Bookmark and Share

19-08-2012, preek op de 20e zondag door het jaar B

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom bij deze heilige eucharistieviering.

In de eerste lezing van vandaag wordt de wijsheid voorgesteld als een persoon, die een huis bouwt. Een huis waar een heerlijke maaltijd wordt gehouden. Een gastmaal is een beeld, dat in de heilige Schrift vaker wordt gebruikt om de komst van de Messias aan te kondigen, een komst vol zegeningen.

Het is belangrijk, dat wij de wijsheid als vriend altijd aan onze zijde hebben. Zonder te willen veroordelen: het getuigt niet van wijsheid als je als mogelijke nieuwe premier zomaar er even uitflapt, dat je een boete uit Brussel niet zult betalen. Met wijsheid kun je vele vrienden maken, kun je stemmen winnen. Met on-wijs gedrag kun je vele vrienden verliezen. Dat is ook wel gebleken uit de daling van het aantal zetels.

In deze viering willen wij God de eer geven, die Hem toekomt. Wij brengen onze stem op Hem uit. Jezus is de partijleider van de PLW: de Partij van de eeuwige Liefde en Waarheid.

Vragen wij Hem, dat ook wij iets mogen ontvangen: dat wij een wijsheid krijgen, die de gemiddelde, menselijke wijsheid ver en ver overstijgt. Niet om onszelf beter te kunnen achten dan anderen; ook niet om ons als een soort kerkelijke betweters belerend te kunnen opstellen, maar om andere mensen te kunnen helpen de eeuwige liefde en waarheid van God te ontdekken. Dat de wijsheid ook van ons eigen bestaan de bezielende kracht moge zijn.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer God, tot alle volkeren richt Gij uw uitnodiging. Gij bereid voor hen het gastmaal van brood en wijn, begin van eeuwig leven. Geef ons het geloof om op uw roepstem in te gaan, leer ons beseffen dat Gij ons in deze eucharistie uw eigen leven meedeelt. Dan zal ons leven van alle dagen een lofzang worden, U ter eer. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ...

PREEK

Voor alle levende wezens en ook voor alle apparaten geldt, dat zij alleen maar kunnen leven of functioneren dankzij een of andere krachtbron. Misschien hebben de meesten van ons weleens een grote storing in het elektriciteitsnet meegemaakt. Dat de stroom uren lang was uitgevallen. Wat ben je dan onthand! Je koelkast, stofzuiger, wasmachine, centrale verwarming, telefoon, computer, t.v., enz. Niets doet het meer.

Hetzelfde geldt voor mensen, dieren en planten. Wij hebben licht en warmte nodig, water en voedsel. Zonder dat alles komt er aan alle leven spoedig een einde. Wij gaan dood. Wij kunnen niets meer doen.

Wat voor een oppervlakkige toeschouwer misschien minder duidelijk is, maar daarom niet minder waar, is dat dit ook geldt voor het geestelijke, het innerlijke leven van de mens. Mensen, die hun geestelijke leven niet op een of andere manier voeden, raken ook uitgeput, worden steeds legere mensen, oppervlakkiger. Groeien doen ze sowieso niet meer en omdat zij altijd dezelfde blijven, raken andere mensen op hen uitgekeken en ook zijzelf vinden in hun eigen leven geen voldoening meer.

In de tweede lezing van vandaag doet Paulus de volgende, korte, maar duidelijke oproep: “Laat u bezielen door de Geest”. Ook Paulus zegt dus, dat er in ons een bepaalde bron moet zijn waar wij kracht uit putten. Voor ons, gelovigen, moet die kracht komen van de heilige Geest.

Maar waar laten wij ons soms door leiden? Door de stemmingen van het moment. Iemand plaatst een vervelende opmerking. Wij schenken er te veel aandacht aan en wij raken geïrriteerd. Het werk, dat wij aan het doen waren, gaat al iets minder goed. Even later komt er via de post een brief waarvan de inhoud ons teleurstelt. Nu hebben wij echt medelijden met onszelf en beginnen wij neer te zinken in een sfeer van somberheid en boosheid. Een volkomen onschuldige, toevallige voorbijganger - je partner of een kind of collega - krijgt zomaar de wind van voren. Wij blijven soms lang stilstaan bij teleurstellingen en tegenslagen en dan krijgen die ons helemaal in hun greep.

