Bookmark and Share

Don Bosco - deel 2

Onze Lieve Heer zal aan Don Bosco duidelijk maken, waar zijn echte opdracht ligt. Op een morgen is er geen misdienaar. De koster plukt zomaar een jongen van de straat. Het is een weesjongen. Don Bosco belooft hem te leren lezen, en ook bidden. De jongen brengt enkele vriendjes mee en al gauw heeft Don Bosco de zorg voor meer dan honderd jongens. Dat zijn natuurlijk niet allemaal lieverdjes. Dus schoppen ze weleens herrie of maken iets stuk. Daardoor kan Don Bosco nooit lang ergens blijven. De mensen willen deze boefjes niet in de buurt hebben. Dan geeft de bisschop aan Don Bosco een terrein waar hij met zijn jongens naar toe kan. Maar weer duiken er moeilijkheden op. De gemeenteraad trekt de goedkeuring voor deze woonplaats in. Wanneer Don Bosco zich daar niets van aantrekt, sturen ze enkele mensen om te zien wat deze priester met zijn jongens doet. Het antwoord aan de burgemeester: “Hij spoort de jongens alleen maar aan om regelmatig te biechten en te communie te gaan.”

Er zijn ook priesters, die zich over het werk van Don Bosco zorgen maken. Maar ook deze priesters kunnen niets doen. Don Bosco werkt echter zo hard, dat hij op een bepaalde dag heel erg ziek wordt. Hij zal waarschijnlijk sterven. Als een lopend vuurtje gaat het nieuws door de stad. Van alle kanten komen jongens naar het huis van Don Bosco. Wanneer ze horen hoe ernstig het met hun Don Bosco gesteld is, gaan ze naar de kerk en bestormen de hemel met gebeden. Het wonder gebeurt. Don Bosco wordt beter. Nu hij zijn leven aan deze jongens te danken heeft, zal hij zich ook helemaal voor hen inzetten. Hij krijgt nu een flinke hulp aan zijn moeder, die met hem naar Turijn komt. Binnen een jaar heeft Don Bosco nu een internaat en een kerk gebouwd.

Deze priester heeft echter ook vijanden. Meerdere keren heeft men geprobeerd hem te vermoorden. Nu eens zijn het ‘zijn’ jongens die hem redden, dan weer is het een hond die opeens tussen beide komt.

Dan komt een vreselijke ziekte over Turijn: de pest. Don Bosco ziet dat er te weinig dokters en verplegers zijn. Hij vraagt zijn jongens om mee te helpen. Dat heeft diepe indruk gemaakt op de mensen in Turijn.

Op een dag vraagt Don Bosco aan de directeur van de jeugdgevangenis om de jongens een dag vrij te geven. De man snapt zelf niet waarom hij daar verlof voor geeft. Iedereen denkt, dat er die avond geen van de boefjes terugkeert. Wie kan zich de verbazing voorstellen, als er die avond geen van de jongens ontbreekt. Hoe kan dat toch? Het geheim van Don Bosco is, dat hij de mensen heel goed kent en ze vertrouwen geeft. Hij weet precies hoe hij dat moet doen. Op den duur wint hij zo ook het vertrouwen van de mensen, ook van boefjes en misdadigers. Waar haalt Don Bosco dat vertrouwen vandaan? Hij heeft van zijn moeder geleerd, altijd op God te vertrouwen, ook als het heel moeilijk wordt.

Don Bosco heeft veel vertrouwen gehad. Soms vragen de mensen zich weleens af, waar hij de moed vandaan haalt. Hij is begonnen aan de bouw van een nieuw huis voor zijn jongens en hij heeft geen cent op zak. Toch komt het geld er op tijd. Altijd is er weer iemand die toevallig bij Don Bosco uitkomt. Soms bedelt hij ook weleens. Daar zou je mooie verhalen over kunnen lezen. Zo vraagt een rijke dame, of Don Bosco niet iets voor haar persoonlijk op een briefje wil schrijven. Wat schrijft Don Bosco? “Ik geef aan Don Bosco tienduizend euro.” De dame meent dat het een grapje is. Dan begint ze te lachen en geeft het geld aan Don Bosco. Dat briefje van hem is het ook wel waard.

Intussen vindt Don Bosco nog tijd om de paus te helpen bij een moeilijke kwestie over de benoeming van bisschoppen. Don Bosco lost het op. Als dank keurt de paus dan de nieuwe congregatie goed, die Don Bosco heeft gesticht. Hij noemt haar naar Franciscus van Sales. Dus heten de priesters van Don Bosco Salesianen. Nu kan het werk van Don Bosco doorgaan, ook als hij er niet meer is. De paus is zo onder de indruk van het werk van Don Bosco, dat hij hem kardinaal wil maken. Don Bosco weigert. Zijn werk kan hij alleen doen als eenvoudige, arme priester.

Zo heeft Don Bosco zijn leven gegeven voor de verwaarloosde en arme mensen van Turijn.

Op 31 januari van het jaar 1888 sterft Don Bosco.

We vieren het feest van Don Bosco op 31 januari.

Vader, God, U hebt Don Bosco geleerd van de mensen te houden en hen vertrouwen te geven. Geef ons ook heilige priesters, die de mensen de weg naar God kunnen wijzen. Amen.