Bookmark and Share

zondag 30-09-2012, de 26e zondag door het jaar B 

CRÈCHE

OPENINGSWOORD

Lieve mensen, allemaal van harte welkom bij deze viering van de Dag des Heren. Na een week van werken voor God en voor elkaar, willen wij geestelijk weer even op adem komen en erbij stilstaan van wie wij al het goede hebben ontvangen.

Als je een lange reis maakt, moet je soms meerdere keren de weg vragen. Zo is het hier ook. God wijst de weg voor de komende week. En uit bijvoorbeeld de woorden van de tweede lezing van vandaag kunnen wij weten, dat wij, mensen, soms vergeten voor wie wij al het mooie en goede krijgen: niet alleen voor onszelf, maar ook om anderen daarin te laten delen.

Ook al is er sprake van een groeiende economische crisis, West-Europa en andere werelddelen staan nog vol met auto’s, prachtige huizen, computers, plasmatelevisies en andere dure apparatuur, maar wij moeten blijven denken aan hen, die het veel minder goed hebben dan wij. Als wij hen vergeten, zal onze rijkdom - zo zegt diezelfde tweede lezing - ooit een getuige zijn tegen ons. Maar als wij van de rijkdom waarvoor wij hard hebben gewerkt, uitdelen aan anderen, dan zal God zeggen: Kom maar binnen, je bent een goede dienaar geweest.

Keren wij even in onszelf, brengen wij onszelf te binnen wat er de afgelopen week aan goed en kwaad is gebeurd. Danken wij voor het goede. Vragen wij vergeving voor het kwade èn ... beloven wij beterschap!

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Goede God, Gij kent geen aanzien van persoon en Gij sluit niemand van uw liefde uit. Blijf ons voor ogen houden, dat echte liefde altijd rechtvaardigheid veronderstelt. Geef, dat wij ons niet beter wanen dan de anderen, en het goede erkennen, dat buiten ons geschiedt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Wij allemaal hebben een bepaalde manier van denken. Hoe die wijze van denken is hangt ook af van ons karakter. Jezus Christus was - en is nog steeds - God en tegelijk een echt mens. Dus ook Hij heeft karakter. Ook Hij heeft zijn manier van denken. Maar hoe was dat dan bij Hem? Was Hij als Zoon van God, die alles kan en alles weet en alles goed doet, extreem in z’n spreken, z’n doen en laten? Kende Hij dan geen toegeeflijkheid, geen barmhartigheid? Of wist Hij misschien alles wat op zich goed is op een wonderlijke manier in zich te verenigen? Zo van “Van alles wat, maar alles op zijn tijd”?

In het evangelie lezen wij, dat Hij inderdaad uitersten in zich draagt. Van de kleinste goede zaak kon Hij iets groots maken. Al geven wij iemand maar een beker water, omdat hij van Christus is, dan zullen wij zeker ons loon daarvoor krijgen. Maar aan de andere kant heeft Hij het ook over een molensteen om je hals als je een kleine, die gelooft, aanleiding tot zonde geeft. Hij heeft het over het afhakken van handen en voeten.

Toen de apostelen vóór Pasen en Pinksteren nog in de leerschool van Christus waren, gebeurde het vaker, dat zij verhalen van Jezus niet begrepen. Maar ná zijn Verrijzenis maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften (Lucas 24, 45). Sindsdien herinnerden zij zich wat Jezus allemaal had gezegd en zij kenden ook de betekenis van alle uitspraken. En geen van de apostelen heeft ooit die radicale teksten over het afhakken van handen en voeten letterlijk uitgelegd. Het afhakken van een hand zou ook te weinig helpen, want het gaat niet alleen om de hand waarmee je bijvoorbeeld iemand wilt slaan, het gaat ook om het verlangen dàt je iemand wilt slaan, om de wraakgevoelens, en die leven in je hart.

Tussen haakjes, velen van ons zullen wel weten, dat het afhakken van handen nog steeds gepraktiseerd wordt bij radicale moslims. Daarom is het belangrijk, dat wij God vragen om de ogen van díe moslims te openen voor de liefde van Jezus Christus. Wij moeten ons niet afvragen waarom God dat geweld toelaat. Sommige mensen kunnen zich beter afvragen of zijzelf God wel vragen om een einde te maken aan dat geweld. Vraagt en gij zult verkrijgen, zegt Jezus Christus. Zelf bid ik vrijwel iedere dag voor dat soort gewelddadige mensen.

Waar het Jezus Christus om gaat is, dat wij in onze keuze voor of tegen God niet kunnen komen aanzetten met compromissen. VVD en PvdA, die moeten wel compromissen sluiten. Maar God is geen politieke partij. Er is geen gulden middenweg. Met zijn radicale woorden wil Jezus benadrukken wat er op het spel staat. Onze keuze voor God, ons leven met God, ons leven met Gods grote mensenfamilie, is waardevoller dan onze hand, onze voet of ons oog.

