Bookmark and Share

19-09-2012, woensdag in de 24e week door het jaar II 

OPENINGSTEKST

Zo spreekt de Heer: Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een der geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan. Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk, dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.

OPENINGSWOORD

Lieve mensen, allemaal van harte welkom weer. We zijn hier weer samengekomen rondom het altaar van de Heer. We willen bidden voor de vrede in de wereld, om liefde onder alle mensen. Maar mensen zullen altijd vrij blijven. Zij kunnen de genade van God aannemen en zij kunnen deze afwijzen. Wij zullen het dus nooit iedereen naar de zin kunnen maken.

Dat merkte ook Jezus in het evangelie van vandaag. Johannes de Doper eet en drinkt niet. En de mensen zeggen van hem, dat hij van de duivel is bezeten. Jezus zelf eet en drinkt wel, en de mensen zeggen van Hem, dat Hij een gulzigaard is en een wijndrinker. Voor sommige mensen doen wij het inderdaad nooit goed. Wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok.

Weten wij, dat God blij met ons is. Wij zijn blij met elkaar. Gaan wij dus blijmoedig verder op de ingeslagen weg, de weg van Jezus.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, heel uw wet hebt Gij samengevat in het gebod van de liefde tot U en de naaste. Geef, dat wij uw voorschriften onderhouden en zo het eeuwig leven binnengaan. Door Onze Heer Jezus Christus, uw ...

PREEK

Wij hoorden zojuist in de eerste lezing de prachtige hymne van de apostel Paulus over de liefde, een volwassen liefde vol geestelijke kracht. Zijn definitie van liefde is niet die wij in het woordenboek vinden, maar het is eerder een gedicht dat uitdrukt hoe de christelijke liefde, die dag in dag uit beleefd wordt, eruit ziet. Het is een vriendelijke tekst. Het voorziet in de noden van anderen. Het komt niet op voor zichzelf. Deze liefde is niet opvliegend of geïrriteerd als er iets naars gebeurt; het blijft ook niet nadenken over gedaan kwaad.

Het is belangrijk om te weten, dat Paulus deze krachtige oproep om lief te hebben schreef aan een gemeenschap, die geplaagd werd door verdeeldheid, concurrentie en immoraliteit. Hij spoorde de Korintintiërs aan om in hun midden de liefde van Christus te laten heersen, de liefde die zij zo krachtig hadden ervaren tijdens hun bekering: dat die hen zou mogen genezen van hun verdeeldheid. Door een beroep te doen op hun liefde – naar het voorbeeld van Jezus Christus, die ons liefhad tot op het kruis – deed Paulus een beroep op hun diepste verlangens en wees hij op de enige, zekere weg waarop zij hun zonden en tekortkomingen zouden kunnen overwinnen.

We hoeven er niet aan te twijfelen, dat Paulus bij dit alles zijn eigen manier van leven voor ogen had. Ooit schreef hij over het groeien van het kinderlijke geloof naar een volwassen manier van geloven. Paulus was zelf begonnen als een heethoofdige, jonge farizeeër, die de christenen vervolgde. Het kostte zelfs na zijn bekering enige tijd hem tot bedaren te brengen. Maar na verloop van tijd groeide hij uit tot een toegewijde en liefdevolle dienaar en vriend van Jezus en tot een bron van verzoening en eenheid.

Als wij leren om onszelf over te geven aan de liefde van God, zoals Paulus dat deed, zal onze liefde voor de Heer en voor elkaar zich verdiepen. Onze liefde zal uitrijpen tot een liefde, die de wegen van de Heer omarmt en die ons in eenheid aan elkaar bindt. Wij zijn hier gekomen, lieve mensen, om na te denken over de volle wasdom van Christus. Wij zijn niet langer kinderen. Op alle gebieden groeien wij toe naar Hem, die ons Hoofd is. We leven als leden van zijn Lichaam, verbonden met elkaar, zodat wij niet alleen maar bezorgd zijn voor onszelf, maar wij ook elkaar helpen en de Kerk zichzelf opbouwt in liefde.

Moge onze parochiekerk voor onze omgeving een voorbeeld worden van Jezus’ liefde.