Bookmark and Share

Judocus

In Bretagne, dat ligt in het westen van Frankrijk, wordt Judocus geboren. Het is rond het jaar 600. De ouders van Judocus zijn de vorsten van Bretagne. Hij komt dus uit een deftige en rijke familie. Zo groeit Judocus ook op als een rijke en deftige jongeman. Zijn naam betekent “de strijder”. De ouders hebben daarmee misschien willen zeggen, dat ze hopen, een dappere zoon te hebben ontvangen.

Het leven van deze heilige zal echter heel anders verlopen, dan je nu zult verwachten. Wanneer de oudste broer van Judocus naar het klooster gaat, zal hij de opvolger worden van zijn vader. Judocus zal later de vorst van Bretagne worden. Dan vraagt hij echter bedenktijd. Judocus wil goed nadenken. Zal ik later vorst worden? Judocus denkt heel lang na. Dan gaat hij naar zijn ouders toe. Hij neemt de kroon die hij straks zal dragen, en legt die aan zijn voeten op de grond neer.
Iedereen begrijpt wat hij daarmee zeggen wil. Begrijp jij het ook al?

Juist Judocus wil daarmee laten zien, dat hij geen vorst van Bretagne wil worden. Is het dan niet fijn om zo voornaam te zijn? Voor veel mensen wel. Die zijn graag de baas. Die zouden die kroon meteen op hun hoofd willen zetten. Judocus wil dat niet. Hij weet, dat er iemand is, die de enige echte Baas is. En die wil Judocus dienen. Judocus wil zijn leven helemaal aan God geven. God is zijn vorst en Hem wil hij dienen. Het eerst wat Judocus nu gaat doen, is een bedevaart maken. Judocus gaat als pelgrim naar Rome. Daar zijn de graven van Petrus en Paulus. Daar woont ook de paus. Daar wil Judocus naar toe, om te bidden, dat hij een goede knecht van Jezus wordt.

Hoe denk je, dat ze in die tijd op pelgrimstocht gingen? Natuurlijk niet met het vliegtuig en ook niet met de trein. Die waren er nog niet. In die tijd ging je te voet, of met het paard op bedevaart. Dat was best wel gevaarlijk. Er waren nog niet zo’n goede wegen. En je moest vaak heel lang door grote bossen lopen of rijden. En in die bossen zaten toen nog gevaarlijke dieren. Die konden je aanvallen. En er zaten ook gevaarlijke mensen in de bossen. Dat waren rovers. En je kon natuurlijk ook ziek worden onderweg. Dan werd je niet meteen naar een modern ziekenhuis gebracht. Je ziet, dat het in die tijd heel gevaarlijk was, om zo’n grote bedevaart te maken. Daarom is Judocus later ook de patroon geworden van andere mensen die zo’n gevaarlijke bedevaarten maakten.

Wanneer Judocus uit Rome terug is, gaat hij ergens wonen, waar niemand anders woont. Hij woont heel ver van de andere mensen af. We noemen dat een kluizenaar. Maar God heeft andere plannen met Judocus. In het jaar 652 wordt hij tot priester gewijd. Nu gaat hij samen met een rijke graaf een kerk bouwen. Die is toegewijd aan de heilige Martinus. Vanuit deze kerk gaat Judocus zorgen voor de mensen. Hij leert hun veel over God. Vooral laat hij door zijn leven zien, dat God heel goed is.

Veel mensen gaan begrijpen, dat je best meer over God mag nadenken. Ze willen ook zo gaan leven als Judocus deed. Er gaan een stel mensen bij elkaar wonen als kluizenaars.

Dat is dan in de buurt van Boulogne in het noorden van Frankrijk. Later is deze kluis – zo heet een huis waar een kluizenaar woont – een beroemde abdij geworden. Judocus is op deze plaats gestorven.

Je kunt nu wel begrijpen, waarom hij vaak wordt afgebeeld als een pelgrim, of ook als een kluizenaar.
Soms zie je ook beelden of platen, waarbij een kroon aan de voeten van Judocus ligt.

We vieren het feest van Judocus op 13 december.

Heilige Judocus, wij willen soms wel graag de baas spelen. Wij vergeten dan, dat God de baas is over alle mensen. Hij houdt van ons en wil goed voor ons zijn. Help ons, dat wij ook van God houden. Dan kunnen we ook van de andere mensen houden en hoeven we niet meer de baas te spelen. Amen.