Bookmark and Share

18-09-2012, dinsdag in de 24e week door het jaar II

OPENINGSWOORD

Strakjes zullen wij in de evangelielezing horen hoe Jezus een gestorven jongeling bij de hand neemt en hem zegt: Jongeling, Ik zeg je sta op! En dan geeft Jezus hem aan zijn moeder terug.

We hebben gisteren een prachtige jaarmarkt gehad. Er kwamen ook wat jongeren van rond de 18 jaar bij de kraam en in de pastorie. Ze wilden rozenkransen hebben en die moesten per se gezegend worden. "Kijk", riep één van de jongens, "ik heb nog wat van het water op mijn hand!" En ze wilden ook weten hoe je zo’n rozenkrans dan moet gebruiken.

Laten we vandaag aan Jezus vragen, dat Hij ook tegen zo veel mogelijk jongeren van onze tijd wil zeggen: "Jongeling, Ik zeg je sta op!"

PREEK

Sint Paulus zegt in de eerste lezing, dat het menselijke lichaam met zijn vele ledematen één geheel vormt.

Wij zijn allemaal blij als wij weleens een geschenkje krijgen. En wij beleven er nog meer plezier aan als we merken, dat mensen met zorg een cadeautje hebben uitgekozen, dat bij onze persoonlijkheid past. Wij waarderen het bijzonder als wij merken, dat de gever goed over het cadeautje heeft nagedacht.

Het gaat over dit soort gaven waarover Paulus spreekt in zijn brief aan de christenen van Korinte. Deze geschenken zijn zeer waardevol, omdat God ze gaf forfait van eenlf ze voor ons heeft uitgekozen. Al vóórdat wij geboren werden, had Hij speciale talenten voor ons in gedachte. Sommigen van ons zijn gezegend met de gaven om te onderwijzen, te evangeliseren of te preken. Anderen heeft Hij toegerust om achter de schermen te kunnen werken, om gastvrij te zijn, om te kunnen onderscheiden of om administratief werk te kunnen doen. Maar welke onze geschenken ook zijn, wij mogen ze aanvaarden met heel ons hart, omdat wij ze hebben gekregen van onze liefhebbende, hemelse Vader, en Hij heeft ons speciaal deze gave geschonken, omdat Hij grote plannen met ons heeft.

Deze gaven, broeders en zusters, zijn hemelse geschenken. Het zijn bovennatuurlijke charisma's en zij brengen een stukje van de hemel op de aarde. Als wij deze hemelse geschenken goed gebruiken kunnen wij helpen om het licht van God meer te laten schijnen in de soms duistere wereld om ons heen. Als wij leven in de genade kan zelfs een eenvoudige werk als het bereiden van een heerlijke maaltijd een krachtig instrument zijn van Gods liefde en aanwezigheid.

Paulus maakt ons duidelijk, dat God ons deze gaven heeft geschonken, omdat Hij een duidelijk doel voor ogen had. Hij wil, dat wij ze gebruiken voor de opbouw van zijn Kerk, zijn Koninkrijk op aarde. Hij wil dat we ze gebruiken om de hemel naar de aarde te brengen, zodat andere mensen erdoor kunnen worden aangeraakt en veranderd worden door deze boodschap van liefde, een boodschap van woorden en daden. Deze geschenken zijn bedoeld om ons en onze geloofsgemeenschap sterker te maken. Zij moeten worden gebruikt voor jonge mensen, die – vaak zonder het bewust te weten – grote behoefte hebben aan geestelijke vorming, aan armen, die zo weinig hebben en vaak leven met het gevoel, dat zij worden afgewezen; aan ouderen, die verlangen naar vriendschap en medeleven; aan de buurman die graag het goede nieuws over Jezus Christus wil horen.

Lieve mensen, wij allen tezamen vormen het lichaam van Christus. Blijven wij dus onze gaven gebruiken om elkaar en om heel onze gemeenschap verder op te bouwen.