Bookmark and Share

Preek op donderdag 20-12-2012 in de derde week van de advent, diaken Eelke Ligthart

OPENINGSWOORD

Vandaag lezen we het verhaal van koning Achaz. Hij was koning over Juda en hij werd van alle kanten bedreigd. Koningen belegerden Jeruzalem en hij vroeg raad aan de Goden, maar niet aan de enige echte God. Hij heeft de enige echte God buiten zijn probleem gehouden en kan Hem nu niet om raad en uitkomst gaan vragen. Daar schaamt hij zich voor. Maar God zal zelf een teken geven. “De Jonge vrouw zal een zoon baren en Hem Immanuel noemen, God met ons”. Maria legt haar leven in handen van God door te zeggen: “Mij geschiede naar uw woord. Voor zover wij soms ook geen vertrouwen hebben bidden we om vergeving.

PREEK

Als mensen in het nauw worden gedreven grijpen ze alle middelen aan om uitkomst te vinden. Achaz, de koning van Juda deed dat ook. Hij wordt van alle kanten bedreigd en vreest het ergste hij wendt zich tot de goden, behalve tot de enige echte God. Achaz denkt dat het sluiten van een verdrag met de vijand zijn laatste kans is.

Maar dan laat de echte God zien, zonder dat Achaz het vraagt, dat Hij Achaz niet is vergeten. Hij laat de profeet Jesaja zijn boodschap van hoop en zekerheid overbrengen: het huis van David zal overeind blijven, hoe slecht het er nu ook uitziet. Maar als Jesaja hem zegt een teken aan de Heer te vragen, dan schaamt Achaz zich. Hij heeft immers de Heer altijd buiten alle gebeurtenissen gehouden, Hoe kan hij dan nu om hulp, om een teken vragen? Heeft hij niet alle vertrouwen in God verloren. Gelooft hij nog wel in God? God wacht dat niet af, maar geeft zelf een teken, hij neemt de leiding: “De jonge vrouw zal een zoon baren en Hem Immanuel noemen, God met ons”. God komt zijn deel van het verbond na. Het is mooi te ontdekken dat God zich nooit aan ons opdringt, maar als het water ons aan de lippen staat grijpt hij in, in de onbedachtzaamheid van mensen. Van Achaz maar ook van ons.

Maria reageert heel anders. De situatie in haar tijd en haar volk is in menselijk opzicht ook hopeloos. Hoe kom je daar uit? Met legers en met geweld zal er geen oplossing komen, de vijand is veel te sterk. Maria bidt in stilte tot God, Hij is immers de redder. Zij gelooft vast dat God nog steeds wonderen kan verrichten, daar waar de menselijke onmacht het grootst is. Het is echter onvoorspelbaar wat God doet, Hij handelt op zijn manier en heeft daarbij niet de kracht en de macht van mensen nodig. Als de nood het hoogst is, is Hij heel dichtbij.

“Vreest niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God”. Zij realiseert zich dat ze is uitverkoren om mee te werken aan het heilsplan van God in een situatie die haar overvalt. Het land lijdt onder de verdrukking van de bezetter. Hoe kan zij als eenvoudig nederige vrouw ... Maar de engel geeft een verbazing wekkend antwoord: “Gij zult een zoon ter wereld brengen… Hij zal de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden”. God zal de fysieke zwakheid van Israël aangrijpen om het volk geestelijk sterk te maken. Een kind kan zoiets bewerken? “Hoe zal dit geschieden”? “De H. Geest zal over u komen”.

Biologisch kunnen we beredeneren dat het niet kan, maar bij God is niets onmogelijk. Wij mensen, met onze kennis zullen wellicht zeggen dat er een draai is gegeven aan deze gebeurtenis, maar Maria vertrouwt op Hem en stelt zich ter beschikking: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord”. Haar geloof is totaal, haar nederigheid groot, haar vreugde volkomen.

Laten ook wij vertrouwen op de Heer die gaat komen. Niet in lijdzaam, we wachten het maar af, maar net als Maria, in groot geloof, in grote nederigheid en in vreugde Hem toelaten in ons leven, door onze stilte maar vooral door ons bidden.

AMEN.