Bookmark and Share

Don Bosco - deel 1

Johannes, of zoals ze hem in Italië noemen, Giovanni, is het derde kind van arme boerenmensen. Hij wordt geboren in een klein dorpje, vlak bij de grote stad Turijn.

Wanneer Giovanni nog maar twee jaar oud is, komt zijn vader ziek thuis. Hij heeft op het werk kou gevat. Wanneer de dokter komt, heeft hij geen goed nieuws. Vader zal niet lang meer leven. Dan blijft moeder met drie kinderen achter. Je zou zeggen, dat deze vrouw wanhopig moet zijn. Nee, ze is wel bedroefd, maar ze heeft veel vertrouwen in de toekomst. Ze gelooft vast dat God haar zal helpen. Als er een strenge winter komt en het gezin bijna niets meer te eten heeft, maakt moeder zich niet ongerust. God zal op het juiste ogenblik wel helpen. Dit vertrouwen op God zal later voor Giovanni heel belangrijk worden, maar daarover vertellen we straks.

Giovanni is een heel sportieve jongen. Hij rent harder dan alle andere jongens, klimt het hoogste in de bomen, springt het verste over de sloot. Ook kan hij heel goed goochelen en koorddansen. Je kunt je voorstellen, dat hij altijd wel een serie vrienden om zich heen heeft. Daar maakt Giovanni op een heel bijzondere manier gebruik van. Hij doet altijd trucjes, op voorwaarde dat de jongens eerst de katechismus bij hem komen leren, of dat ze mee naar de heilige Mis gaan. De jongens vinden het allemaal best. Als ze maar lol hebben, dan willen ze daar ook wel wat voor over hebben. Je voelt waarschijnlijk al wel, wat er zal gaan gebeuren. Giovanni wil graag priester worden. Maar daar hoeft hij niet aan te denken. Zijn stiefbroer die een echte hard werkende boer is, meent dat Giovanni ook gewoon boer moet worden. Bovendien, waar zouden ze het geld vandaan halen? Op een dag heeft Giovanni weer eens een heel stel jongens mee naar de kerk genomen. De kapelaan ziet hoe vroom Giovanni bidt. Daarom roept hij hem bij zich. Wanneer de kapelaan hoort dat Giovanni priester wil worden, belooft hij hem te helpen. Hij mag de volgende dag bij de kapelaan komen. Je kunt je voorstellen, hoe blij Giovanni is. Hij valt met de deur in huis en krijgt een koude douche. Wanneer zijn stiefbroer over de plannen hoort, vindt hij het maar onzin. Hij is toch ook groot en sterk geworden zonder te studeren. Dan doet Giovanni iets doms. Hij zegt: “Onze ezel heeft ook nooit gestudeerd en die is nog veel sterker.” De stiefbroer wordt dan zo boos, dat moeder Giovanni de deur uitstuurt, uit angst, dat er ongelukken gebeuren. Zo komt Giovanni bij een boer terecht waar hij een poosje gaat werken. En dat is hard werken.

Volkomen onverwacht komt een oom te hulp. Hij zorgt dat Giovanni kan gaan studeren. Maar weer heeft Giovanni pech. De priester, die hem les geeft, wordt ziek. Een paar dagen later is hij dood. Giovanni heeft van de priester de sleutel gekregen van het geldkistje. Daarin vindt Giovanni heel veel geld. Nu kan hij zijn studie betalen. Dan denkt hij echter, dat hij dat geld niet kan aannemen. Hij geeft het aan de familie van de pastoor. Er komt echter weer een oplossing voor het geldprobleem van Giovanni. Hij zal elke dag te voet naar een school gaan, die twintig kilometer van zijn huis ligt. Wanneer een kleermaker dat in de gaten krijgt, neemt hij Giovanni in zijn huis, vlak bij de school. Nu leert Giovanni ook nog iets van de kleermaker. Daar zal hij straks veel plezier van hebben.

Wanneer Giovanni twintig jaar is, mag hij naar het groot-seminarie. Daar sluit hij vriendschap met een andere seminarist. Op een dag wordt zijn vriend ziek en gaat dood. Giovanni is natuurlijk erg verdrietig. Maar dan begrijpt hij, dat hij zich helemaal aan God moet geven. Zo bereidt Giovanni zich voor op zijn priesterwijding. Op 5 juni 1841 is het zover: Giovanni wordt Don Bosco. We weten, dat de jonge priester heel knap was. Daarom krijgt hij ook allerlei mooie baantjes aangeboden. Maar Don Bosco zoekt iets anders. Wanneer hij een priester in Turijn om raad gaat vragen, laat deze hem de arme mensen van de stad zien, de weeskinderen, de moeders die geen geld hebben, omdat vader drinkt of geen werk heeft. Nu weet Don Bosco wat hij zal gaan doen. Geen mooie baantjes, maar zorgen voor de allerarmsten. Hoe hij dat doet, zullen we in het volgende deel zien.

God, Vader, Don Bosco heeft net als Jezus veel van de arme en ongelukkige mensen gehouden. Vooral voor de jeugd heeft hij goed gezorgd. Help alle priesters, het voorbeeld van Don Bosco na te volgen. Amen.