Bookmark and Share

vrijdag 29-06-2012, hoogfeest van de apostelen Petrus en Paulus

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom op dit hoogfeest van de heilige apostelen Petrus en Paulus.

Zij zijn onze voorsprekers in de hemel. Voorwaarde voor het ondervinden van hun voorspraak en bescherming is, dat wij niet alleen tot hen bidden, maar hen ook vereren door naar hen te luisteren, hen te gehoorzamen en vooral door hun manier van leven na te volgen.

Vragen wij vergeving voor het geval onze verering te veel een kwestie van woorden was en te weinig van daden.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, Gij hebt ons deze vreugdevolle dag geschonken, waarop wij het Hoogfeest mogen vieren van de apostelen Petrus en Paulus. Laat uw Kerk in alles hun leer blijven volgen, zoals zij eens van hen het geloof heeft ontvangen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, .... .

PREEK

Er bestaan allerlei verenigingen. Ieder van hen heeft een eigen doel, een eigen stijl ook. De leden van een kunstenaarsvereniging bijvoorbeeld zijn veelal een beetje artistiek, in hun werken uiteraard, en ook in hun uiterlijk.

Christenen hebben ook een bepaalde stijl, een manier van leven. Wij geloven niet alleen dat Jezus Christus als God-mens heeft bestaan - en nog - juist omdat Hij de God-mens is laten wij heel ons bestaan, onze manier van leven, door Hem invullen. Wij weten, dat wij uit Hem afkomstig zijn en door dit leven heen naar Hem op weg zijn.

Vandaag wil ik hebben over één bepaald aspect van ons christen-zijn; een aspect, dat ook in het leven van de apostelen een heel belangrijke rol speelde. De apostel Petrus zegt in het 19e hoofdstuk van het Matteüs-evangelie het volgende tegen Jezus: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” De apostelen hebben inderdaad letterlijk alles opgegeven: hun gezin, hun baan, hun bezittingen. Nu is dit een aspect dat God niet van iedereen in dezelfde mate vraagt. Maar voor iedereen geldt, dat wij niet twee heren kunnen dienen: wij kunnen niet God dienen èn de mammon, geld en bezit. Hoe daar nu mee om te gaan?

Het is God zelf, die ons de schepping heeft geschonken om er van te genieten. Hij heeft ons verstand gegeven, zodat ook wij mooie en waardevolle dingen kunnen maken, maar - en nu komt het op de stijl aan - al die zaken mogen geen plaats hebben in ons hart, want het hart van de mens is de woning van God. Zoals water en vuur niet samengaan, evenmin licht en donker, zo gaan God en de dingen van de schepping ook niet samen. Zij kunnen niet in één huis leven alsof zij even waardevol zijn.

Als ons hart bijvoorbeeld vol is van het verlangen om één bepaald iemand te zien, dan is er in ons hart geen ruimte meer voor God. Of ... door dat sterke verlangen zien wij niet dat een andere medemens in nood verkeert. Het verlangen houdt ons te veel bezig. Een christen is dus iemand, die geniet van de schoonheid van de dingen en van de mensen om hem heen. Maar tegelijkertijd zorgt hij er voor dat zijn hart niet vol is van die dingen, van bijvoorbeeld het krijgen van een nieuw huis of een nieuwe auto, want wie al te zeer met verlangens bezig is, sluit God en anderen buiten.

Is het niet door sterke verlangens naar rijkdom en macht, dat ruzies en oorlogen ontstaan? Is het niet door het verlangen naar vergelding, dat mensen niet tot vrede kunnen komen?

God vraagt ons onze verlangens naar van alles en nog wat een beetje te temperen, en dan het leven te nemen zoals het komt. Zijn wij in de gelegenheid een nieuwe t.v. te kopen of een mooie vakantiereis te maken, prachtig, doen, laten wij God er om danken. Maar als het niet kan, moge onze innerlijke vrede dan niet verstoord worden door een verlangen dat toch niet te vervullen is. Worden wij getroffen door een ziekte of door ontslag, heel erg. Proberen wij er iets aan te doen, maar als het onvermijdelijk is, moge onze innerlijke vrede dan niet worden verstoord door een verlangen, dat toch niet te vervullen is. Proberen wij dan ons kruis te dragen.

Wie het leven neemt zoals het komt, met z’n goede en z’n kwade kanten, en er niet met ongeremde verlangens tegen in gaat, die zal een grotere innerlijke vrede ervaren.

Iedere eucharistieviering gedenken en vieren wij het lijden, sterven èn verrijzen van onze Heer. En als Petrus zegt “Zie, wij hebben alles prijsgegeven. Wat zullen wij dus krijgen?”, dan mogen wij weten, dat Jezus Christus ons zegt: “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden”.

‘Zijn leven verliezen’, wij kunnen daarbij denken aan het laten afsterven van verlangens. Doen wij dat, dan lijken wij op Christus. En als wij met Hem sterven, mogen wij ook met Hem leven.

Broeders en zusters, als wij onze verlangens temperen, hoeven wij niet bang te zijn, dat wij tekort komen. Dat hoorden wij zojuist al: Wie met Christus sterft, mag met Christus leven. Maar die grote apostel Paulus sprak er ook over in de tweede lezing van vandaag. Hij zei: “Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen, die met liefde uitzien naar zijn komst.

Paulus ziet het christelijke leven als een strijd. Je moet er voor knokken om een christen te kunnen zijn. Je moet jezelf een beetje geweld willen aandoen om je hart niet vol aardse verlangens te laten zijn, maar vol van God en de naaste, welke ook.

Broeders en zusters, proberen wij in ieder geval onze verlangens een beetje in de hand te houden. Wie het probeert zal al gauw de smaak te pakken krijgen en genieten van een steeds groeiende innerlijke vrede.

Proberen wij zo de apostelen na te volgen in hun armoede, door een zekere armoede van geest: dat wij genieten van de rijkdommen van deze wereld zonder ze evenwel in ons hart binnen te laten.