Bookmark and Share

Hier publiceren wij - een deel - van het boek "Het kruis en de Vreugde" over het leven en de spiritualiteit van Marthe Robin. Zij is van de Foyer de Charité. Bij ons in Nederland hebben wij een Foyer in Thorn, klik hier.

Wie het hele boek wil lezen, kan het hier bestellen.

 

Voorwoord

1. Het land van de Galaure
2. "Laten wij naar boven, naar La Plaine gaan"
3. Marthes eerste stappen en haar eerste dansfeest
4. "Voor jou is het lijden weggelegd."
5. Het geestelijk keerpunt?
6. 15 oktober 1925: de grote dag
7. "Kijk, dit is mijn arme kleintje"
8. De tekenen van de Gekruisigde
9. Gebeden in het Kruis en de Vreugde
10. Kleine geschiedenis van een grote school

Ik ben geen lid van de Foyer de Charité in Châteauneuf-deGalaure en hoewel ik slechts 40 kilometer van dit dorp af woon, heb ik Marthe Robin nooit tijdens haar leven ontmoet. Toch heb ik vaak over haar horen spreken, al sinds mijn vroege kinderjaren. Ik ben echter van nature weinig toeschietelijk als het gaat om vertrouwelijkheden of over mystieke zaken. En dat is ook de reden dat ik altijd terughoudendheid, maar nooit enige vorm van scepticisme, aan de dag heb gelegd ten opzichte van de vrouw die de gestigmatiseerde van Drôme wordt genoemd.

Ik zou dan ook zeer verbaasd hebben opgekeken indien men mij een jaar voor haar heengaan zou hebben voorspeld dat ik op een goede dag een boek over Marthe Robin zou laten verschijnen.

Wat heeft mij daartoe toch bewogen?

In februari 1981 werd mij, priester-journalist, opgedragen de gebeurtenissen rond het overlijden en de begrafenis van Marthe te verslaan. Afgaande op hetgeen ik uit de mond van haar familieleden en naaste verwanten vernam, kreeg ik steeds meer de overtuiging dat ik hier te maken had met een christin die zowel een uitzonderlijke persoonlijkheid was als van een ontroerende eenvoud.

Het vluchtige onderzoek dat ik toen uit hoofde van mijn beroep instelde om iets meer te weten te komen over haar persoon, had vrijwel onmiddellijk tot resultaat dat ik van haar ging houden en haar ging bewonderen, veel meer dan toen men mij vroeger op de hoogte bracht van haar stigmata.

Ik voelde het als een soort uitdaging, die zich steeds sterker aan mij opdrong, dit werk te schrijven voor al degenen die haar niet of nauwelijks hebben gekend. Voor hen die veel over haar hebben gehoord, die de waarheid over deze bijzondere vrouw willen weten. Voor hen ook die zich afvragen welk geheim zij diep in haar hart verborg.

Ik begon dus aan mijn enquête. Geheel onafhankelijk, „neutraal" naar nieuws speurend, tekende ik de verklaringen op van haar directe familieleden. Daarna die van haar meest naaste buren en van Marthes speelkameraadjes uit haar kinderjaren. Zo verzamelde ik een massa gegevens en feitenmateriaal over het leven van Marthe, die ik, waar ik dat nodig vond en waar dat maar mogelijk was, vergeleek met weer andere getuigenverklaringen.

Tijdens mijn vraaggesprekken, die verre van gemakkelijk maar des te meer opwindend waren, heb ik getracht de sceptische houding die bij interviews en onderzoeken onafscheidelijk lijkt, zoveel mogelijk opzij te zetten, evenals die van de gelukzalige bewondering.

