persoonlijk record aan kilometers van vorig jaar te verbeteren. Geniet van de gastvrijheid die je aangeboden wordt. Anderzijds moet je niet in de val lopen van eindeloos lange gesprekken en zinloze discussies. Als je ergens niet welkom bent, ga dan wat verderop; daar lukt het wel. Of ook: dring je niet op aan mensen die je gezelschap niet accepteren of appreciëren.

Een hele reeks kostbare aanbevelingen inderdaad voor mensen die op vakantie gaan. Wij kunnen ze zonder meer ter harte nemen voor het welslagen van onze eigen vakantie. Maar uiteraard weten wij goed dat het evangelie van Jezus Christus uiteindelijk toch wel wat meer of wat anders bedoelt en wat meer te betekenen heeft dan alleen maar dit.

'Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren. Zij dreven veel duivels uit, zalfden vele zieken met olie en genazen hen.'

Moeten wij dan allemaal gaan prediken, als wij op vakantie gaan? Ik wou anders net eens even van het preken af...

Wél kunnen wij het zo verstaan dat wie door Jezus gezonden wordt, waarheen of waartoe of waarom dan ook, de leerling, de apostel, ieder die geroepen wordt - en dat zijn wij ergens allemaal - leven en werken, dienen en getuigen moet met wat je gerust mag noemen een voortdurende en overvloedige vakantiementaliteit.

Twee aan twee zond Hij hen uit. Verkondiging én dienstbaarheid zijn een zaak van gemeenzaamheid. Geloven én getuigen voor je geloof zijn geen privézaak zonder meer. Door elkaar worden wij gelovig, meer gelovig of minder gelovig, want geloof is gebouwd op liefde, en daar zijn er twee voor nodig.

Hij gaf hun macht over de onreine geesten. Hij schonk hun bovendien Heilige Geest. De vrijheid, de zorgeloosheid, de kommerloosheid van de gezonde, van de geroepene, van de christen: het nodige zelfvertrouwen dat je Heilige Geest kunt noemen, omdat het niet steunt op je redenaarstalent of schranderheid, je deugdzaamheid of aanleg, maar op kinderlijk en onbegrensd vertrouwen in de nabijheid en de kracht van Hem die je geroepen en gezonden heeft.

Ook hier gelden eenvoud en rechtlijnigheid als motto: het niet te ver gaan zoeken in extravagante of buitengewone dingen. Gecompliceerde religieuze organisaties en praktijken zijn altijd een beetje verdacht. Edelmoedigheid én ingetogenheid zijn steeds even gewoon als gratuit.

Ook hier geldt: tijd nemen voor mensen, zoveel tijd als van je gevraagd wordt. Dat is niet: oeverloos gaan argumenteren en discussiëren, of je opdringen als een deur niet of nog niet opengaat of openblijft.
De gezondene, de geroepene met de mentaliteit van de vakantieganger! De christen levenslang op vakantie. Want het woord vacant betekent letterlijk vertaald: open en vrij. Niet vrij om te doen en te laten wat ons hartje maar belieft, maar vrij zijn van al wat ons kan weerhouden of belemmeren van ten dienste te staan. Tot vrijheid worden wij geroepen. Tot vrijheid worden wij gezonden.

Zo gezien is vakantie in de enge en strikte zin van het woord ook een welkome en onmisbare zaak voor leerlingen en apostelen, voor christenen, voor gelovigen. Als dusdanig hebben wij de vakantie broodnodig als een oefening in die mentaliteit, een stage in saamhorigheid, een proefperiode in vrijheid. Het is een unieke kans om de smaak van vele goede dingen des levens nieuw te ervaren, om er opnieuw smaak in te krijgen; een unieke gelegenheid om tekenen van hoop en toekomst opnieuw te ontdekken en te ondervinden. Zodoende zijn wij daarna ook zelf weer met een nieuw elan - een nieuwe Geest - een teken van hoop en toekomst.

'Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren Zij dreven veel duivels uit, zalfden vele zieken met olie en genazen hen.'