Bookmark and Share

Preek op 16-12-2012, de derde zondag van de advent, jaar C, diaken Eelke Ligthart

OPENINGSWOORD

Van harte welkom bij de viering van de derde zondag van de Advent .
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar de laatste weken bekruipt mij het gevoel dat het licht van Christus nog ver weg is. Geweld, en moord ver weg en dichtbij.
28 mensen in Amerika, waaronder 20 kinderen, kinderen die het leven niet meer zien zitten vanwege pesterijen op school. Op een school hier in Heerhugowaard wordt een nitraatbom gevonden.
In wat voor een wereld leven wij. Gezag is een vreemd woord geworden.
De vraag is dan: hoe gaan wij om met het komende licht van Christus.

Advent is een oproep voor iedere christen
om warmte en licht te zijn,
solidair met al wie de energie niet heeft
om ten volle te kunnen leven.
We willen ommekeer brengen
voor mensen aan wie onrecht wordt gedaan,
voor mensen die door armoede uitgesloten worden.
Ontsteken we de derde kaars.

PREEK

Dierbare medegelovigen, steeds als mensen samenkomen om Gods aanwezigheid te vieren, kunnen we dat beleven als een uur van bezinning. Een uur van bezinning en stilte om na te gaan wat ons verontrust, angstig maakt, maar ook stil te staan bij tekenen van hoop .
Luisterend naar woorden van hoop uit een lang en ver verleden.
Je kunt je afvragen of die woorden die we zojuist hebben gelezen, niet veel te ver weg zijn om herkenbaar te zijn in de tijd waarin wij leven. Kunnen wij er nog het gevoel bij krijgen, zoals dat toen in een ver verleden is bedoeld? Onze wereld is alleen al in de laatste eeuw zo verandert, dat je je wel eens afvraagt hoe komen wij bij de bedoelingen van die verhalen uit dat verleden?
Gaan die Schriftwoorden ons niet voorbij, zonder dat ze ons troosten of ons uit kunnen dagen?
Hoe kunnen die woorden van een ver verleden, dichtbij komen, herkenbaar worden, zo dat je je aangesproken voelt?
 

Wij vieren de derde zondag van de advent

 

De eerste lezing uit de profeet Sefanja, uit de 6e eeuw voor Christus, liegt er niet om. Het gaat van dik hout zaagt men planken, er worden geen doekjes om gewonden.

Het bestaat hoofdzakelijk uit onheilsprofetieen, of uit donderpreken zoals we 50-60jaar geleden nog kenden. Het volk Israel en de buurvolken wordt de wacht aangezegd. Onheil en rampspoed wordt voorspeld en de wrake van God zal over hen komen als gevolg van wangedrag, ontrouw en afgoderij.
Een boek dat niets verbergt en rampen in het vooruitzicht stelt als gevolg van ontrouw en onrechtvaardigheid.
Met dat beeld van een God die zich wreekt op zijn volk kunnen wij niet meer zo uit de voeten. Maar de onheilsprofetieen laten zich toch vergelijken met de tijd en de beleving van nu.

Als je hoort hoe mensen de tijd van nu beleven, dan is er ook sprake van gevoel van onheil en onvrede van angst . Criminaliteit, credit crisis, week van de armoede, kloof tussen oost en west, tussen arm en rijk. Dat alles, vaak en veel uitvergroot door de media, geeft bij veel mensen een gevoel van angst voor de toekomst. Nee, ook in onze tijd geen gebrek aan onheilsprofeten.
Daar komt nog bij dat ieder van ons in zijn of haar persoonlijk leven vaak genoeg redenen heeft om ongerust te zijn, verdrietig over de dingen die je meemaakt. Iedereen kan dat invullen.

Als we dat allemaal bij elkaar optellen, dan zou je er mistroostig van worden. Maar dat helpt niet. Wat ons verontrust en verdrietig maakt kunnen en moeten we niet ontkennen of wegwuiven.
De kunst, de levenskunst, is om het verdriet in je en om je heen, reëel onder ogen te zien.
Durven toe te laten, tot je door te laten dringen, om het juist zo los te kunnen laten. Een oefening die we dagelijks zouden moeten herhalen. Die oefening, die levenskunst kan tot de ontdekking leiden, dat de ware vreugde niet veel anders is dan verwerkt verdriet.
De rode draad van de teksten van vandaag, is een poging medicijn te zijn tegen pessimisme in ons en rond ons. Vanuit het basisvertrouwen: er gloort hoop, altijd, ondanks alles. Er gloort hoop, er is dus nog een hoop te doen. Hoop doet immers leven, hoop doet handelen, doet bidden, doet zingen.

Deze teksten doen een poging om onze angst en verdriet te bezweren en tegelijkertijd een oproep, jezelf toe te vertouwen aan God die barmhartig is, die genadig is en altijd met ons op weg wil gaan.
Maar eenvoudig en gemakkelijk is dat niet. Die boodschap moet ons worden aangezegd, telkens weer. Wij moeten er vaak toe worden opgeroepen, er aan de haren worden bijgesleept en… we moeten ons eraan gewonnen geven, soms tegen beter weten.
Zelf die onheilsprofeet Sefanja, die in alle toonaarden het wanhopig heeft uitgeschreeuwd: door het vuur van Gods woede zal heel de aarde vergaan, zegt Sefanja in de laatste regels:
Wees niet bang, Sion laat de moed niet zinken, God zal in je midden zijn.

En Paulus schrijft in de gevangenis, met zijn eigendoodvonnis voor ogen: verheugd u altijd in de Heer, verheugd U in Gods naam. (Gaudete). Wees niet bezorgd, leg uw bezorgdheid bij de Heer en dank Hem in al uw gebeden. Dan zal van Godswege de vrede, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten bewaren.

Beide, Sefanja en Paulus, bemoedigen ons met het besef dat God vrede is, hoop en verwachting, temidden van zoveel onheil, ziekte en tegenslagen in ons leven.

Een Godsbesef dat ook ons uitdaagt om je door God gedragen en geliefd te weten. Dus elkaar dragen en verdragen en proberen verder te dragen. De goedheid van God ook zelf te doen in woord en daad.
In de evangelielezing geeft Lucas bij monde van Johannes een nuchter en praktisch antwoord op de vraag van de mensen: Wat moeten we doen?
Simpelweg: Met anderen delen wat je hebt, anderen niet te kort doen, tevreden zijn met wat je hebt. Het advents project is daar een mooi voorbeeld van. Het lijkt ver weg en we zouden kunnen denken, een druppel op de gloeiende plaat. Maar beste mensen, ons wordt ook de vraag gesteld: wat kunnen jullie doen? We hebben gezien dat we met een dergelijk project in Honduras een bijdrage kunnen leveren voor een betere start voor die kinderen, geholpen door zeven zusters. Zeven moeders die elk zeven tot acht kinderen opvangen. Kijk naar de blije gezichten en realiseert u zich hoe wij hier leven in het westen. Wat zouden wij doen voor onze kinderen en kleinkinderen?
We zijn immers allemaal kinderen van God.

Samenvattend zouden we op de derde adventszondag kunnen zeggen:
Leer ons bekommerd te zijn om elkaar,
Leer ons onbekommerd te zijn,
Leer ons soms zitten, doodstil.

AMEN.