Bookmark and Share

Preek op donderdag 27-12-2012, H. Johannes, apostel en evangelist, diaken Eelke Ligthart

OPENINGSWOORD

Johannes de evangelist was de jongste van de twaalf apostelen. Zoon van Zebedeus en broer van Jacobus. Hij was de leerling die door Jezus werd bemind en bij het laatste avondmaal was hij in de onmiddellijke nabijheid van Jezus. Hij schrijft niet veel over zichzelf. Met Petrus en Jacobus was hij getuige van Jezus’ doodsangst in de hof van Olijven, de verheerlijking van Jezus op de berg Thabor en met Maria stond hij onder het kruis.
Hij schrijft geen verslag van het leven van Jezus, maar het is meer een getuigenis van de menswording van God: “Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, Jezus de Verlosser”.
In de eerste lezing spreekt Johannes daar over. Over het woord dat leven is, het eeuwig leven dat bij de Vader was en zich aan ons heeft getoond. Hij wil dat delen met iedereen, zodat onze vreugde volkomen mag worden.
In het Evangelie maakt Maria Magdalena Petrus en Johannes er op attent dat men de Heer uit het graf heeft weggenomen en dat ze niet weet waar ze Hem hebben neergelegd. Simon Petrus gaat als eerste het graf binnen en ziet wat Maria Magdalena heeft verteld. Johannes echter gaat het graf binnen, en zo staat er “Hij zag en geloofde”. Horen en zien en dan geloven, wat is dat soms moeilijk voor mensen van onze tijd. Bidden we samen om vergeving daar we twijfels hebben.

PREEK

“Wij hebben het gezien en wij getuigen ervan, wij maken het u bekend”. Afgelopen maandagavond vierden we de menswording van Jezus. God heeft zijn eigen zoon naar de wereld gezonden uit liefde voor de mensen. En Jezus heeft duidelijk laten zien wat liefde is. Hij maakte mensen weer gelukkig, hij bracht hen weer tot leven, de mens maakte kennis met zijn liefde. Zij hebben het gezien en gehoord en getuigen ervan naar ons toe. Johannes die anders nooit in de directe vorm over zichzelf spreek, kan het nu niet nalaten om te zeggen dat Jezus liefde is. Hij heeft alles met Jezus meegemaakt, het was eigenlijk onvoorstelbaar, het was goddelijk en dat kan hij niet voor zich houden. Hij wil die boodschap met anderen delen:
“Opdat gij samen met ons deel moogt hebben aan de gemeenschap die ons is gegeven met God en zijn Zoon Jezus Christus”.
Die boodschap is voor alle geslachten na Johannes, met dat verschil dat hij heeft gehoord en gezien, en wij hebben gelezen, gehoord, maar niet gezien!
In onze wereld willen velen overal bewijs van zien, alles kunnen verklaren voor- dat men iets aanneemt en gelooft. Konden we maar eens ruilen met Johannes, en Jezus zelf zien en misschien ook wel aanraken. Maar zelfs dan weet je haast wel zeker dat er toch nog ongelovigen zullen zijn. Immers in de tijd van Jezus hebben velen Hem persoonlijk gekend, maar geen geloof in Hem gevonden. Dat was voor velen een stap teveel. Hij werd zelfs een bedreiging en werd ter dood gebracht. De tekens die Jezus gaf, die aangaven wat Gods liefde voor de mensen is, waren blijkbaar niet overtuigend genoeg voor sommigen.
Ook aan de mensen van vandaag, aan ons worden die tekens gegeven. Daarin komt Jezus naar ons toe, hij vergeeft, hij zalft, geneest en spreekt weer moed in. In de H. Eucharistie ontmoeten wij Hem zelf, als we hem op ons hand dragen en tot ons nemen. Zo eenvoudig is ons geloof, een menselijke manier met eenvoudige tekens van brood en wijn. Verwachten wij niet teveel? Zoeken wij niet te ver? God sprak door Jezus immers mensentaal en verstaan we dat nog? Zijn taal en handelingen overnemen, het is aan ons gegeven. Het steeds blijven herhalen om werkelijk die gemeenschap met God en zijn Zoon Jezus Christus te ervaren.
Eenvoudig is dat niet. Geloven blijft een werkwoord. Zelfs Petrus en Johannes moeten eerst het lege graf van hun Meester zien, om alles op een nieuwe manier te kunnen zien, zich te herinneren wat Jezus had gezegd over een tempel afbreken en in drie dagen weer op te bouwen. Emmaüsgangers die Hem pas herkenden in het breken van het brood. Daarna zagen ze en geloofden ze en hun vreugde werd volkomen.
Laten ook wij ons vasthouden aan wat we gehoord hebben en gezien hebben in de dingen die van God komen.

AMEN.