Bookmark and Share

27-05-2012, Pinksteren

OPENINGSWOORD

Beste medegelovigen, van harte welkom. Wij vieren het feest van Pinksteren. Al lang vóórdat Jezus Christus in onze wereld kwam, bestond er een Pinksterfeest. Het was een dankfeest om de nieuwe oogst, het nieuwe leven op de akkers. Maar nu gaat het om nieuw leven in de akker van ons hart.

Al in het Oude Testament zei Jahweh God het volgende bij monde van de profeet Ezechiël: “Ik zal hun een nieuw hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste uitstorten; Ik zal het stenen hart uit het lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven” (11, 19).

Moge de Geest ons begeesteren, geestelijker maken, zodat er nieuw, warm leven in ons komt en wij makkelijker kunnen meebouwen aan een nieuwe wereld van vrede en eenheid. Wij hoeven maar om ons heen te kijken, iedere het journaal te volgen, dan weten wij, dat de wereld zit te springen om vrede en eenheid.

Veel mensen weten echter niet dat alleen God dit nieuwe leven kan geven. Zijn wij mensen, die de heilige Geest willen ontvangen èn doorgeven aan anderen... door te leven in de Geest van Jezus.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Eeuwige, altijd aanwezige God, vandaag voltooit Gij het paasmysterie van uw Zoon. Gij zendt uw Pinkstergeest over uw Kerk en leert uw gelovigen de taal verstaan van uw liefde. Laat ons verademen in uw Geest, het goede smaken door zijn wijsheid en vreugde vinden in zijn vertroosting. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... .

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Broeders en zusters, er zijn op onze aarde nog veel oorlogen aan de gang: Afghanistan, Irak, Syrië, Soedan. Ik meen, dat er wereldwijd zo’n 20 oorlogen aan de gang zijn. Aan spanningen tussen volkeren is geen gebrek. Wij zijn er nog lang niet.

Wij hoeven echter niet zo ver te zoeken. Er zijn gezinnen met onvrede tussen ouders en kinderen, tussen ouders onderling. Veel mensen houden hun hart vast voor wat er de komende tijd in Europa gaat gebeuren. Hoeveel onrust zal de toenemende crisis brengen?

En wij kunnen nòg dichter bij huis blijven: hoe zit het met de vrede in ons eigen hart!?

Wij komen iedere dag in verschillende situaties terecht, ontmoeten mensen, die allemaal anders zijn, en al die situaties, al die mensen, roepen reacties bij ons op. De ene keer denken wij: Ha, fijn, dat zij er is. En een andere keer denken wij: Hemeltje lief, daar heb je hem ook weer. Reacties, die uiteenlopen van blijdschap tot woede en soms zelfs haat en alles wat er tussen zit.

En terwijl wij met een of ander gevoel zitten, komt opeens Jezus binnen en zegt: Vrede zij u! Als wij ook maar een beetje openstaan voor de goddelijke gaven, komt er op dat moment blijdschap in ons hart. En om iedere twijfel weg te nemen, zegt Christus het nòg een keer: Vrede zij u!

Wanneer die blijdschap er eenmaal is, mogen wij haar niet voor onszelf houden. En daarom geeft Hij zijn heilige Geest. Hij blaast over de apostelen - vandaag laat Hij de heilige Geest ook als een frisse wind door ons kerkgebouw en door ons leven waaien - en geeft de apostelen de opdracht, dat wat zij hebben ontvangen, door te geven aan anderen.

Zo eindigde de eerste lezing. De mensen, die op het horen van dat hemelse gedruis waren komen aanlopen, zeiden van de leerlingen: “Wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden”.

Iets dergelijks stond ook in de tweede lezing, namelijk: “...aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld... tot welzijn van allen”. Je mag de wijsheid en kracht en liefde, die het geloof jou geeft, niet voor jezelf houden. Je moet er van uitdelen, èn... je hoeft nooit bang te zijn daardoor zelf minder te hebben. In tegendeel, wie uitdeelt, krijgt nog meer.

Gaan wij even terug naar onze eigen gevoelens. Wij, mensen, zijn vaak als een riet in de wind. Komt de wind uit het oosten, dan buigt het riet naar het westen. Komt de wind uit het zuiden, dan buigt het riet naar het noorden. Zo is het dikwijls ook met ons. Gebeurt er iets ergs, dan laten wij het kopje en de schouders hangen. Gebeurt er iets fijns, dan zijn we opgewekt. Mijn moeder zei weleens: onze stemmingen wisselen wel zeven keer per dag. Zeven betekent dan: heel wat keren.