Wanneer Paulus zegt, dat wij ons door de heilige Geest moeten laten leiden, bedoelt hij, dat wij moeten proberen radicaal te breken met die negatieve invloeden. Ook al was de inhoud van de brief echt teleurstellend ... God houdt van ons! Wat willen wij nog meer!? Hij is met ons op weg door dit leven naar het andere leven. En Hij heeft nog vele, grote verrassingen voor ons in petto. Ondanks alles mogen wij dus blijde en hoopvolle mensen zijn. Door die geest, die denkwijze, moeten wij ons laten bezielen.

Blijdschap, hoop en dankbaarheid kunnen wij vinden bij Jezus Christus ... in de heilige Communie. Vandaag in het evangelie noemde Hij zichzelf “het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald” en Hij zei: “Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag”. Hij is het werkelijk, die in de heilige Communie bij ons komt en mèt Hem ontvangen wij zijn heilige Geest. Hoe vaker wij door de dag aan Hem denken, hoe meer Hij de motor van ons bestaan zal worden. Wij komen dan niet meer in actie n.a.v. bijvoorbeeld een gevoel van angst of boosheid of ongeduld, maar wij ondernemen actie n.a.v. één van Jezus’ evangelische oproepen, om bijvoorbeeld te vergeven, om geduldig te zijn, te helpen.

Niemand zal ooit - als ik even iets geks mag zeggen - i.p.v. koffiemelk azijn in z’n koffie doen. Maar even duidelijk is het dat boosheid of jaloezie in een gesprek of het niet luisteren naar elkaar meestal alleen maar van kwaad tot erger leidt. Waarom doen mensen dat dan wel ofschoon ook dat overduidelijk schadelijk is? Iedere keer dat mensen iets dergelijks doen, laten zij zich leiden door een verkeerde geest. Zij spreken een krachtbron aan, maar de verkeerde.

Jezus Christus is dag en nacht bij ons, ìn ons. Hij zegt: “Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij”.

De heilige Communie, beste medegelovigen, vermeerdert het bovennatuurlijke leven in ons. Tegelijkertijd werpt de heilige Communie in ons als het ware een barricade tegen het kwade op, het beschermt ons. Wij allemaal hebben een zekere neiging tot een of ander kwaad, dat is voor ieder mens verschillend. Maar de heilige Communie helpt ons te strijden tegen dat kwade. Er zijn weleens mensen, die zeggen, dat zij ondanks alle keren, dat zij gebiecht hebben, een of ander tekort in zichzelf maar niet kunnen overwinnen. Misschien moeten zij gewoon wat vaker te Communie gaan!

De heilige Communie is ook een onderpand van het eeuwige leven en een voorproefje van de hemel. Zoals wij in de heilige Communie werkelijk met Jezus Christus worden verenigd, lichamelijk en geestelijk, maar nog in geloof, zo zullen wij in de hemel met Hem verenigd worden van aangezicht tot aangezicht.

Lieve mensen, luisteren wij bewust naar Gods Woord. Proberen wij het in ons hart en verstand en geheugen op te nemen. Bidden wij bewust, met hart en ziel.

Hoe kunnen wij dat doen? Door bijvoorbeeld wat wij in gebed uitspreken ons voor de geest te halen.

Op het einde van het eucharistische gebed (8) bidden wij strakjes het volgende: “Gij hebt ons hier bijeengebracht aan de tafel van uw Zoon, samen met de heilige Maagd en Moeder van God, Maria, en met alle heiligen. Breng zo de mensen bijeen van alle rangen en standen, van alle rassen en talen om in eenheid de maaltijd te vieren tot een eeuwige verzoening in een nieuwe wereld, die vervuld is van uw vrede.” Wel, zien wij in onze geest, in onze fantasie, al die mensen, die nu nog zo verdeeld zijn, dan in eenheid rondom het altaar van de Heer staan. Wereldwijd zijn er nu al zoveel mensen, die dat doen. Eens zullen àlle mensen van goede wil rondom zijn altaar staan. Een heerlijke belofte waaruit wij hoop mogen putten. Zó kunnen wij bewust bidden, met hart en ziel.

Beseffen wij wie wij gaan ontmoeten wanneer wij te Communie gaan. En proberen wij iedere dag van de week een paar keer aan Hem te denken. Houden wij de motor draaiende. Dan gebeuren er door Christus èn door ons onvoorstelbare dingen in Kerk en wereld.