Bookmark and Share

09-09-2012, preek op de 23e zondag door het jaar B

ER IS CRÈCHE

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom bij deze heilige eucharistieviering op de Dag des Heren. Vandaag gaat het over Jezus Christus, die mensen aanraakt om ze te genezen. Hij wil betere tijden voor hen doen aanbreken. Luisteren wij zo aanstonds maar eens naar de prachtige beloftes, die in de eerste lezing door God worden gedaan. En de tweede lezing zegt, dat ook wijzelf moeten zorgen voor betere tijden door bijvoorbeeld mensen niet te discrimineren.

Misschien zeggen wij van onszelf, dat wij niet ziek zijn. Maar er zijn ziektes en ziektes. Je kunt gezonde ogen hebben en toch blind zijn, niet de waarheid zien, geen oog hebben voor de werkelijkheid.

Zo was er eens eens een man, die zijn bijl kwijt was. En hij verdacht de zoon van de buren. En eerlijk gezegd, die jongen liep ook echt als een dief, zag eruit als een dief en sprak als een dief. Maar even later vond de man tijdens graafwerkzaamheden zijn bijl terug. En toen hij bij een volgende gelegenheid weer naar de zoon van de buren keek, liep, sprak en zag hij eruit als elk ander kind.

Hij méénde, dat die jongen zijn bijl had gestolen, en daarom vond hij hem er ook uitzien als een dief, maar hij was blind voor de werkelijkheid, dat die jongen misschien nog eerlijker was dan hijzelf.

Zo kunnen ook wij ons weleens vergissen ... in God, in elkaar, en in allerlei situaties. Ja, wij kunnen ons zelfs vergissen in onszelf!

Vragen wij God, dat Jezus in deze viering onze ogen mag aanraken, opdat wij alles en allen zien in het licht van Gods waarheid en werkelijkheid.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer onze God, alleen zij die niet willen zien, zijn blind; alleen zij die niet willen horen, zijn doof. Wij vragen U: maak ons ontvankelijk voor al het goede dat Gij door mensen bewerkt, zodat wij van U kunnen getuigen: “Alles heeft Hij welgedaan”. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... Amen.

ER IS KINDERWOORDDIENST

PREEK

Zou het voor God mogelijk zijn geweest om ons, mensen, rechtstreeks vanuit de hemel te verlossen, dus zonder dat Jezus geboren zou hoeven te worden uit de maagd Maria? Zeker weten! Maar God heeft er nu eenmaal voor gekozen om in Jezus Christus mens onder de mensen te worden. Hij heeft gewoond en gewerkt in een gewoon dorpje en vooral ... Hij heeft daar contact gehad met zijn dorpsgenoten. Hij heeft met hen gesproken, gelachen en gehuild. Hij heeft hen aangeraakt. God wil de mens aanraken ... letterlijk!

God had het zo kunnen doen, dat Hij eerst de ziel van een mens genas en dan zou er kans zijn, dat die innerlijke gezondheid vanzelf wel naar buiten zou gekomen om de mens ook in zijn lichaam te genezen. Er zijn ziektes, die ‘psychosomatisch’ zijn, d.w.z., dat er een wisselwerking is tussen lichaam en geest. Heeft je lichaam een bepaalde ziekte, dan kan dat invloed hebben op je geest, en omgekeerd. Maar nee, het is vaak via het lichaam, dat God de ziel, het hart, van de mens wil bereiken.

God zoekt in Jezus Christus contact met de mensen, lichamelijk contact ook, want Hij weet dat een mens, die God aanraakt, iets van Gods kracht krijgt, iets van zijn zuiverheid van leven, van zijn heilige Geest. Wie zo door God voelbaar wordt aangeraakt en genezen, krijgt vanzelf berouw en vergeving.

