Bookmark and Share

Tarcisius

De misdienaars moeten dit verhaal vooral maar eens goed lezen, want deze keer gaat het over hun patroon. We gaan je namelijk iets vertellen over een misdienaar die al heel lang geleden geleefd heeft. Je hebt zijn naam al zien staan: Tarcisius. Hij woont in Rome. Hij is trouwens geen gewone misdienaar. Tarcisius is misdienaar bij de paus zelf. Dat is natuurlijk een hele eer. Iedere misdienaar zou wel eens de heilige Mis bij de paus willen dienen, denk je ook niet? Tarcisius mag dat elke dag. Alleen gaat dat toch wel even anders dan je nu misschien denkt. Want de paus doet de heilige Mis niet in een mooie kerk. Er is ook geen groot koor bij. Het gaat allemaal heel stil en eenvoudig. En de kapel waar de paus de heilige Mis leest ligt onder de grond. Wat is er aan de hand? De keizer van Rome vindt zichzelf heel belangrijk. Hij meent dat hij wel net zo belangrijk is als God. Daarom mogen de mensen niet meer in God geloven, ze moeten in hem geloven. Wie dat niet doet komt in de gevangenis. Nou, en daar kom je nooit meer uit. Dan gebeuren er verschrikkelijke dingen. Je kunt dan in het circus terecht komen. Dan komen de mensen kijken hoe de wilde dieren je doodmaken. Of er zijn gevechten, waarbij veel mensen sterven. Nee, als je in de gevangenis komt, dan ben je verloren.

Nu willen de christenen toch in hun God blijven geloven. Ze willen ook graag de heilige Mis blijven vieren. Daarom gaan ze naar de catacomben. Dat zijn oude begraafplaatsen in Rome. Die liggen onder de grond. Er zijn daar veel onderaardse gangen. Als je de weg niet goed weet, kun je verdwalen. Maar de christenen weten de weg heel goed naar hun geheime kapel. En daar vieren ze de heilige Mis. Tarcisius mag dan de heilige Mis dienen. Op een dag, na de heilige Mis, kijkt de paus heel droevig. Er zijn weer een paar christenen gevangen genomen. Die zullen vandaag in het circus moeten sterven. Dat is natuurlijk al erg genoeg. Maar ze zouden nog graag een keer de heilige communie ontvangen om sterk te zijn. Wie zou nu de gevangenis binnen kunnen komen? De paus weet niemand. Dan hoort hij opeens een jongensstem achter zich: “Heilige vader, mag ik gaan? Ik weet de weg en op een jongen letten ze toch niet.” Als de paus zich omdraait ziet hij Tarcisius. Eerst wil de paus het niet. Het is te gevaarlijk. Maar dan denkt hij aan de arme mensen. Hij neemt een klein gouden doosje en doet daar de heilige Hosties in. Het doosje doet hij in een klein zakje en dat mag Tarcisius nu om zijn nek dragen. Heel eerbiedig gaat Tarcisius op weg. Hij weet dat Jezus nu heel dicht bij hem is. Daarom bidt hij onder het lopen.

Opeens hoort hij stemmen. Het zijn een paar jongens uit de buurt. Ze willen dat Tarcisius mee komt spelen. Je begrijpt dat dit niet zo goed gaat. De jongens blijven roepen. Ze komen dichterbij. Een van de jongens wordt een beetje boos. “Voel je je te deftig om met ons te spelen?” Tarcisius probeert uit te leggen dat hij geen tijd heeft. Hij moet een dringende boodschap doen. Maar de jongens geloven hem niet. En dan gebeurt het. Ze gaan vechten. Tarcisius krijgt een paar flinke klappen. Hij kan natuurlijk niet tegen al die jongens op. Bovendien houdt hij iets heel belangrijks vast. Opeens krijgt Tarcisius een harde slag met een stok op zijn hoofd. Hij valt en ook het zakje valt op de grond. Tarcisius probeert het gauw op te rapen. Maar een van de jongens heeft het al te pakken. Intussen krijgt Tarcisius nog een paar harde klappen. Er komt bloed uit een wonde aan zijn hoofd. Hij wordt helemaal duizelig. Hoe moet dat nu met de heilige Hosties? Opeens stuiven de jongens uiteen. Een strenge stem heeft hen gewaarschuwd. Daar knielt een soldaat bij Tarcisius neer. Hij ziet dat de jongen heel erg gewond is. Dan ziet hij ook het zakje. Hij begrijpt het meteen. Heel eerbiedig neemt hij het zakje van de grond. Tarcisius kan nog net vertellen wat hij moest gaan doen. Dan belooft de soldaat: “Ik zal naar de gevangen christenen gaan.” Dankbaar kijkt Tarcisius naar de soldaat. Nog even een zucht en dan gaat Tarcisius naar de hemel.

We vieren het feest van de heilige Tarcisius op 15 augustus.

Heilige Tarcisius, u hebt uw leven gegeven uit eerbied voor de heilige Hostie. Help ons, altijd heel eerbiedig te zijn, vooral als we in de kerk zijn. Help vooral de misdienaars om eerbiedig de heilige Mis te dienen.