In het bedrijfsleven en ook in het privéleven zijn er mensen, die bereid zijn om heel wat op het spel te zetten. Soms studeren mensen jaren lang om dàn te kunnen profiteren van een goede baan en een mooi salaris. Als je het aan je hart hebt en de dokter zegt, dat je nog jaren kunt voortleven ... àls je níet meer rookt, géén vet meer eet, méér beweegt en mínder gestresst leeft, dus als je radicaal je leven verandert, zijn dan niet veel mensen zonder meer daartoe bereid? Zouden ook wij niet dergelijke offers moeten willen brengen omwille van dat nog veel grotere geluk van het samenleven met God en zijn grote mensenfamilie?

Misschien denken wij, dat wij een dergelijke radicale keuze niet kunnen opbrengen? Dat dat alleen maar is weggelegd voor de apostelen en andere grote heiligen. Dat meende al de helper van de grote profeet Mozes, zo hoorden wij in de eerste lezing van vandaag. Twee mannen, Eldad en Medad, stonden wèl op de lijst, maar waren niet naar de tent van samenkomst gekomen - zeg maar ‘niet naar de kerk gekomen’ - en toch profeteerden zij in het kamp. Jozua meende, dat dat niet kon en wilde het laten verbieden, maar Mozes wees hem erop, dat hij zou willen, dat héél het volk profeteerde en dat God zijn Geest op héél het volk zou laten neerdalen.

Ook de apostelen in het evangelie van vandaag meenden, dat een grootse daad als het uitdrijven van een boze duivel alleen maar aan hen was voorbehouden, maar Jezus zei: “Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken”.

Over duivels gesproken: ik hoop niet, dat iemand van ons denkt, dat die enkele duizenden jongeren, die in de nacht van 21 op 22 september het dorpje Haren terroriseerden, dat zonder hulp van boven hebben gedaan, of beter gezegd: hulp van beneden. Die jongeren zijn uit zichzelf niet zo slecht. Daar ben ik heilig van overtuigd. Maar zoals Gods heilige Geest en de engelen ons goede gedachten kunnen influisteren, zo kunnen duivels ons kwade gedachten ingeven. Zij kunnen mensen opzwepen, meeslepen in een tsunami van kwaad. Wij bidden niet voor niets: Leid ons niet in bekoring. Veel van die jongeren hebben zich laten bekoren, hebben zich laten meeslepen. Zij kennen noch Jezus noch de duivel. Ook hier weer geldt, dat wij God moeten vragen om deze jonge mensen de ogen te openen. Hebben wij die kleine moeite er voor over!? Bidden wij voor jongeren, die God nog niet kennen!? Als voldoende mensen God om het goede vragen, dan zal het gebeuren, grootschalig. Zijn er te weinig mensen, die om het goede vragen, dan zal het goede slechts hier en daar gebeuren. Aan ons de keus!

Wij hebben allemaal een verschillende taak, óók binnen de Kerk. Wij zijn niet allen pastoor, niet allen koster, niet allen zorgen wij voor de bloemen, maar geroepen tot grootse daden zijn wij wèl allemaal en iedereen kan van God de kracht krijgen om het te kunnen ... als wij maar willen ... als wij maar voor onszelf èn voor anderen vragen om de Geest, die levend maakt.

Lieve mensen, er staat in de heilige Schrift, de Bijbel, geschreven, dat het Rijk Gods komt met geweldige kracht en dat geweldige mensen er lid van kunnen worden. Niet geweldig in de zin van ongelofelijk knap, intelligent, maar mensen, die beslissingen durven nemen en zichzelf willen aanpakken.

Wij lopen er misschien al maanden aan te denken om bijvoorbeeld een taal te gaan studeren, maar als wij nooit eens de telefoon pakken en tegen onszelf zeggen “En nou ga ik opbellen naar ... de Leidse Onderwijsinstelling”, dan komt het er nooit van. Wij voelen al een hele tijd aan, dat wij die ene ruzie in orde moeten maken. Wij zijn al een jaar niet meer bij elkaar geweest. Dan moeten wij tegen onszelf zeggen: “En nou ga ik naar hem toe” en wij pakken de auto en proberen het in orde te maken.

Jezus navolgen is: de koe bij de horens vatten, beslissingen durven nemen. Je leven willen veranderen. Een goede beslissing voor vandaag zou kunnen zijn: God, vanaf vandaag gaat het niet meer om mij. Het gaat voortaan om U en mijn medemensen. U wil ik eren. Mijn medemensen wil ik helpen.

Durven wij het aan. Een beloning zullen wij er zeker voor krijgen, in dit leven èn in het toekomstige.