Bookmark and Share

20-06-2012, woensdag in de 11e week door het jaar

OPENINGSTEKST

Dit is de trouwe en verstandige dienaar, die de Heer over zijn gezin heeft aangesteld.

OPENINGSWOORD

Soms zijn er mensen, die blijk geven van een uitzonderlijke heiligheid. Ik denk, dat we dat wel kunnen zeggen van de profeet Elia. Als je ten hemel wordt opgenomen in een wagen van vuur en met paarden van vuur, dan moet je in het geestelijke leven, in je omgang met God, toch wel wat hebben bereikt.

Hoe kun je nu zover komen? Je moet er natuurlijk je best voor doen, maar je moet er ook om vragen, je moet er om blijven vragen. Elisa, de opvolger van Elia, besefte dat heel goed. Hij vroeg aan Elia: Geef mij een dubbel deel van uw Geest. Met andere woorden: Maak dat ik geestelijk twee keer zo sterk wordt als u. dat is nogal een vraag. Maar ja, niet geschoten is altijd mis.

Laten wij grote dingen aan God vragen en zelf ook uitermate goed ons best doen.

In het misformulier willen wij vandaag heel bijzonder bidden ter ere van Sint Jozef. Bidden wij op zijn voorspraak voor de Kerk, maar ook voor alle werkeloze mensen.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, in uw wijze voorzienigheid hebt Gij de heilige Jozef willen uitverkiezen tot bruidegom van Maria, de moeder van uw Zoon. Wij vragen U: mogen wij hem tot voorspreker hebben in de hemel, die wij op aarde vereren als beschermer. Door Onze Heer Jezus Christus, uw Zoon... .

PREEK

Jezus zegt in het evangelie van vandaag, dat als wij een aalmoes geven, dat wij dat dan niet moeten doen om de aandacht om onszelf te richten.

Als wij een nieuwe taal aan het leren zijn, moeten wij goed proberen te luisteren, bijvoorbeeld naar de accenten op de woorden. Zonder het juiste accent kun je soms niet begrijpen wat er wordt gezegd. Of je nu zegt bòmmelding of bommèlding, dat maakt nogal een verschil uit. Dit principe geldt ook voor de woorden van Jezus. Als je deze woorden leest, denk je dat Hij misschien alleen maar wil zeggen, dat je niet zo opvallend moet doen. Het is natuurlijk zonder meer waar, dat Hij niet wil dat wij met onze goedheid te koop lopen. Maar de apostelen en de andere leerlingen waren mensen, die reeds op zoek waren naar God en zij waren zich van deze waarheid wel min of meer bewust.

Maar waarom moeten wij niet te koop lopen met wat wij op de collecteschaal leggen? Waarom moeten wij niet zo luid en opvallend bidden? Of waarom mogen wij anderen niet laten weten wat wij onszelf tijdens de vasten ontzeggen? Niet omdat het op zich slecht is, maar omdat het niet bedoeld is als een openbare aangelegenheid. Dit soort dingen maken deel uit van onze persoonlijke relatie met God, een God, die onze Vader wil zijn. En zoals wij allemaal sommige dingen binnen de familie houden, zo zouden we dat ook in zekere mate moeten doen als het om ons geestelijk leven gaat.

Hoe vaak gebeurt het, dat wij in de spiegel kijken en dat wij onszelf dan herkennen als een kind van God? Hoe vaak bidden wij tot God op de manier waarop een kind met vader of moeder spreekt? Misschien dat sommige mensen dat niet gewend zijn, maar het gaat hier toch om het hart, om de kern, van ons geestelijk leven, van onze omgang met God. Het is ten diepste om deze reden - ons terugbrengen naar de Vader - dat Jezus is gestorven en weer verrezen.

Vaak kijken wij naar ons geestelijk leven is in termen van bezigheden. Bidden wij genoeg? Is ons gevecht tegen de zonde succesvol? Dienen wij God genoeg? Dat zijn natuurlijk allemaal goede vragen, maar zij raken slechts één aspect van onze navolging van Christus. Het evangelie van vandaag vertelt ons, dat wij een hemelse Vader hebben, die graag geheimen met ons deelt en die het fijn vindt als wij onze geheimen met Hem delen. Hij vindt het heel fijn als wij samen met Hem proberen om zijn rechtvaardigheid, zijn heiligheid en zijn gerechtigheid een plaats geven in deze wereld.

Laten wij de hemelse Vader danken voor zijn liefde. Vragen wij als geschenk, dat onze gemeenschap met Hem steeds dieper wordt en dat wij daardoor steeds hechter in zijn familie worden opgenomen.