De tweede lezing begon ook over ‘verschillende stemmingen’, over goed en kwaad. Paulus spreekt over mensen, die zeggen “Jezus is vervloekt” en van hen zegt hij, dat zij niet onder invloed staan van de heilige Geest. En hij heeft het over mensen, die zeggen “Jezus is de Heer”. En dan verklaart hij, dat je dat alleen maar kùnt zeggen als de heilige Geest in jou werkzaam is.

Mensen vragen zich weleens af of God wel wat doet, voor henzelf, voor de Kerk en de wereld. Misschien zit Hij wel hoofdschuddend in een luie stoel met de armen over elkaar naar ons te kijken. Wel, als je zegt “Jezus is de Heer” of je zegt zo aanstonds “Ik geloof in God de almachtig Vader”, dan is het de heilige Geest in jou, die jou dat laat zeggen. Zonder Hem zou je het niet kunnen. Zoals ons lichaam niet kan leven zonder zuurstof en bloed, zo kunnen wij als mens niet leven en werken zonder de heilige Geest. Al het goede dat wij doen gebeurt onder invloed van de heilige Geest. Als je iemand een helpende hand biedt, als je een schietgebedje uitspreekt voor iemand, die zit te huilen, als je iets weggeeft voor een goed doel, dan lijkt uit jezelf te komen, maar al het goede komt van God, van Gods heilige Geest. Wij zijn geschapen naar het beeld en gelijkenis van de goede God.

Het zou de moeite waard zijn om de komende week eens de stemmingen van ons hart te peilen. Om er a.h.w. een radar op te zetten. Op een radar zie je verschillende lichtpuntjes. Ieder puntje is een ander voorwerp. Een radar op ons hart zal ook verschillende punten laten zien: aan de ene kant boosheid, ongeduld, jaloezie, geen zin hebben, je eigen gang gaan, kwaad met kwaad vergelden. Als wij dit soort ‘donkere puntjes’ op onze radar zien en wij geven er aan toe, dan weten wij: Nu sta ik even niet onder invloed van de heilige Geest. Ik heb mij nu afgesloten. Maar als wij op onze radar aan de andere kant echte lichtpuntjes zien: blijheid, geduld, een ander iets gunnen, zin máken, kunnen luisteren, gehoorzamen, kwaad met goed vergelden, dan weten wij: nu sta ik onder invloed van heilige Geest.

Het is voor Kerk en wereld zó belangrijk, lieve mensen, dat wij leven onder invloed van de heilige Geest, want wat doet de heilige Geest volgens de tweede lezing van vandaag? Daar staat: “...in de kracht van één en dezelfde Geest zijn wij door de doop één enkel lichaam geworden”. Er zijn tegenwoordig zo veel individuutjes, mensen, die t.o.v. elkaar als eilanden leven. Maar de heilige Geest maakt mensen juist één. Mensen, die leven in de Geest van Jezus Christus, horen bij elkaar, voelen zich tot elkaar aangetrokken, vormen één grote familie, zoals wij hier in onze parochiekerk. Alleen dat kan onze Kerk en onze samenleving redden: dat mensen in en door de heilige Geest leven in verbondenheid met elkaar.

Wij bidden en zingen om de heilige Geest. En dat moeten wij ook blijven doen. Maar hèt middel om de heilige Geest, die Geest van eenheid, naar ons toe te trekken is proberen te leven in de Geest van Jezus Christus. De dingen proberen te doen zoals Jezus Christus ze zou doen. Dat komt de Geest vanzelf. Ja, dan is Hij er reeds.

Er zijn tegenwoordig veel ‘losgeslagen mensen,’ kinderen, jongeren en ouderen. Zij hebben een plek nodig waar zij zich ‘thuis’ kunnen voelen. Dat kan alleen in de heilige Geest, want uit Hem zijn wij voortgekomen, naar Hem zijn wij op weg.

Ik wens jullie allen, mede namens diaken Frank Kamp, van harte een ‘Zalig Pinksteren’. Moge het vuur van Gods heilige Geest ons leven verlichten. Hebben wij veel over voor God en voor elkaar. Dan komt de Geest van eenheid en vrede. Ja, dan is Hij er al!