Bookmark and Share

dinsdag 20-11-2012 in de 33e week door het jaar II, Eelke Ligthart

OPENINGSWOORD

Goede morgen, fijn dat u allemaal weer bent gekomen om te vieren Gods aanwezigheid in ons midden.
Het is voor mij de eerste keer dat ik als diaken ook door de week mag assisteren in de eucharistieviering en dan ook een korte overweging mag houden. Het is best wel spannend, maar ik zal mijn best doen.
Vandaag zullen we in de lezingen horen dat Jezus is gekomen om te zoeken en om te redden wat verloren is. Hij klopt ook aan onze deur om met ons maaltijd te houden. Stellen we ons open voor Hem en daar waar we lauw zijn geweest, belijden we onze tekortkomingen voor God en elkaar.

PREEK

Vandaag het bekende verhaal van Zacheus, de tollenaar, degene die de belastingen int van de mensen in opdracht van de bezetter. In Jericho zullen zijn dorpsgenoten hem wel met de nek hebben aangekeken. Hij werd bekeken als een soort landverrader. Bovendien het was maar een klein onooglijk en geniepig mannetje, te klein om over de menigte heen te kunnen kijken, maar hij was wel slim.

Waarschijnlijk was hij ook eenzaam, want dat word je als je wordt geminacht en niet wordt aangekeken. Gevolg kan zijn, dat je een muur bouwt om je leven. Je beschermt jezelf als het ware tegen de venijnige blikken en de hatelijke opmerkingen. Ook vandaag staat Zacheus er buiten, hij hoort niet bij die groep mensen die met Jezus meetrekken om te luisteren naar zijn verhalen en verwondert te staan over zijn wonderen.

Ook nu zijn er vele mensen, gelovigen en ongelovigen die buiten de kerk staan. Soms zijn ze op afstand gezet door het leven, door de omstandigheden waarin ze zijn terecht gekomen. Ze zijn koud noch heet, zoals dat zo mooi in de eerste lezing werd omschreven. Er heerst bij velen een soort lauwheid, een gekwetst zijn. Ze zijn niet afgehaakt, maar kijken van afstand mee en kijken uit naar betere tijden. Ze willen misschien wel, net als Zacheus, in de hoogste boom klimmen om een glimp op te vangen van naderend heil, van misschien wel een Verlosser, iemand die komt in Gods naam. Velen zijn ook niet in staat door ziekte of ouderdom naar de kerk te komen. Ze hebben het gevoel er niet meer bij te horen. Het is goed dat wij ze zijn staan of zien liggen.

In het verhaal komt er dan Een langs die die mens ziet zitten. Een die komt in Gods naam. En dan wordt de opgebouwde muur afgebroken. Het isolement smelt weg, want hij hoort dat hij geroepen wordt om bij je te komen eten. Een man door het volk veracht door zijn daden, wordt door Jezus uit de boom gehaald, uit de put getrokken. Eigenlijk zegt Jezus, in weerwil van de mening van het volk, Jij hoort er bij, bij het waarachtige leven, want wie wil dat niet?

Wij worden net als Zacheus, uitgenodigd, om het heil te ontvangen, om met Hem aan tafel te gaan. Hij zoek ons, geef we gehoor aan zijn liefde en leren we zijn genade te ontdekken.

AMEN.