Bookmark and Share

17-06-2012, de 11e zondag door het jaar B

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. Vandaag gaat het over wachten en dus over geduld.

Wij moeten allemaal weleens wachten. In mijn studententijd reed na een retraite in het buitenland een internationale trein net voor mijn neus weg. Toen moest ik twee uur wachten.

Na het sluiten van een huwelijk in Slowakije vlogen Wiljan en ik via Wenen terug naar huis, maar in Wenen moesten wij vier uur wachten. En als je dan zo’n ietwat ongeduldig karaktertje heb als ik is dat niet altijd eenvoudig.

Maar kunnen wachten, geduldig kunnen zijn, is belangrijk. Alle grote dingen kosten tijd. Velen van jullie hebben mooie gezinnen opgebouwd. Dat kost jaren tijd. Een mooie parochie, waarin veel gebeden wordt en hard gewerkt, kost jaren tijd en... aan al die mooie dingen moet je blijven werken, anders gaan ze weer verloren.

Proberen wij geduldig te zijn met God, met elkaar èn... met onszelf. Je eigen zwakheden verdragen is ook een kunst!

Laten we ze allemaal bij het altaar neerleggen, die kleine en soms ook grote tekorten. Vragen wij om vergeving.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer onze God, wat nietig is en onaanzienlijk, brengt Gij volop tot leven. Zie neer op onze kleinheid; laat ons uitgroeien tot de gestalte van Jezus, uw Zoon. Die ... .
Amen.

PREEK

Wij hoorden zojuist de prachtige parabel over het zaad, dat uit zichzelf ontkiemt. Ik denk, dat dit verhaal voor mensen van deze tijd heel leerzaam kan zijn. Want veel mensen zijn vandaag de dag zo, dat zij direct - of in ieder geval zo snel mogelijk - de resultaten van hun werk willen zien. Zij kunnen maar moeilijk wachten en de dingen laten gebeuren.

Wij leven in een tijd van instantproducten: instantkoffie, instantsoep, instantmaaltijden, die zo de magnetron in kunnen. Wij weten ergens wel, dat de kwaliteit daaronder lijdt, maar dat nemen veel mensen erbij, als zij maar niet hoeven te wachten.

Wij kunnen in een paar minuten onze auto laten wassen. Of het dan heel goed gebeurt is een andere kwestie, maar als wij niet hoeven te wachten is het goed.

Wij hebben in de loop van ons leven een heleboel knopjes gekregen waarop wij eenvoudigweg maar hoeven te drukken. Wij drukken op een knopje en het wordt licht. Wij drukken op een ander knopje en de koffie wordt gezet. Weer een ander knopje en de afwas wordt gedaan en nog een knopje doet de garagedeur open wanneer wij komen aanrijden. Wachten is voor veel mensen heel moeilijk. En eerlijk gezegd betrap ik mezelf er ook weleens op, dat wachten voor mij een beetje een beproeving is. Als ik God vraag om een vollere kerk, dan begrijp ik weleens niet waarom Hij mij daarop laat wachten. Een volle kerk is toch goed! Voor God, want Hij wordt meer geëerd. Voor ons, want wij voelen ons meer gedragen, bevestigd. En al die extra mensen die komen, horen de Blijde Boodschap van het evangelie. En toch laat God mij wachten.

Wij weten allemaal, dat wij de grote problemen in Kerk en samenleving en ook in ons eigen leven niet kunnen oplossen door op een knopje te drukken. Als volwassene kun je je man of vrouw of je kind en als kind of jongere kun je de leerstof op school niet leren kennen door op een knopje te drukken. Alle dingen, die in het leven belangrijk zijn, vragen veel geduld en uithoudingsvermogen. Alles wat leeft, moet kunnen groeien. Als je een boom plant, moet je kunnen wachten totdat hij vruchten voortbrengt. Ook mensen moeten de tijd krijgen om te kunnen groeien, moeten zichzelf de tijd gunnen om te kunnen groeien. Wij moeten kunnen wachten.

In deze parabel leert Jezus ons, dat God de kunst van het wachten goed verstaat. Hij verwacht geen direct resultaat. Hij geeft de mens de ruimte om zichzelf te kunnen worden. Hij wacht zoals een boer, die goed zaad op zijn akker zaait en dan wacht. Hij gaat slapen en staat op. Het wordt dag en het wordt nacht, en... terwijl de boer slaapt, groeit het zaad. Hij weet niet hoe. Waarom ook? Het groeien ligt niet in zijn macht, en zo moeten ook wij kunnen wachten en met anderen en met onszelf geduld hebben.

 

Johannesbroodboom

Wij maken soms wel goede voornemens, maar soms verliezen wij de moed. Wij maken plannen, maar hebben niet altijd het geduld om ze te verwerkelijken. Soms blijven mensen halverwege staan. Maar als ze zouden volhouden, zou het resultaat vaak niet uitblijven. En het is nog veel moeilijker om geduld te hebben met anderen. Als het goede zaad, dat de ouders strooien in het hart van hun kinderen, niet dadelijk vrucht draagt, verliezen sommige ouders de moed. Wij mogen echter geloven, beste medegelovigen, dat elk zaadje van goedheid, dat wij zaaien, in zichzelf voldoende kiemkracht heeft om vruchtbaar te worden.

Maar dat 'laten groeien', dat wachten totdat wij bij de anderen de vruchten zien, kan zwaar vallen. Veel mensen hebben er moeite mee om tegen een ander te zeggen, dat zij mogen zijn wie zij zijn, dat zij mogen worden, zoals zij zouden moeten zijn op een tijd en op een manier, die zijzelf verkiezen. Maar sommige mensen willen direct zien, dat het gesprek of hun inzet iets heeft opgeleverd.

Jezus zegt ons vandaag: Wacht maar, ga maar rustig slapen, vanzelf ontkiemt het zaad en zal het vruchten voortbrengen.

Wij, hier in het Westen, kunnen misschien toch nog een beetje leren van de gelatenheid van de mensen in het Oosten.

Johannesbroodboom

Een rabbi zag hoe een man een Johannesbroodboom aan het planten was. Hij bleef staan en vroeg: "Wanneer zal dit boompje wel vruchten dragen?" "Over zeventig jaar", antwoordde de man. Toen zei de rabbi: "dwaze man, denk jij over zeventig jaar nog te leven om dan de vruchten van deze boom te kunnen plukken? Plant liever een boom, die eerder vruchten draagt, zodat je daarvan in je leven nog kunt genieten". Maar de man antwoordde: "Rabbi, toen ik op de wereld kwam, vond ik daar een Johannesbroodboom en ik at ervan, zonder dat ik die geplant had, want mijn voorouders hadden hem voor mij geplant. Zo wil ik nu deze boom planten, opdat mijn kinderen en kleinkinderen daarvan kunnen genieten".

Broeders en zusters, laten wij geduldig zijn, met God, met elkaar en met onszelf. De zwakke vindt steun in het geduld; de sterken gaat soms ten onder door ongeduld.

SLOTWOORD

Er waren eens twee pessimisten. Vraagt de één aan de ander: “Hoe gaat het met je?” “Ach”, zegt de ander, “het gaat beter dan morgen”.

Proberen wij optimisten te zijn. Werken wij. Bidden wij. En hebben wij geduld. Dan kunnen wij veel bereiken.