Bookmark and Share

15-05-2012, dinsdag in de 6e week van Pasen

OPENINGSWOORD

"Heren, wat moet ik doen om gered te worden?" Die vraag zullen wij een gevangenisbewaarder vandaag horen stellen aan Paulus en Silas. Zij zaten in de gevangenis, omdat zij gepreekt hadden en wonderen verricht in de heilige Naam van Jezus.

In plaats van dat zij in de gevangenis zaten te mopperen en zichzelf beklaagden - wat ik waarschijnlijk zou doen - zongen zij uit volle borst Gods lof. Paulus en Silas geloofden, dat, wat er ook gebeurde, Jezus nog altijd de Heer was, en dat Hij ook via deze weg zijn plan ten uitvoer zou brengen.

En ja hoor, God greep drastisch in. Door eenaardbeving werden hun ketenen verbroken en sprongen de deuren van de gevangenis open.

Als wij meer en meer ons vertrouwen op God stellen, kan Hij ook meer en meer voor ons betekenen. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn, dat Hij een tijdje lang een bepaald lijden van ons vraagt. Wij moeten dus niet denken: God verhoort mijn gebeden niet, dus ik zal wel te weinig vertrouwen in Hem hebben. Nee, soms vragen wij iets aan God voor onszelf, maar dan heeft God een beter plan met ons. Wij mogen alles aan Hem vragen, maar zorgen wij ervoor, dat ons gebed altijd eindigt met de zin "maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede."

Vragen wij vergeving voor de keren, dat wij meer vertrouwen hadden in ons eigen plan met ons dan in Gods plan met ons.

PREEK

Niemand zou het de apostelen Paulus en Silas kwalijk hebben genomen als zij na het openspringen van de gevangenisdeuren het hazenpad hadden gekozen. Immers, zij hadden voor God een belangrijk werk te doen. Het zou hun probleem niet zijn geweest als de wrede gevangenisbewaarder na de ontdekking dat de deuren waren opgesprongen zelfmoord had gepleegd, want hij wist welke straf hem na een ontsnapping wachtte. Maar in plaats daarvan bleven de apostelen in hun cel om te zien of God nog meer in petto had.

En jawel, de cipier viel op zijn knieën en vroeg hoe hij de Heer kon leren kennen. Nog meer opvallend dan de aardbeving was de aanwezigheid van de Heer in Paulus en Silas, die meer gaven om de redding van deze cipier dan om hun eigen veiligheid. Zij vergaven hem van harte en - nog belangrijker - zij stelden hem in staat om Gods vergeving te ervaren.

Veel mensen vandaag de dag zijn energieke mensen met een lange lijst van dingen, die zij nog moeten doen. Als sommige onvoorziene gebeurtenissen hun schema in de war brengen, raken zij helemaal gefrustreerd. Zij vergeten dan de hemelse Vader te prijzen, de Vader die ons in alle omstandigheden liefheeft. En dan, wanneer Hij hen dan uiteindelijk toch gered heeft of geholpen, stoffen zij zichzelf af en gaan verder op het punt waar zij gebleven waren, alsof dit onvoorziene gebeuren eigenlijk niet had mogen plaatsvinden.

Lieve mensen, soms heeft God een goede reden om ons eigen programma een beetje te veranderen, soms twee beetjes te veranderen. Het beste dat wij dan kunnen doen is onze innerlijke vrede te bewaren, ook al worden wij op dat moment bijvoorbeeld heel onrechtvaardig behandeld. De manier waarop wij in dat soort omstandigheden reageren maakt vaak meer indruk op andere mensen dan de mooiste woorden.

Het kan soms even duren voordat wij inzien dat God echt door ons aan het werk is en het zal lang niet altijd gebeuren door een zo dramatisch ingrijpen als in de eerste lezing van vandaag. Maar toch, als wij goed luisteren en wij doen ons best om onze vreugde te bewaren, dan zal het getuigenis van onze liefde en onze vrede in deze omstandigheden een verandering teweegbrengen in het leven van iemand anders.

Het is zo gemakkelijk om te zeggen "uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel". Maar proberen wij om in ons dagelijkse leven ook de daad bij het woord te voegen. Amen.