Bookmark and Share

Eerste zondag van de advent - Marcus 13, 33-37

Wees waakzaam. Zo staat het kort en krachtig in het zondagsevangelie: in het begin, halverwege en aan het einde. Waakzaamheid is een kernbegrip van de advent. Het is een kernbegrip van de liturgie, van het geloof, van herleven.

De advent is de liturgische tijd bij uitstek van verwachting en waakzaamheid: verwachting van Gods naderende komst, het kerstfeest binnenkort, maar ook het onopvallende kerstgebeuren van iedere dag; en waakzaamheid voor Gods onverwachte komen: Jezus, het mens geworden Woord, maar ook de minste van de zijnen die onze weg kruist.

Maar waakzaamheid beperkt zich niet tot een advent van enkele zondagen.

Waakzaamheid is een kernmerk van heel de liturgie, zoals liturgie vieren een zaak van waakzaamheid is. Het woord staat niet enkel in het begin, maar ook aan het einde van het evangelie. Het gaat niet enkel over waakzaamheid op de eerste zondag van de advent, maar ook op de laatste zondagen door het jaar: advent én parousie, komst én wederkomst, toekomst in de volle zin. Zo wordt de kring gesloten, de kerkelijke 'jaar'-kring. Dezelfde term staat ook nog in het midden van de evangelielezing: centraal. Wij gedenken de daden des Heren, telkens als wij samenkomen: totdat Hij komt. Telkens als christenen samenkomen, herhalen zij de oude formulering - en sta mij toe ze voor de gelegenheid in het Latijn te citeren: 'Sicut erat in principio et nunc et semper et in saecula saeculorum.'

Waakzaamheid is een kenmerk van geloof, zoals geloven een zaak van waakzaamheid is. Geloven is geen statisch gegeven van weten en belijden wat niet te weten is. Geloven is pure dynamiek van ontmoeting naar ontmoeting toe. Iets - het Rijk noemen wij het - is op komst. Iemand - de  Heer noemen wij Hem - is op komst. Geloof is steeds adventsgeloof van toe-komst: a-venir.

Waakzaamheid is een kenmerk van leven, zoals leven een zaak van waakzaamheid is. Waakzaamheid is een existentiële kwestie, een kwestie van leven of dood. De plaats en het ogenblik van de ultieme ontmoeting heten ook het uur van onze dood. Uit dat besef moet je de nodige conclusies trekken voor je leven, voor je manier van leven.

Laat ons zomaar wat doen, laat ons maar 'niets' doen, zeggen sommigen; want er is toch niets aan te doen. Laat ons volop leven, zeggen waakzame mensen: ieder moment dat ons wordt geschonken, als ware het hét moment van de kans, de enige van heel ons leven misschien. En zit je dan niet af te vragen: Is dit het moment wel? Is dit de kans? Maar stel je voortdurend de vraag: waar ligt in dit moment de kans? Wees waakzaam.

Het evangelie vertelt verder dat waakzaamheid iets te maken heeft met rolverdeling onder mensen: nodig en goed, al was het maar om niet overspannen te raken. Als de Heer op reis vertrekt, heeft Hij zijn beheerders aangesteld, hun taken verdeeld, en er eentje uitgekozen als deurwachter, huisbewaarder. Die moet waakzaam zijn. Dat wil zeggen: die moet uiteraard zelf wakker blijven, maar die staat er ook voor in zo nodig en desgevallend de anderen wakker te maken, wakker te houden.

Ieder van ons zal op bepaalde ogenblikken hiertoe geroepen zijn. Maar een aantal onder ons heeft meer in het bijzonder deze specifieke opdracht: opvoeders, maatschappelijk werkers, ziekenverzorgers, priesters, kloosterlingen. Een abdij kun je met goed recht een wachthuis van de kerk noemen waar monniken of monialen gespecialiseerde huisbewaarders zijn, spirituele wekkers.

Ten slotte opent de tweede lezing van deze zondag (1 Kor 1,3-9) nog een andere gedachtegang, namelijk dat waakzaamheid iets te maken heeft met vraag en aanbod.

Het gaat niet alleen over ons attent en alert zijn voor wat er van ons gevraagd wordt, wat er door ons te doen valt, door ons te geven is. Dat wordt vooral in het evangelie benadrukt. Maar het gaat evenzeer over waakzaamheid voor wat er ons - door de Heer - gegeven, aangeboden wordt, wat er te krijgen is. Paulus zegt dat wij rijkelijk begiftigd zijn met alle gaven van woord en kennis en dat wij niets tekortkomen: alles wordt ons gegeven, als wij vol verwachting uitzien naar Jezus Christus, naar zijn
komst, zijn openbaring.

Oog hebben voor wat er te krijgen en voor wat er te geven is. Oor hebben voor wat van ons gevraagd en voor wat ons aangeboden wordt. De twee moeten streven naar een goed onderling evenwicht, zodat het reservoir enerzijds niet dreigt te barsten, anderzijds niet dreigt uit te drogen. Waakzaam zijn is zien en horen hoeveel nood er is, maar ook hoeveel goed er is.

Mensen zien zich ogenschijnlijk voor een levensgroot dilemma geplaatst. Van de ene kant: hoe kun je gelukkig zijn, zolang ook maar één iemand nood lijdt? Dus nooit? Van de andere kant: hoe kun je nood lenigen, als je zelf niet gelukkig bent? Dus nooit?

Het antwoord is te vinden bij de dubbelgerichte waakzaamheid: tegelijk voor wat je aangeboden en voor wat je gevraagd wordt. En de advent is de vruchtbare tijd om je in die waakzaamheid te oefenen, zodat met Kerstmis het geluk van je afstraalt, omdat je - hier of daar - de een of de andere - een beetje - gelukkig hebt gemaakt.