Bookmark and Share

Zevende zondag door het jaar A - Matteüs 5, 38-48

De beeldspraak die in dit stukje evangelie gebruikt wordt, is zo plastisch dat mensen van nu er geen moeite mee hebben ze te blijven hanteren. Oog om oog, tand om tand. Wij kunnen ons goed voorstellen wat daarmee bedoeld wordt. Het klinkt zo lekker barbaars dat het in ons moderne taalgebruik een humoristische ondertoon gekregen heeft. Want dat doen beschaafde mensen die wij zijn, toch allang niet meer. Dat is toch geen maatstaf meer van menselijke relaties nu.

Daartegenover staat het al even plastische maar onmogelijk naïeve voorstel van Jezus: laat je zomaar - weerloos - weerstandloos - slaan! Dat doen logisch redenerende mensen toch niet. Terugslaan is toch een reflex: een ingebouwde natuurlijke reactie. Zelfverdediging is toch een vanzelfsprekend menselijk recht; assertiviteit een moderne emancipatieplicht.

Oog om oog, tand om tand... barbaars, voorbij, geen maatstaf meer van menselijke relaties nú?

Voor Jezus' tijd was het anders al heel wat, al heel wat beter dan wat daarvóór gold: de dood als logische en enige wraak voor alles waarmee de ander mij ook maar enigszins stoort of verstoort. Het was dus al een opmerkelijk geciviliseerde gewoonte om zich te beperken in de vergelding of de wraakneming door bij je belager nooit één tand méér uit te slaan dan hij bij jou had gedaan.

Voor Jezus' tijd... en daarna? En nu? Zijn mensen, zijn wij wel degelijk zo ver dat wij ons kunnen beperken in onze wraak, in onze wrok, in onze haat, in onze zogeheten rechtmatige eis van vergelding en vergoeding?

Uiteraard zijn wij dat, zeggen wij, want het is gewoonweg zo bij de wet voorzien: oog om oog, tand om tand. Niet meer met die woorden, niet met zoveel of liever met zo weinig woorden. Maar onze samenleving blijft gebouwd op de maatstaven van gelijk en ongelijk, van poets en wederom poets zoals van dienst en wederdienst: do ut des, nu ik dan jij weer, geven en nemen, belonen en bestraffen, leven en laten leven. Zo is toch de menselijke logica. Dat is toch de vanzelfsprekendheid zelve. Zo zit de mens nu eenmaal in elkaar. Het barbaarse van oog om oog, tand om tand is wel fijntjes opgepoetst, maar het principe ervan blijft onverminderd, zij het veel verfijnder en subtieler van kracht.

En het alternatief van Jezus lijkt dan ook meer dan ooit van alle logica ontdaan. Moet dat soms dienen als maatschappijcriterium: weerloosheid, geweldloosheid? De ene of de andere held doet het wel op die manier. Maar daar is hij ook een held voor, en heldendaden zijn allesbehalve logisch en verre van vanzelfsprekend.

Trouwens, heeft dat soort helden en heldendaden ooit al veel opgelost? Heft geweldloosheid geweld soms op? Wordt door weerstandloos reageren het kwaad soms afgeschaft? Wij weten wel beter.

Tenzij... toch wel... in jezelf.

In jezelf wordt de geschiedenis van het kwaad dat men je berokkent, een halt toegeroepen en tot stilstand gebracht: door geweldloosheid. In jezelf wordt het kwaad ontzenuwd: door weerloos te reageren. Je eigen oeverloze protest en je verbittering om alle onrecht dat je ooit is aangedaan, worden omgekeerd tot ontwapenende mildheid, barmhartigheid.

En dat is geen heldendom, maar het blijft even naïef in de ogen van de wereld. Het blijft allesbehalve menselijke logica.

Daarvoor is het dan ook evangelische logica, evangelische vanzelfsprekendheid: Jezus' nieuwe maatstaf voor het samenleven van mensen.

Hoe moeten wij met die evangelische norm van de Bergrede omgaan om hem in ons mensenhart als logisch te ervaren?

De zekere weg daartoe is dat wij ons hart wijd openstellen voor wat het te betekenen heeft, als Jezus zegt: bemin uw vijanden. Beminnen is dan geen kwestie van affectiviteit maar van effectiviteit, geen kwestie van lief doen maar van goeddoen.

Bemin uw vijanden, bid voor wie u vervolgen. Een probaat middel om deze evangelische logica te doorvoelen is dat wij in de stilte van ons open hart namen van mensen uitspreken, tegelijk en op één lijn: de naam van de goede vriend en de naam van de onbekende vreemdeling; de naam van onze broer en zus en de naam van onze belager; de naam van onze voorstander en de naam van onze tegenstander -zodat eenieder van hen onze naaste wordt.

Namen van mensen uitspreken voor de God van Jezus - bidden heet dat - is peilen naar de logica en de maatstaf van de Schepper zelf die — vanzelf-sprekend — zijn zon laat schijnen over goeden en kwaden. Wij noemen enkel de goeden - onszelf - Gods kinderen. Hij rekent klaarblijkelijk ook de kwaden, de anderen daarbij.

Bemin uw vijanden en bid voor wie u vervolgen. Dat wil uiteindelijk zeggen: wees dus volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is.

Maar dat kan toch helemaal niet? Volmaaktheid is niet van deze wereld.

Volmaakt. Het synoniem van Lucas voor dit Matteüswoord is: barmhartig.

Volmaakt betekent inderdaad geenszins: perfect in het volbrengen van de wet, van de logische, vanzelfsprekende menselijke maatstaf. Maar wel: helemaal toegewijd aan wat komt na en boven op die wet: de overvloedige gerechtigheid die de vanzelfsprekende logica is van de Blijde Boodschap.

Volmaakt. Het Bijbelse woord `tamien' betekent: compleet. Wees compleet, wees helemaal jezelf. Mens, wees helemaal jezelf, zoals God helemaal zichzelf is.

Het betekent: uit één stuk, op één doel gericht, met onverdeeld hart! Zoals het gezegd werd van de oude vaderen: Noach van de ark en Abraham van het verbond; Mozes van de wet en David van de psalmen; koning David van de stad en koning Salomo van de tempel. Waren die dan volmaakt? Wij weten wel beter van hun ruwheid en listen, van hun twijfel en ontrouw. Maar zij waren met vallen en opstaan, uit één stuk, met onverdeeld hart, op één doel gericht, helemaal toegewijd.

Konden wij opnieuw - steeds opnieuw - geloven in de oorspronkelijke en blijvende, onbelaste en onbeladen frisheid van het evangelie, ondanks of dankzij het vallen en opstaan van de mensen en van de kerk van dit evangelie.

Konden wij geloven dat het ons mogelijk is zó te leven nú: doelgericht en onverdeeld, toegewijd en consequent; geweldloos tegenover geweld, tenzij met het geweld van geduld en gebed; weerstandloos tegenover het kwaad, tenzij met de onkreukbare weerstand van verzoening en vergeving; zonder reactie tegenover het eigen vaak vermeende onrecht, tenzij die daadwerkelijke liefde die onverminderd opkomt tegen onrecht aan anderen, aan de kleinen aangedaan.

Konden wij geloven dat wij inderdaad de voorwaarden kunnen scheppen voor liefde en vrede ondanks ons vele vallen en dankzij ons telkens weer opstaan.

Wees volmaakt. Wees dús volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.