Bookmark and Share

19-06-2012, dinsdag in de 11e week door het jaar

OPENINGSWOORD

Gisteren hebben wij ons misschien een klein beetje geërgerd aan het grote kwaad dat koning Achab en zijn vrouw Izebel hebben bedreven.

Vandaag zullen wij horen hoe God de profeet Elia op de koning afstuurt en die houdt een behoorlijke donderpreek. Koning Achab krijgt gelukkig spijt. God is er zelfs door getroffen. De straf zal wel komen, maar niet tijdens het leven van de koning zelf.

Welnu, als wij zien, dat God zelfs tegenover koning Achab barmhartig is, kunnen wij met een gerust hart met onze zonden tot God naderen. Bevelen wij ook de grote zondaars in de liefdevolle barmhartigheid van God aan. Vragen wij vergeving namens onszelf en namens alle andere mensen op aarde.

PREEK

Jezus zegt: "Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen".

Hoe vaak hebben wij deze woorden van Jezus al gehoord en voelden wij ons hulpeloos? Veel mensen kennen wel iemand in hun leven, die zij gewoonweg niet of nauwelijks kunnen liefhebben en vergeven, iemand die hen zo diep heeft gekwetst, dat zij zich er bij hebben neergelegd, dat zij die opgelopen wonde voor de rest van hun leven met zich mee moeten dragen.

Het zijn juist deze herinneringen, deze angsten, zelfs deze wrok, die de Heer wil genezen. Hij weet, dat wij uit onszelf nooit de kracht zullen vinden om er goed mee om te kunnen gaan. Hij weet ook, dat er bepaalde situaties zijn waarin het wijs is om niet eens te proberen tot verzoening te komen, maar zelfs in die extreme situaties kan Hij ons helpen om op een veilige afstand te vergeven, zodat wijzelf toch in vrede en vrijheid kunnen voortgaan.

Hoe wil Jezus ons genezen? Niet door op een magische manier alles van ons weg te nemen. Wel wil Hij ons helpen als wij Hem uitnodigen in onze gewonde herinneringen binnen te treden. Als wij merken, dat wij worstelen met een pijnlijke herinnering, laten wij dan de tijd nemen om rustig bij de Heer te gaan neerzitten. Vertellen wij Hem, dat wij graag genezen willen worden. En vervolgens kunnen wij ons in onze geest, in onze fantasie, voorstellen hoe Jezus naast ons zit èn naast de persoon, die ons zo gekwetst heeft. Zien wij hoe Jezus van ons houdt èn hoe Hij evenzeer van die ander houdt. Zien wij hoe zijn goddelijke liefde ons kan reinigen en ons van onze pijn kan genezen. Soms zullen we dit meerdere keren moeten vragen en misschien moeten wij zelfs een goede vriend of vriendin vragen om samen met ons te bidden. Maar de genezing zal komen!

Ja, lieve mensen, Jezus wil dat wij onze vijanden liefhebben. Hij beveelt het ons zelfs. Maar Hij laat ons niet zitten met onze problemen. Hij is aanwezig bij iedere stap, die wij op deze weg van vergeving zetten. Bij iedere stap biedt Hij ons zijn genezing aan en zijn troost. Hij weet van ieder van ons hoe ver wij op deze weg van vergeving nog moeten gaan en Hij wil ons ten einde toe begeleiden. Hij laat zich niet afschrikken door onze pijn, zelfs niet door onze haat. Alles wat Hij van ons verwacht is een open hart en dat wij Hem uitnodigen. Hij wil ons graag bevrijden.

Verwelkomen wij Jezus dan in ons hart. In onze gewonde herinneringen. Vragen wij Hem ons te leren hoe wij moeten liefhebben en vergeven. Zien wij naar Hem op als onze Heiland. Stellen wij op Hem ons vertrouwen.