Bookmark and Share

Paulus, de bekeerling

Wanneer Paulus nog klein is, noemen zijn ouders hem Saulus. Dat is een Joodse naam. Ze wonen niet in het land van de Joden, maar ze zijn wel Jood. Het gezin van Saulus woont in Tarsus. Het is een stadje aan de Middellandse Zee, in Klein-Azië. In Tarsus spreken de mensen de Griekse taal. Die leert Saulus dus ook. Zijn ouders voeden hem tegelijk streng op in het geloof van de Joden. Daarom gaat Saulus ook, als hij vijftien jaar is geworden, naar Jeruzalem. Hij zal er alles leren van het Joodse geloof. Het is de bedoeling dat Saulus een schriftgeleerde wordt, iemand die aan de mensen de heilige Schrift kan uitleggen.

Saulus is een heel vurige jongeman. Hij kan ergens helemaal vol van zijn. Dat verdedigt hij dan ook heel fel. Dat zal blijken, wanneer er een nieuw geloof ontstaat. Het gaat hier om mensen die geloven in Jezus van Nazaret. Deze Jezus heeft vaak heel duidelijk tegen de wetgeleerden van de Joden gesproken. Daar- om hebben de leiders van het volk Hem ook aan het kruis geslagen. Maar nu zijn er nog steeds mensen die over deze Jezus blijven praten. En het ergste vindt Saulus nog, dat er altijd weer mensen in deze verhalen geloven. Daar zal hij een einde aan maken. Met heel zijn ijver gaat hij overal op zoek naar mensen die in Jezus geloven. Hij laat ze in de gevangenis gooien. Met veel voldoening ziet Saulus toe, hoe een van die felle predikers over de leer van Jezus, wordt gestenigd. Deze man heet Stefanus. Saulus staat erbij te kijken en past intussen op de kleren van de mannen die deze doodstraf uitvoeren. Saulus heeft helemaal geen medelijden met Stefanus. Iemand die de wet van de Joden niet volgt zoals dat volgens hem behoort, daar hoef je ook geen medelijden mee te hebben. Die moet je tot zwijgen brengen. Want de wet is heilig, en wie daar aankomt, zal het ook maar moeten voelen. Zo denkt Paulus, en zo doet hij ook. Overal dringt hij de huizen van mensen binnen. Ontdekt hij er volgelingen van Jezus, dan vliegen ze de gevangenis in. Saulus doet dat niet alleen in Jeruzalem. Hij krijgt verlof om ook in andere steden op zoek te gaan naar christenen.

Op een dag gaat Saulus naar Damascus. Daar wonen ook veel volgelingen van Jezus. Hij zal ze allemaal vinden en vangen, daar is hij zeker van. Dan gebeurt er iets. Vlak voor de poorten van de stad. Opeens is er heel veel licht om Saulus heen. Hij valt op de grond. Dali hoort hij een stem die zegt: "Saul, Saul, waarom vervolgje Mij?" Saulus vraagt dan: "Wie bent U, Heer?" De stem, die met het licht uit de hemel komt zegt dan: "Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand je zeggen watje moet doen." Iedereen die bij Saulus is, is erg geschrokken, want ze hebben allemaal de stem gehoord, zonder dat ze iemand hebben gezien. Saulus krabbelt dan op van de grond en doet zijn ogen open. Maar hij kan niet zien. Daarom nemen zijn makkers hem bij de hand en brengen hem de stad binnen. Drie dagen lang blijft Saulus blind. Hij eet en drinkt helemaal niets.

Dan gebeurt er op een andere plaats in de stad iets. Ananias, een leerling van Jezus, wordt door de Heer geroepen. "Ananias, ga naar de Rechte Straat. In het huis van Judas moet je naar Saulus vragen. Hij is juist aan het bidden." "Ja maar, Heer", zegt Ananias, "ik heb gehoord, hoeveel kwaad deze man Uw leerlingen in Jeruzalem heeft aangedaan. En hij is van plan, om ook hier al Uw volgelingen te vangen." Maar Jezus zegt tegen Ananias: "Ga, want Ik heb met deze man heel bijzondere plannen. Ik zal Saulus naar alle volkeren sturen om over Mij te vertellen. Saulus zal daarvoor veel moeten lijden."

Intussen ziet Saulus in een visioen al een man naar hem toekomen, die hem de handen oplegt. Even later komt deze man binnen en legt hem de handen op. Ananias zegt: "Saul, broeder, Jezus heeft mij naar jou toegestuurd. Het is Jezus, die je voor de poorten van de stad is verschenen. Hij wil, datje weer kunt zien en dat je helemaal vervuld mag zijn van de heilige Geest. "

Op datzelfde ogenblik kan Saulus weer zien. Hij laat zich direct dopen. Ook gaat hij nu weer eten, om op krachten te komen. Wat gaat er nu gebeuren? Saulus gaat naar de synagoge, dat is de plaats waar de Joden samenkomen. Hij gaat er preken, dat Jezus de Zoon van God is. De felle vervolger van Jezus, is nu Zijn felle prediker geworden. Iedereen staat ervan te kijken. Maar Saulus zal nog veel meer mensen verbazen.

In de Kerk vieren we de bekering van de heilige Paulus op 25 januari.

Heilige Paulus, bidt met ons mee voor alle mensen die om hun geloof vervolgd worden.