Bookmark and Share

12-06-2012, dinsdag in de 10e week door het jaar

OPENINGSTEKST

De leerlingen bleven eensgezind volharden in het gebed met Maria, de moeder van Jezus.

OPENINGSWOORD

Vandaag, lieve mensen, zegt Jezus tegen ieder van ons, dat wij het zout der aarde en het licht der wereld zijn. Er gaat een kracht van ons uit, Gods kracht, die andere mensen kan herscheppen naar zijn beeld en gelijkenis. Dat gebeurt als wij dag in dag uit leven in verbondenheid met Jezus, onze Heer, als zijn heilige Geest en onze geest met elkaar verbonden zijn. Dat zal natuurlijk de ene dag een beetje beter lukken dan de andere.

Vragen wij Maria om ons te helpen. Zij was als geen ander verbonden met de Heer.

Vragen wij vergeving voor de keren dat wij deze verbondenheid door onze zonden hebben verbroken en zo kansen om goed te doen hebben laten liggen.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, barmhartige Vader, uw eniggeboren Zoon heeft aan het kruis zijn moeder, de heilige maagd Maria, ook aangesteld tot onze moeder. Laat uw kerk door haar liefdevolle medewerking van dag tot dag toenemen in vruchtbaarheid, vreugde vinden in de heiligheid van haar kinderen en alle volkeren opnemen in haar schoot. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... .

PREEK

De profeet Elia zegt, dat de pot met meel niet zal leegraken en de kruik met olie niet uitgeput.

Gedurende de christenvervolging van de eerste eeuw werd diaken Laurentius door de prefect van Rome gedwongen om de rijkdommen van de Kerk af te staan. Maar zoals jullie waarschijnlijk wel weten, verzamelde hij toen niet goud en zilver, maar de weduwen en de wezen, de armen en de zieken en de stervenden voor wie de Kerk zorg draagt “Dit”, zei hij tegen de prefect, “zijn de schatten van de Kerk”.

Dit is de manier waarop God naar de armen kijkt. Wat zou het fijn zijn als in onze wereld meer mensen zouden omkijken naar de armen. Dat zou voor de hulpverleners zelf goed zijn en natuurlijk al helemaal voor de armen.

In het 12e hoofdstuk van het Johannesevangelie zei Jezus, dat wij armen altijd bij ons zullen hebben. En met de armen bedoelde Hij niet alleen maar de mensen die materieel behoeftig zijn, maar iedereen die op de een of andere manier in nood verkeert: mensen met een lichamelijke handicap of ziekte, de mensen met een psychische aandoening, de mensen die gebukt gaan onder een of andere verslaving, mensen die aan de rand van de samenleving staan of niet gekend worden. Hoeveel stress ondergaan mensen als hun gezin door werkeloosheid in moeilijkheden komt. Hoe eenzaam kan iemand zijn als niemand hem in het ziekenhuis of in de gevangenis komt bezoeken. Zij zijn op bijzondere wijze de schatten van Jezus Christus.

Hoe kunnen wij deel uitmaken van Gods antwoord op de roepstem van de armen? Misschien kunnen wij het voorbeeld van de profeet Elia navolgen en al richten wij onze ogen maar op één noodlijdende medemens in onze omgeving, dan maakt ons bestaan al een verschil uit in deze wereld. Wij hoeven niet per se iets groots te doen. Door één iemand te helpen kunnen wij de wereld beter maken. En we zouden natuurlijk ook iedere dag een paar minuten voor de armen kunnen bidden, al is het maar een tientje van de rozenkrans.

Wij weten, dat wij de roep van de armen beantwoorden als wij merken dat ons hart verandert. Iedereen kan een aalmoes geven. Maar vooral als wij in eenheid met de heilige Geest onze handen uit de mouwen steken zal God ons rijkelijk belonen. Iedereen die iets aan Jezus geeft of voor Jezus doet, zal het dertigvoudig of zestigvoudig of honderdvoudig terugkrijgen.