Bookmark and Share

Jakobus de Meerdere

Je zou ook kunnen zeggen: Jakobus de Oudere. Jezus heeft namelijk twee apostelen uitgekozen die Jakobus heten. We gaan nu kennismaken met de oudste van de twee. Jakobus komt uit dezelfde plaats als Petrus en Andreas. Ook Jakobus wordt door Jezus geroepen om de netten in de steek te laten. Samen met zijn broer Johannes gaat hij met Jezus mee. Ze laten hun vader achter om leerling van Jezus te worden. Hun moeder hoeven ze niet achter te laten. Die trekt ook in de groep van Jezus mee. Ze wil graag bij Jezus zijn, maar natuurlijk wil ze ook graag voor haar zoons blijven zorgen. Maria van Salomé - zo heet de moeder van Jakobus - is altijd bij Jezus gebleven, tot onder het kruis. Ze heeft wel erg goed voor haar zoons willen zorgen. Op een dag neemt ze Jezus apart. Ze zegt tegen Hem: "Heer, als U in Uw Koninkrijk bent gekomen, geef dan mijn zoons ook een heel voorname plaats."

De andere apostelen zijn daar wel wat kwaad over. Toch krijgen Jakobus en Johannes een heel voorname plaats bij Jezus. Jezus neemt soms maar een paar van Zijn leerlingen mee. Daar is Jakobus altijd bij. Jakobus is erbij als Jezus in het huisje van Jaïrus binnengaat om het dode kindje weer levend te maken. Jakobus mag ook mee de berg op, als Jezus laat zien wie Hij echt is. Jakobus ziet de kleren van Jezus veranderen. Jezus is erg mooi. Zijn gezicht straalt, alsof het de zon zelf is. Jakobus ziet ook hoe Mozes en Elia met Jezus praten op de berg.

Wanneer Jezus in de Hof van Olijven gaat om er te bidden, op de laatste avond dat Hij met Zijn vrienden samen is, dan is Jakobus bij de kleine groep die heel dicht bij Jezus mag blijven. Hij vraagt aan deze kleine groep om met Hem te waken en te bidden. Jezus is bang. Hij wil nu niet graag alleen zijn. Maar ook Jakobus valt in slaap. Evenals alle andere apostelen is ook Jakobus op de vlucht geslagen toen Jezus gevangen genomen werd. Jakobus is er echter ook bij, wanneer de heilige Geest over de apostelen komt. Vanaf dat moment heeft Jakobus dapper over Jezus verteld. Hij heeft in Jeruzalem en in de omgeving van die stad voortdurend over Jezus gepreekt. Je zult wel kunnen begrijpen, dat de Joden dat niet zo graag hebben. Ze dachten dat ze voorgoed van die Jezus af waren, en nu blijven Zijn volgelingen maar over Jezus vertellen. En het ergste is nog, dat veel mensen deze apostelen geloven. Ze gaan ook van Jezus houden. Daarom wordt op een bepaald moment ook Jakobus gevangen genomen, precies zoals Jezus. Nu zal Jakobus wel eens terugdenken aan een paar woorden van Jezus. Toen de moeder van Jakobus vroeg om haar zonen een ereplaats te geven, heeft Jezus gevraagd: "Kunnen jullie de kelk drinken, die Ik moet drinken?" De vrienden hebben gezegd: "Natuurlijk kunnen we dat." Nu begrijpt Jakobus wat Jezus daarmee heeft bedoeld. Jezus bedoelde: zullen jullie je leven durven geven? Zul je het lijden aandurven? Jakobus durft het lijden aan. Wanneer hij door de koning ter dood wordt veroordeeld, gaat Jakobus dapper zijn dood tegemoet. Hij gelooft in Jezus. Nu zal hij als eerste van de apostelen voor Jezus sterven. Jakobus wordt onthoofd. Dat is ongeveer in het jaar 42 geweest, dus niet zo lang na de dood van Jezus zelf.

Er is een heel beroemd bedevaartoord van Jakobus. Dat is in Spanje, in Santiago di Compostella. Santiago is het Spaanse woord voor Sint Jakobus. Men heeft daar een heel oud graf gevonden. Omdat er verhalen rond gingen, dat Jakobus ook in Spanje zou zijn geweest, meende men dat dit het graf van Jakobus was. Nu nog wordt daarom Sint Jakobus in heel Spanje vereerd. Maar hij is ook de patroon van alle bedevaarders. Daarom wordt hij vaak afgebeeld met een hoed met schelpen, als teken dat hij een bedevaarder is. Ook heeft hij vaak een reisstaf met een broodzak eraan en een veldfles aan de riem.

We vieren het feest van de heilige Jakobus op 25 juli.

Grote God, wij danken U, dat U ons het voorbeeld van Jakobus hebt gegeven. Laat ons ook altijd dapper zijn in ons geloof Help ons, altijd te doen wat U van ons vraagt. Amen.
Heilige lakobus, vraag van God voor alle bedevaarders de genade waarvoor ze op reis gaan. Laat hen weer goed thuiskomen. Amen.