Bookmark and Share

25-04-2012, feest van de H. Marcus, evangelist

OPENINGSWOORD

Vandaag viert de Kerk de heilige evangelist Marcus.

De overlevering vertelt, dat deze gezel was van Petrus en Paulus en dat hij dezelfde is als de 'Johannes Markus' van wie sprake is in de Handelingen van de Apostelen. Als dat alles klopt, dan weten we van hem, dat hij uit Jeruzalem afkomstig was, dat zijn moeder Maria heette en huisbaas was in de stad Jeruzalem; in één van haar huizen houdt de eerste christengemeente haar eerste bijeenkomsten. Aanvankelijk vergezelde hij Paulus en Barnabas, die een neef van hem was, op hun zendingsreizen. Hij maakte ook de eerste arrestatie van Paulus mee. Later heeft hij zich bij Petrus heeft gevoegd (deze noemt hem 'mijn zoon').

Hij was in de jaren 60 van de eerste eeuw tezamen met Petrus en Paulus in Rome. Volgens de overlevering maakte hij aantekeningen van Petrus' prediking; daaruit zou later zijn evangelie groeien. Het is het oudste van de vier evangelies.

Rond het jaar 140 weet Papias over Marcus te vertellen dat deze de uitlegger is van Petrus' verkondiging; dat hij later naar Alexandrië is gegaan, dat hij de eerste bisschop van die stad zou zijn geworden en daar de marteldood zou hebben moeten ondergaan.

Laten wij op voorspraak van de heilige Marcus aan God vragen, dat ook in onze tijd weer steeds meer mensen de heiligheid van het evangelie mogen leren kennen.

PREEK

Jezus heeft aan de apostelen bepaalde instructies gegeven, namelijk dat zij over de hele wereld moeten uitgaan en het evangelie moeten verkondigen aan heel de schepping. Wij kunnen en willen niet ontkennen, dat deze instructies ook voor ons gelden. Wij zijn allemaal geroepen en gezonden om op de een of andere manier van Jezus te getuigen. Maar wat moeten wij dan denken van de tekenen waarvan Jezus zei, dat zij de apostelen zouden vergezellen!? Worden wij allemaal veronderstelt giftige slangen op te pakken, duivels uit te drijven, in andere talen te spreken en de zieken te genezen!? Hoe letterlijk kunnen wij deze verzen opvatten!?

Op de eerste plaats kunnen wij er zeker van zijn, dat de apostelen al deze dingen hebben gedaan. In de Handelingen van de Apostelen lezen wij hoe de apostel Paulus door een giftige slang werd gebeten en ongedeerd bleef. Hij dreef ook de duivel uit bij een slavin met een waarzeggende geest. In de bovenzaal spraken de apostelen met Pinksteren vreemde talen en de buitenlanders hoorden hen God prijzen in hun eigen taal. De Handelingen van de Apostelen vertellen ons ook over de talloze wonderen, die door de apostelen werden verricht waarmee zij de belofte van Jezus vervulden, dat zijn dienaren zijn werk zouden doen en zelfs grotere werken zouden verrichten.

Op de tweede plaats is het zeker dat door de eeuwen heen ook talloze heiligen wonderen hebben bewerkt. Wonderen zijn ook een vereiste voor de heiligverklaring. En de kerkelijke documenten leren ons ook, dat God speciale genaden of charisma's aan al zijn gelovigen geeft. Dat betekent natuurlijk niet, dat iedereen zieken kan genezen of vreemde talen kan spreken. Het betekent, dat God aan zijn kinderen veel verschillende gaven schenkt om zijn Koninkrijk te kunnen opbouwen. En Hij verlangt ernaar te zien, dat wij ten volle profiteren van deze prachtige gaven.

Wij zouden vandaag aan de Heer kunnen vragen of wij misschien een of andere gave hebben, die wij nog niet ontdekt hebben!? Misschien hebben wij een natuurlijk talent om anderen te onderwijzen of om dienstbaar te zijn. Het kan zijn, dat de Heer ons in staat wil stellen om deze gave op een hoger niveau te brengen. Of misschien wil Hij ons een wat meer ongebruikelijker charisma geven. Één ding waarvan we zeker kunnen zijn is dat God gebruik van ons wil maken en misschien wel op een manier, die wij niet verwachten. Laten we niet bang zijn Gods gaven te zoeken. Als God ons tot een bepaald werk roept, zal Hij ons daartoe ook de juiste middelen geven.