05-16, Johannes Nepomuk - Dionysiusparochie
Bookmark and Share

Johannes Nepomuk

Op veel bruggen zie je een beeld staan van een priester, die soms de vinger voor de mond houdt. Hij is een echte bruggenheilige. Vaak is dat beeld een kopie van een beeld, dat in Praag op een brug staat.

Wie is deze heilige? Johannes Wolfflin is tussen het jaar 1340 en 1350 geboren in Pomuk. Hij krijgt zijn opleiding in een klooster. Later gaat hij studeren in Praag en in Padua. Na zijn priesterwijding wordt hij eerst pastoor in een parochie in Praag. Johannes is heel knap. Hij wordt doctor in de theologie. Hij blijft wel heel eenvoudig. De bisschop benoemt hem dan tot zijn privé – secretaris en tot predikant in een beroemde kerk in het oude Praag. Johannes doet zijn werk zo goed, dat hij door de bisschop benoemd wordt tot kanunnik. Johannes moet nu veel raad geven en ook wel eens mee recht spreken.

In Praag is op dat moment een koning. Vroeger was dat een heel goede koning geweest, maar hij was anders geworden. Hij is erg gauw kwaad en maakt ruzie met mensen. Hij kan er helemaal niet tegen wanneer iemand hem tegenspreekt. De bisschop en de kanunniken hebben daarom veel te lijden van de ruzie van de koning.

Nu zijn er veel adellijke mensen, die zich heel slecht gedragen. Sommige mensen zijn zo slecht, dat de bisschop hen uit de Kerk moet zetten. Dat noemen ze excommuniceren. Daar is de koning helemaal kwaad over.

Koning Wenzel heeft wel veel bewondering voor Johannes. Er komen zo veel mensen naar zijn preken luisteren, dat de koning hem uitnodigt, ook aan het hof te komen preken. Het ene mooie baantje na het andere krijgt Johannes aangeboden. Maar hij weigert ze allemaal. De enige eervolle taak die hij op zich wil nemen is: biechtvader worden van de koningin. Intussen is koning Wenzel heel erg boos op alle mensen van de Kerk. Hij wordt nu ook boos op Johannes. Sommige mensen zeggen, omdat hij de bisschop zo goed heeft geholpen. Dat vindt de koning natuurlijk niet fijn.Maar er komt nog iets anders bij. Johannes neemt het vaak op voor de arme mensen, die door de rijken worden uitgebuit. Dat vindt de koning helemaal niet goed. Hij vertrouwt Johannes niet meer. Hij vertrouwt zijn vrouw ook niet meer. Daarom wil de koning Johannes dwingen, hem te vertellen, wat de koningin bij hem heeft gebiecht. Nu weet je, dat een van de ergste dingen die een priester kan doen, is vertellen wat mensen bij hem hebben gebiecht. Johannes weet heel goed, hoe voornaam het biechtgeheim is.Op een dag, wanneer Johannes een kok te hulp komt, die slecht gekookt heeft, neemt de koning Johannes gevangen. Hij laat hem vreselijk martelen. De koning is zo kwaad, dat hij zelf aan de martelingen meedoet. Hij gaat met brandende fakkels over het lichaam van de arme priester. Maar Johannes geeft geen kik. Het biechtgeheim is voor hem zo heilig, dat hij nog liever wil sterven, dan het te verraden. De koning wordt hoe langer hoe razender. Johannes is zo zwaar gewond, dat hij aan deze wonden zeker zal sterven. Maar daar heeft de koning nog niet genoeg aan.In een brief aan de paus schrijft de aartsbisschop van Praag over de dood van Johannes Nepomuk. “Nadat men hem in de zijde zo zwaar verbrand had, dat hij ook zonder een gewelddadige dood had moeten sterven, werd de eerwaardige doctor Johannes, mijn geestelijke vicaris, in alle openlijkheid door de straten en stegen van de stad naar Moldau gesleept. Daar werden zijn handen op zijn rug gebonden, zijn voeten werden met touwen vastgemaakt aan zijn hoofd. In zijn mond stopte men een houtblok, zodat Johannes de mond niet meer kon sluiten. Toen werd hij van de Prager brug in het water gegooid en verdronk”.

Johannes is begraven in de kathedraal van Praag. Wanneer men in 1719 zijn graf opent, is de tong van de heilige nog helemaal gaaf. Ze wordt in een kostbaar schrijn bewaard.

Zo wilde God laten zien, dat het biechtgeheim heel belangrijk is, Johannes wilde ervoor sterven.

We vieren het feest van Johannes Nepomuk op 16 mei.

God, goede Vader, wij danken U voor de heilige priester Johannes. We hebben van hem geleerd, hoe belangrijk het is, goed voor de armen te zijn. Wij hebben ook van hem geleerd, hoe heilig de biecht is. Daarom willen we graag vaak dit sacrament ontvangen. Amen.