Bookmark and Share

Thomas van Aquino

We zijn in het jaar 1225. Dat is al een hele tijd geleden. We gaan naar een streek tussen Rome en Napels. Zoek dat maar eens op de kaart. Je ziet, dat we een eind van huis gaan.

Wanneer je nu op weg bent van Rome naar Napels, dan zie je bij het stadje Aquino aan de linker kant opeens een hoge berg. Boven op de berg ligt een heel groot klooster. Dat heet “Monte Casino”. Dit klooster is gesticht door de heilige Benedictus. Welke paters zouden er dus leven? Precies, de Benedictijnen. In de buurt ligt nog een bergtop. Op die bergtop lag het huis van Thomas. Nou ja, het was een kasteel.

Thomas heeft deftige en rijke ouders. Ze willen graag dat hun zoon ook deftig wordt. Daar moet je heel knap voor zijn. Daarom sturen de ouders Thomas naar het klooster op de andere berg, naar de benedictijnen. Hier wordt Thomas tot zijn veertiende jaar opgevoed.

Dan gaat Thomas naar Napels. Hij zal hier verder gaan studeren. Wat zal hij intussen veel kennen, denk je ook niet?

Maar dan gebeurt er iets, waar de familie helemaal niet blij mee is. Thomas wordt dominicaan. Hij wil wel veel kennen, maar hij weet, dat er maar één ding echt belangrijk is. Dat is het kennen van God. Die wil hij goed leren kennen.

Zijn familie is heel boos. Enkele broers sluiten Thomas zelfs een poosje op. Maar het baat allemaal niets. Thomas weet wat hij wil. Zo komt hij in Parijs terecht. Daar leert hij iemand kennen, die heel veel van God weet. Dat is Albertus de Grote. Waarom noemen we hem ‘de Grote’, omdat hij heel veel van God wist. Bij Albertus leert Thomas veel over God. Wanneer Albertus naar Keulen gaat, dan gaat Thomas mee. Maar op een dag vindt zijn overste, dat Thomas ook al zo veel weet, dat hij zelf les mag gaan geven. Thomas komt weer in Parijs terecht.

Dan hoort de paus, dat Thomas heel knap is. Dus gaat Thomas naar Rome. Aan het hof van de paus mag hij nu les gaan geven. Natuurlijk over God. Thomas leest ook heel veel. Hij leest hoe de Grieken over God dachten. Daar kan hij soms wel iets van gebruiken. Natuurlijk leest Thomas veel in de bijbel. Want daar kun je heel veel over God lezen.

Thomas heeft niet alleen gelezen. Hij heeft ook geschreven. Hij heeft een heel beroemd boek geschreven over God. Studeren en schrijven over God noemen we: theologie. Theos betekent: God. Je begrijpt het al: theologie is wetenschap over God. Thomas is daarom een theoloog. Hij is iemand die heel veel over God weet. Hij heeft ook mooie liederen gemaakt, vooral over het heilig Sacrament. Misschien ken je wel het Latijnse lied dat wij altijd zingen voor de zegen met het Allerheiligste. Dat noemen we het ‘Tantum Ergo’. Dat is een deel van een lied dat door Sint Thomas is geschreven.In het jaar 1269 gaat Thomas weer voor drie jaren naar Parijs. Hij gaat er weer les geven. Dan keert hij naar zijn geboortestreek terug. In Napels begint hij een studiehuis. Nu kunnen meer jongens veel over God en andere heel belangrijke dingen leren.

Op een concilie komen alle bisschoppen bij elkaar om samen na te denken over en te bidden voor het geloof. Daar hebben ze wel eens knappe theologen bij nodig . wanneer er daarom in Lyon een concilie gehouden zal worden, nodigen de bisschoppen Thomas ook uit om te komen. Thomas is nooit op het concilie geweest. Hij gaat wel op weg er naar toe. Maar onderweg sterft hij. Het is 7 maart van het jaar 1274.

Op 28 januari van het jaar 1369 wordt zijn lichaam overgebracht naar Toulouse. Het ligt nu in de kerk van de Jacobijnen, vlak bij de oever van de Garonne.

Veel pausen hebben gezegd, dat we veel van Thomas moeten lezen. Ze bedoelen dan natuurlijk vooral de priesters. Want die kunnen Latijn lezen. Zo is Sint Thomas nog steeds een beroemde leraar voor veel mensen in de Kerk, die veel van God willen weten.

We vieren het feest van Sint Thomas van Aquino op 28 januari.

Heilige Thomas, u hebt veel gestudeerd over God. U hebt er ook heel mooie boeken over geschreven. Help ons, dat wij God ook steeds beter leren kennen. Dan kunnen we ook meer van God gaan houden. Amen.