Bookmark and Share

Amandus

We gaan nu heel ver terug in de geschiedenis. We schrijven ongeveer het jaar 600. In het zuiden van Frankrijk wordt Amandus geboren. Hij is nog maar een kind als zijn ouders hem naar een eiland sturen. Daar is een klooster, waar de jonge Amandus wordt opgevoed. Wanneer hij weer van het eiland afkomt, gaat hij naar Tours. Daar ligt Martinus begraven, zoals je weet. Hier begrijpt Amandus, dat God hem nodig heeft. Hij wil een zwerver voor God worden. Hij wil daarmee laten zien, dat hij alles weggeeft voor God. Hij laat zijn familie los, zijn vaderland, maar ook alles wat je onderweg niet mee kunt nemen.Veel van deze zwervers voor God gaan ook overal waar ze komen aan de mensen over God vertellen. Maar Amandus zal nog vijftien jaar moeten wachten voordat hij zo ’n zwerver mag worden. Hij laat zich eerst inmetselen in een ruimte, waar hij helemaal alleen is. Zo bereidt God hem in de stilte voor op zijn taak.

Wanneer Amandus ongeveer dertig jaar oud is, gaat hij naar Rome. Hij gaat aan de paus vragen, hem ergens naar toe te sturen. De paus maakt Amandus tot bisschop. Maar hij benoemt hem niet in een bisschopsstad. Amandus zal een zwervende bisschop worden, die vooral naar de streek van de Franken en Friezen moet gaan. Dat is dus in onze streken. Nu gaat Amandus rondtrekken. Hij trekt over de Pyreneeën, hij zwerft rond in Oostenrijk, maar vooral ook in België. In dit gebied moeten de mensen niets van het christelijk geloof weten. Vooral een aantal vrouwen is zo fel, dat ze Amandus in de Schelde dreigen te verdrinken. Al zijn helpers zijn daar zo van geschrokken, dat ze vluchten. Amandus blijft.Tot dat Amandus door een wonder diepe indruk maakt op de mensen. Nu laten ze zich dopen. Ze breken hun tempels af en laten Amandus met hulp van de koning en van rijke edelen overal kerken en kloosters bouwen. Dan sterft in Maastricht de bisschop. Koning Sigibert, die door Amandus is gedoopt, stelt nu aan de bisschoppen en de gelovigen voor, dat Amandus de nieuwe bisschop van Maastricht wordt. Maar dat zal tegenvallen. Vooral de priesters willen geen vreemdeling als bisschop. Ze maken het Amandus heel moeilijk en willen niet naar hem luisteren. Amandus schrijft dan een brief aan de paus. Deze schrijft dadelijk terug. Amandus moet zich niet laten ontmoedigen. Hij mag zijn gelovigen ook niet in de steek laten. In dezelfde brief vraagt de paus iets heel belangrijks aan Amandus. Er zijn mensen die verkeerde dingen over Jezus leren. Amandus moet daar nu namens de paus naar toe. Natuurlijk heeft Amandus deze opdracht willen uitvoeren, maar de bisschoppen van die streken willen niet naar hem luisteren.

Na heel wat jaren zwerven en preken gaat Amandus nu voorgoed naar het klooster in de buurt van Doornik. Daar ging hij na elke reis heen om te rusten. Daarvoor heeft hij het klooster laten bouwen. Het was zijn thuishaven, waar hij altijd naar terug kon. Zo’n klooster had Willibrordus in Echternach. Als hij moe gepreekt was, dan ging hij daar uitrusten. En als hij een tijdje niet kon gaan preken omdat het oorlog was, dan bleef hij zolang in het klooster. Zo had Amandus zijn thuis in de buurt van Doornik. Wanneer Amandus oud en moe geworden is, laat hij de bisschop van Reims komen en een notaris. Hij verdeelt de weinige dingen die hij heeft. Dan vraagt hij, of ze hem in de kerk van zijn eigen klooster willen begraven. Dat is natuurlijk ook gebeurd. Zo is Amandus gestorven, nadat hij ervoor heeft gezorgd, dat in onze streken kerken en kloosters zijn gekomen, zodat de mensen God leren kennen en van Hem gaan houden.

We vieren het feest van Amandus op 6 februari.

Vader in de hemel, wij danken U, dat U ons het geloof gegeven hebt. Help ons zo te leven, dat wij echt Uw kinderen zijn. Amen.