Misschien ben ik wel in mijn speurwerk aangespoord door de journalist van een in Noord-Frankrijk verschijnend dagblad. De man had bedroevend weinig gegevens over onze Marthe verzameld en hij vroeg mij in alle ernst of de Kerk nu wel of niet een „geheime organisatie" was. Nee, geachte collega! Maar enfin. Marthe was de kostbare schat van een gezin in Châteauneuf-deGalaure, de kostbare schat van een vroom-godsdienstige familie, die zij inspireerde. Zij was zelfs - en ik zal dit aantonen in het verloop van dit werk - een schat voor de Kerk van deze tijd. Maar een schat legt men nu eenmaal niet langs de openbare weg. Wat zou men wel van de Kerk denken als zij Marthe een prooi had laten worden van de gulzige massa-media?

Toen Jezus wonderen verrichtte in Palestina of in de beroemde gedaanteverwisseling verscheen voor de drie apostelen, verbood Hij hun deze „incidenten" wereldkundig te maken. Toch hield men zich meestal niet aan het verbod. „Spreek daar niet over totdat de Mensenzoon verrezen is" (Matth. XVII-9). Want het is toch belangrijk om eerst de betekenis van het mysterie Gods te doorgronden, alvorens over de goede daden van Hem te spreken. En nu de Heer deze vrouw uit La Drôme tot zich heeft geroepen, zij die gedurende meer dan vijftig jaar steevast elke vrijdag het lijden van Jezus in volle overgave heeft ondergaan, nu is het moment aangebroken om de wonderen die God door zijn dienares Marthe heeft verricht, te publiceren.

Mijn protestantse vrienden zullen zich zonder twijfel verbazen over dit boek. Zij houden namelijk niet van beelden. Zij vrezen dat wij op enigerlei wijze afbreuk doen aan Gods glorie door de verering van wat wij, katholieken, de heiligen noemen. Laten wij echter niet uit het oog verliezen dat de heiligen op de eerste plaats mensen waren en zijn van vlees en bloed, net zoals wij, en even kwetsbaar als ieder van ons. Alleen hebben zij zich opengesteld voor Hem en hebben zij aanvaard zich te laten leiden door Hem wiens goddelijke Almacht zich in hun zwakheden manifesteerde. Behalve dat zij authentieke getuigen van het geloof zijn, door toedoen van Gods genade, zijn zij ook zijn succesvolle eindresultaat. Riskeert men eigenlijk niet schade toe te brengen aan Gods glorie door juist zijn werken te verzwijgen?

Onze hervormde broeders ontkennen geenszins de belangrijkheid van mensen zoals Martin Luther King die voorbeeldige getuigen zijn geweest van en martelaren door hun geloof. Net zoals wij kunnen zij teruggrijpen op hun martelaren, die hen toch door hun opofferingsgezindheid tot voorbeeld waren en hen zô steeds weer nieuwe impulsen geven om de moed toch maar niet te verliezen en de ogen naar boven gericht te houden.

Met de gedachten hieraan, in deze geest, ben ik aan deze biografie begonnen. De lezer moet er zich rekenschap van geven dat ik geen schrijver van beroep ben en dat ik op geen enkele wijze literaire roem nastreef. Ik kon mij echter het recht niet aanmatigen deze getuigenis te verzwijgen.

Raymond Peyret

 

P.S. Mijn oprechte dank gaat eerst en vooral uit naar de familieleden van Marthe en naar al haar vrienden, vriendinnen, kennissen en buren. Zonder hen zou dit boek nooit tot stand zijn gekomen. Bijzondere dank geldt ook hen die door hun adviezen en tekstverbeteringen mij hebben geholpen de waarheid omtrent Marthe zo dicht mogelijk te benaderen. Ik heb tijdens en ook na het onderzoek naar haar leven zoveel goeds van Marthe ontvangen dat ik, wat mij betreft, deze biografie zonder winstoogmerk heb geschreven. Ik zie dan ook af van mijn auteursrechten en ik verbind mij alle financiële voordelen die daaruit mogen voortvloeien ter beschikking te stellen van de Foyers de Charité in de Derde Wereld.