Bookmark and Share

Preek op zondag 23-12-2012, de vierde zondag van de advent, jaar C, pastoor Frank Domen

CRÈCHE

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom weer. In het openingsgebed, dat we zo aanstonds bidden ná het “Heer, ontferm U”, staat dat wij, mensen, blind zijn voor Gods aanwezigheid. En dat is soms ook zo. De één een beetje meer, een ander een beetje minder.

Maar ook is waar dat de huidige maatschappij het ons, christenen, wel erg moeilijk maakt. D66 zou de afgelopen week bij de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken aankaarten, dat zij van mening is, dat de kerken geen inzicht meer mogen krijgen in de Nederlandse Gemeentelijke Basisadministratie. Wij mogen dus als het aan D66 ligt niet meer via de gemeente weten wie er verhuist uit onze parochie en wie er nieuw komt wonen. Als dat doorgaat is onze administratie over een aantal jaren niet veel meer waard.

Afgelopen week kregen diezelfde D66 èn de VVD het ook al voor elkaar om de wet op de zondagsrust af te schaffen. Zo verwijdert onze Nederlandse maatschappij zich steeds meer van God.

Het Poolse Europarlementslid Konrad Szymanski heeft onlangs in Brussel zijn rapport 2012 over de godsdienstvrijheid in de wereld gepresenteerd en daar blijkt uit, dat het vooral de christenen zijn die vervolgd worden. Ook in Europa wordt de godsdienstvrijheid geschonden, luidt het. Volgens het rapport is het wel verheugend vast te stellen, dat men zich meer bewust wordt van het probleem van de schending van de godsdienstvrijheid in de wereld.

Een ander aspect van onze moderne samenleving is, is dat alles even lawaaierig is, drukke lichteffecten in reclames, alles is even schitterend.

En dat terwijl onze Verlosser juist heel rustig en bescheiden is. Geen lawaai, geen schittering, geen prachtige neonreclames in kleur.

Wij, mensen, zitten toch zo in elkaar, dat onze aandacht dikwijls eerst uitgaat naar wat opvalt. Vragen wij daarom vandaag, dat wij en alle mensen in de wereld oog en oor mogen krijgen voor wat klein is: een moeder met haar Kind in een arme stal. Dáár ligt onze redding en nergens anders.

Blijven wij vertrouwen hebben, lieve medeparochianen. Onze God is sterker dan alle politieke partijen van de wereld bij elkaar. Op zijn tijd en op zijn manier zal Hij zorgen voor een kentering. Dat is heel de kerk- en wereldgeschiedenis door al zo gegaan. Te zijner tijd zal dat zeker weer gebeuren!

Vragen wij vergeving voor de keren, dat ook wijzelf ons te veel door uiterlijk vertoon hebben laten meeslepen en God en elkaar daardoor soms over het hoofd hebben gezien.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Verborgen God, Gij kent ons, Gij weet hoe blind wij zijn voor uw nabijheid, hoe ver wij nog verwijderd staan van U, Onthul ons uw aanwezigheid, breng ons tot de gehoorzaamheid van het geloof, en roep ons tot de gemeenschap van Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst ... . Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Het evangelie van vandaag spreekt over twee vrouwen, die een kind verwachten. Maria, de moeder van de Heer, en Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper. Beide vrouwen hebben een bijzondere plaats in het heilsplan van God. Zij maken ons duidelijk wat God kan doen met mensen, die openstaan voor zijn Woord en hoe mensen handelen, die zich laten leiden door Gods heilige Geest.

Laten we eerst kijken naar Maria. Zij is een mens, die God in haar hart draagt. Maria, die door het bergland van Juda naar Elisabeth gaat, toont ons hoe het geloof aanspoort op weg te gaan om Jezus naar anderen te brengen, maar ook om het gebod van de naastenliefde in praktijk te brengen. Echt geloof is woord èn daad. Maria gaat met spoed. Een heilige onrust drijft haar voort. Zij gaat door het gebergte. Niets houdt haar tegen. Zij wil haar genade en geluk naar Elisabeth brengen om het met haar te delen.

God is voor Maria niet alleen Iemand om over te praten, maar vooral Iemand, die bij haar is, de onzichtbare aanwezige. Zo is zij voor Elisabeth de ontmoetingsplaats van de levende Heer. Elisabeth vraagt dan ook: “Waaraan heb ik het te danken, dat de Moeder van mijn Heer naar mij toekomt?”

In Maria wordt God op een nieuwe wijze ervaarbaar. Maria draagt God naar de mensen. Dat heeft zij niet slechts één keer gedaan, bij haar bezoek aan Elisabeth, nee, zij doet dat nog altijd. God komt tot de mensen door mensen, die helemaal van Gods Geest vervuld zijn.

Men zegt, dat wij leven in een tijd van Godsverduistering. Veel mensen kunnen God niet meer ervaren. Voor veel mensen is God dood. Heeft deze klacht misschien haar oorzaak in het feit dat er in Katholiek Nederland te weinig mensen zijn waarin God tegenwoordig kan zijn, zoals Hij in Maria tegenwoordig was? Wij, die allemaal toch geregeld naar de kerk gaan, onze gebeden ook thuis verrichten, kunnen misschien ons eigen vuurtje een beetje hoger opstoken!? Het is als met ouders, die soms de rommel van hun opgroeiende kinderen moeten opruimen. Zo zouden wij ook een beetje extra kunnen bijspringen!?

Kijken wij nu naar Elisabeth. Zij is het voorbeeld van een gelovige, die een bijzondere gevoeligheid heeft voor de aanwezigheid van God in andere mensen. Zij ziet niet alleen wat zich aan het oog aanbiedt, maar ook dat, wat onder de zichtbare werkelijkheid schuilgaat en daar werkzaam is. Zij kijkt als het ware dwars door Maria heen, ziet in haar Gods letterlijke, lichamelijke aanwezigheid, en herkent haar dus als de Moeder van de Heer.

Dit vermogen om het heilige in anderen te ervaren, waarmee Elisabeth zo rijk begiftigd was, kan de mens zichzelf niet geven. Dat gebeurt onder de werkzaamheid van Gods Geest. Daarom juicht Maria ook over Gods genade, die iedere tijd opnieuw in mensen werkt, óók in ons, lieve medeparochianen!

Gelukkig ben je als je gelooft, dat wil zeggen, als je het waagt een stap verder te zetten dan wat je nu weet, ziet en kunt. Hebben uitvinders dat niet ook steeds weer gedaan!? Zonder die gewone mensen, die de gewone grenzen probeerden te overschrijden, hadden wij nu geen telefoon en televisie, geen paraplu of lampen.

Beide vrouwen, Maria en Elisabeth, hebben dit gedaan, de gebruikelijke grenzen overschreden. Hun geloof is tastbaar geworden. Zij zijn voor elkaar een plaats van ontmoeting met de levende Heer geworden. Maria en Elisabeth ontmoeten elkaar; de mens die God in zijn hart draagt en de mens die God in de ander erkent en prijst, staan tegenover elkaar of naast elkaar. Beide gestalten beelden een wezenlijke grondhouding uit van een gelovig bestaan.

Laten we opzien naar Maria en ook proberen, zoals zij, de goedheid en mensenliefde van God in ons leven voor anderen zichtbaar te maken. Laten we ook kijken naar Elisabeth, die zo fijn aanvoelde hoe God ons kan ontmoeten in gewone mensen. Gaan wij door het bergland - dat wil zeggen, dat het niet eenvoudig zal zijn - naar de mensen toe en stellen wij de deur van ons hart wijd open voor God, die naar ons op weg is langs mensen om.