Bookmark and Share

27-04-2012, vrijdag in de derde week van Pasen

OPENINGSWOORD

Het gaat letterlijk over bloedserieuze zaken: Jezus, die zijn Lichaam en Bloed aan ons geeft, zijn diepste wezen, zijn godheid en zijn mensheid, om ons eeuwig te kunnen laten leven. Het is niet zomaar een geschenk. Het gaat niet om een mooi boek of om een compleet huis. Nee, Hij geeft zichzelf, totaal, veel meer dan wij ons aan elkaar kunnen schenken. Hij wordt volkomen één met ons en wij worden één met Hem. Wij worden langzaam aan in Hem veranderd. Stapje voor stapje worden wij een andere Christus.

Vragen wij, dat wijzelf en steeds meer katholieken weer ietsje meer mogen gaan begrijpen van dit allergrootste geheim van de heilige Eucharistie.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Almachtige God, wij hebben de genade leren kennen van Christus' verrijzenis. Wij vragen U: mogen de Geest van liefde ook ons doen verrijzen tot nieuw leven. Door Onze Heer Jezus Christus, uw Zoon...

PREEK

Wat zal Ananias hebben gedacht toen de Heer hem in een visioen vroeg om te gaan bidden met Saulus van Tarsus? Hij had al gehoord over deze man. De hele Kerk kende deze gewelddadige vijand. Het gerucht ging, dat de hogepriester hem toestemming had verleend om in alle synagogen van Damascus de volgelingen van Jezus te arresteren. Saulus wilde blijkbaar alle gelovigen uitroeien. Dus waarom zou Ananias naar Saulus moeten toegaan?

Maar de Heer verzekerde Ananias dat Saulus een gelovige was geworden, hij zou dus naar hem toegaan als naar een broeder. Ananias werd geroepen om de radicale stap te maken van het liefhebben van de vijand, iets wat Jezus herhaaldelijk had geleerd toen Hij nog op aarde leefde. Ananias werkte met God samen en zo kon hij voor Saulus een instrument van vergeving en van genezing.

Wij weten eigenlijk van niemand hoe ver hij of zij gevorderd is op de weg naar het christendom, ook van onze vijanden weten wij dat niet. En wij weten ook niet hoe belangrijk onze gebeden, onze woorden of daden zijn om iemand te helpen met het zetten van net dat laatste stapje. Wij zouden eraan moeten denken, dat onze vijanden niet alleen maar mensen zijn, die er misschien op uit zijn om ons te grazen te nemen. Jezus roept ons om de mensen, die wij maar moeilijk kunnen beminnen, toch lief te hebben, mensen, die het ons hoe dan ook lastig maken. Misschien vinden sommige mensen het moeilijk om te zien hoe de heilige Geest aan het werk is in mensen met wie wij al gedurende langere tijd in onmin leven. Of wij zien misschien niet de noden van de mensen van wie het leven helemaal in orde lijkt te zijn, maar die toch op zoek zijn naar de diepere betekenis in hun leven. Welke barrière er ook moge zijn, Jezus roept ons op om alle mensen te zien als onze broeders en zusters, als medeleden van zijn lichaam.

In plaats van redenen te bedenken waarom wij op onze hoede zouden moeten zijn, zouden wij de Heer moeten vragen om naar mensen te kunnen kijken op de manier waarop Hij dat doet. Hoe meer wij zijn hart en zijn Geest volgen, hoe sterker wij ervan overtuigd zullen zijn dat wij eigenlijk helemaal geen vijanden hebben, alleen maar mensen, die erop wachten om onze vrienden te worden.