Bookmark and Share

26-03-2012, Hoogfeest van Maria Boodschap

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, ons katholieke geloof is vol van wonderlijke dingen. Dat Onze Lieve Heer iedere dag opnieuw op onze altaren komt in de eucharistie; dat wij Gods tegenwoordigheid, zijn liefde en kracht in de sacramenten mogen ervaren; dat Hij voor ons aan het kruis heeft willen sterven, het zijn allemaal zaken, die ons hart met grote dankbaarheid mogen vervullen.

Het feest van vandaag staat echt niet op de laatste plaats in orde van belangrijkheid. Dat Jezus Christus, die tot dan toe net als zijn hemelse Vader en de heilige Geest een zuivere Geest was, de veilige geborgenheid en de rijkdommen van de hemel verlaat om mens onder de mensen te worden is al een blijk van heel grote liefde. Het is een feest van nabijheid. God komt lichamelijk op onze aarde. Het is een feest van onverdiende solidariteit. Hij komt omlaag om ons menselijk bestaan met alle vreugde èn verdriet te delen en om ons bestaan te verheffen tot een goddelijk niveau.

Danken wij God voor zo veel nabijheid. Danken wij Maria, dat zij ook omwille van ons aan dit grote avontuur wilde beginnen, want vanuit de heilige Schrift wist Maria echt wel, dat haar moederschap niet alleen maar rozengeur en manenschijn zou brengen.

Wij verlagen ons weleens tot een zondig niveau. Vragen wij samen om vergeving.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, Gij hebt gewild dat uw Woord het vlees aannam in de schoot van de maagd Maria en mens werd zoals wij. Wij bidden U: mogen wij, die belijden dat onze Verlosser God en mens tegelijk is, zelf deel krijgen aan zijn goddelijk leven. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... .

PREEK

Wanneer de engel Gabriël bij Maria binnentreedt, zegt hij tegen haar: “Wees gegroet, Begenadigde, de Heer is met u”. Hij spreekt haar niet aan met de naam, die ook de mensen gebruiken, Maria, nee, hij spreekt haar aan op het bijzondere dat zij in zich draagt. Het gaat niet allereerst om de mens ‘Maria’, maar het gaat om het goddelijke, dat zij in zich draagt. Zij is ‘vol van genade’, d.w.z. dat zij helemaal leeft in de liefde van de drieëne God.

Maria wordt ‘Begenadigde’ genoemd, omdat dat iets te maken heeft met haar diepste wezen. God kan de naam van iemand wijzigen om daar bijvoorbeeld mee aan te geven dat de betreffende persoon een speciale zending heeft ontvangen. Zo werd de naam van Abram veranderd in ‘Abraham’, wat betekent dat hij vader zou worden van een menigte van volken. De naam van de aartsvader Jakob werd veranderd in de naam Israël. In het laatste boek van de heilige Schrift, het Boek Openbaring, staat geschreven, dat alle mensen die ten einde toe zullen volharden van God een wit steentje zullen krijgen met daarop een nieuwe naam. Wij zullen bij God in de hemel een heel nieuw leven gaan leiden. Daarom ook een nieuwe naam.

De nieuwe naam van Maria is ‘Begenadigde’. En dat duidt op haar goddelijk moederschap. Zij gaat in haar schoot Iemand ontvangen, die zelf alleen maar genade is. Zij moet dus - om een waardige Moeder te kunnen zijn - zelf ook vol van genade zijn.

De vrucht van die hemelse genade is natuurlijk op de eerste plaats het Kind Jezus. Maar genade heeft ook altijd te maken met het gewone dagelijkse leven. Wat Maria ook zei, wat zij ook deed, wat mensen ook tegen haar zeiden of haar en haar gezin aandeden... de reactie was altijd dat er een stroom van genade in beweging kwam. Alleen maar goedheid, alleen maar liefde. Nooit, geen enkele keer, kwam het kwade uit haar.

Wat een kontrast met ons leven. Maar wij groeien. Wij gaan de goede kant op. En daar is God blij mee. Daar moeten wij ook iedere dag op letten. Dat wij groeien. Daar hoeven niet iedere dag iets van te merken. Maar het moet toch wel zo zijn, dat wij na verloop van tijd kunnen zeggen, dat wij in genade gegroeid zijn. Dat er meer goedheid van ons uitgaat.

Blijven Jezus en Maria vereren, in woorden, maar ook in daden.