Bookmark and Share

Albertus de Grote

We zijn in het jaar 1193 of vlak in die buurt. In een deftig gezin in Lauingen aan de Donau wordt een jongetje geboren. Hij heet Albertus. We weten alleen, dat hij een flinke knaap was, die graag met zijn vrienden in de bossen ging ravotten. Wanneer echter de tijd komt om te gaan studeren, sturen zijn ouders hem naar Padua. Daar is een heel beroemde universiteit. In Padua leert Albertus een klooster kennen. Daar wonen de dominicanen. Misschien is dat wel iets voor hem. Hij gaat er regelmatig naar toe. Maar dan verbiedt een oom hem, het komende jaar nog eens naar dat klooster te gaan. Na een jaar gaat Albertus toch weer naar de paters toe. Hij weet nu, dat hij ook pater wil worden. Dat komt vooral door de hulp van de wijze overste van het klooster. Op een nacht droomt Albertus, dat hoj weer uit het klooster zal weggaan. Hij gaat nu heel erg twijfelen. Hij wil niet eerst naar het klooster gaan en dan weer weggaan. De volgende morgen houdt de overste een mooie preek. Hij zegt: “Soms komt de duivel ons wijsmaken dat we weer uit het klooster zullen gaan.” Albertus is helemaal onderste boven. Hoe weet die pater nu, wat hij vannacht heeft gedroomd? Hij gaat naar hem toe en vertelt wat er is gebeurd. Dan zegt de wijze pater tegen hem: “Ik weet zeker, dat je in het klooster zult gaan en oo zult blijven.” Zo wordt Albertus een volgeling van de heilige Dominicus.Al heel vlug gaat hij uit Padua weg naar Duitsland, maar hij blijft volledig dominicaan. In de stad Keulen zal hij een poosje blijven. Maar hij is zo knap, dat hij overal les gaat geven. Hij mag zelfs als eerste Duitser les gaan geven aan de beroemde universiteit van Parijs. Dan moet je toch wel heel knap zijn, vind je ook niet? Maar ook in andere steden gaat Albertus les geven. God wil Albertus gebruiken om de mensen te leren, goed over het leven en de dingen in de wereld na te denken. Hij heeft dat heel knap gedaan. Een van zijn beroemdste leerlingen is de heilige Thomas van Aquino. Deze heeft de wijsheid van Albertus heel goed bestudeerd. En nog steeds studeren mensen uit de boeken van Albertus en Thomas.

Maar Albertus doet nog veel meer. Er zijn wel eens koningen die oorlogen voeren. Dan roepen ze vaak Albertus te hulp. Heel dikwijls zorgt Albertus er dan voor, dat die koningen elkaar weer gaan vertrouwen. Hij wordt ook een vriend van koningen.

Dan komen er mensen die bij de paus gaan klagen over de dominicanen. De paus woont dan niet in Rome, maar nog een beetje meer naar het zuiden, in Anagni. Albertus reist er heen en gaat zijn orde verdedigen. Of de paus hem toen zo goed heeft leren kennen, of dat hij al eerder over de wijze Albertus heeft gehoord? In elk geval wordt Albertus kort daarna benoemd tot bisschop van Regensburg. Hij blijft daar twee jaar. Dan gaat hij weer overal in Duitsland preken. Hij gaat nu overal ridders oproepen, mee te doen aan de kruistocht. Die ridders moeten dan in het heilige Land gaan zorgen, dat de pelgrims weer naar Betlehem en Jeruzalem en alle heilige plaatsen kunnen gaan. Dan gaat de heilige weer terug naar Keulen, waar hij de bisschop helpt en verder weer mooie boeken schrijft en lessen geeft. Wanneer hij al oud is geworden gaat hij nog eens naar Frankrijk waar een vergadering van bisschoppen wordt gehouden. Dat noemen we een concilie. Maar het zal niet zijn laatste reis worden. Drie jaar voor hij sterft gaat hij nog een keer naar Parijs. Daar hebben geleerde mensen zijn leerling aangevallen. Dat is Thomas van Aquino. Albertus gaat hem dan verdedigen.

Je ziet, dat deze heilige man heel hard heeft gewerkt, maar nog belangrijker is, dat hij heel beroemd was, en dat ze overal heel goed over hem praatten. Maar hij heeft er vooral voor gezorgd, dat God tevreden met hem was.

Je kunt het graf van Albertus nog zien. Hij ligt in de Andreaskerk in Keulen.

We vieren het feest van Albertus op 15 november.

Vader in de hemel, wij danken U voor de wijze Albertus. Geef ons nu ook mensen die ons leren over U, en over alles wat U ons hebt gegeven. Amen.