Wij weten uit de verschillende evangelieverhalen hoe Jezus Christus zich liet aanraken. Als bijvoorbeeld de menigte opdringt, ziet een zieke vrouw kans de zoom van Jezus’ kleed aan te raken en meteen voelt Hij, dat er een kracht van Hem uitgaat. Want het is geen toevallig aanraken, maar een gelovige aanraking.

En Jezus laat dit niet alleen toe, Hij zoekt deze aanrakingen ook op. Vandaag zien wij hoe hoopvolle mensen een doofstomme bij Jezus brengen. Zij smeken Hem om de zieke te genezen. En dan blijkt weer hoe het Jezus echt om deze zieke te doen is. Het gaat Hem er niet om op te vallen door middel van sterke staaltjes. Daarom neemt Jezus de zieke buiten de kring van het volk en daar raakt Hij hem aan. En niet zo’n beetje ook. Hij steekt zijn vingers in de oren van doofstomme en smeert wat van zijn eigen speeksel op diens tong. Velen zouden dat vandaag de dag onhygiënisch vinden, maar daar let Jezus Christus niet op. Hij raakt de zieke aan op z’n zieke plek, de plek die pijn doet. Hij neemt als het ware de pijn over. En dan gebeurt het wonder en allen zijn buiten zichzelf van verbazing.

Zo raakt Jezus Christus vele mensen aan, klein en groot, ziek en gezond, goedwillend en zondig. Een publieke vrouw bijvoorbeeld mag Hem aanraken, terwijl de joodse wet eigenlijk zegt, dat je door zo iemand aan te raken zelf ook onrein wordt. Maar Jezus Christus laat ook voor haar een kracht van Hem uitgaan en zij wordt genezen. Hij schenkt haar zijn vergevende liefde.

Lieve mensen, het is onze roeping meer en meer van God en Jezus Christus gaan houden. Dat kun je bereiken door wat vaker te denken aan al het goede, dat God voor de mensheid en voor jou persoonlijk heeft gedaan. Je kunt tijdens je gebed een aantal zaken achter elkaar opnoemen: God, dank U voor dit en dank U voor dat. Misschien kunnen we tussen de verschillende bedankjes even een korte pauze houden, een stilte, zodat de dankbaarheid dieper tot ons kan doordringen. Je zult zien: dan voel je de dankbaarheid in je groeien. Je kunt ook wat vaker door de dag iets tegen God zeggen. Dat schept nabijheid. En als er nabijheid is, kan God ons aanraken, kan Hij ons genezen, ons helpen.

De heilige communie, is dat ook niet een kwestie van dat God ons wil aanraken? Wij ontvangen het ‘Lichaam van Christus’. Zijn Lichaam raakt ons lichaam aan, zoals Hij in het evangelie het lichaam van de doofstomme aanraakte. De manier waarop Jezus ons in de communie aanraakt gaat zelfs nog verder. Wij worden met elkaar verbonden, volkomen één. En zoals er in het evangelie een kracht van Hem uitging naar allen, die in Hem geloofden, zo kan de communie ook voor ieder van ons een bron van kracht zijn ... als wij maar geloven, als wij maar - net als de mensen in het evangelie - smeken om genezing voor onszelf en vooral voor elkaar.

Lieve mensen, hebben wij God ooit weleens om iets gesmeekt? Hoe zouden wij bidden als één van onze kinderen of kleinkinderen een levensbedreigende ziekte zou krijgen? Zouden wij dan bij Maria één enkel kaarsje opsteken, één Weesgroetje bidden en dan weer gauw weglopen? Of zouden wij op onze knieën vallen en - zoals men zegt - Onze Lieve Heer van het kruis afbidden: O, Heer, alstublieft, mijn kind is ernstig ziek, laat hem niet doodgaan. Hij is zo lief, nog zo jong. Wij kunnen hem niet missen. Wij willen hem zo graag zien opgroeien. Alstublieft, laat hem toch weer gezond worden ... en zo kunnen we dan nog wel even doorgaan!

Zouden wij niet ook zo moeten bidden voor bijvoorbeeld de vrede in het Midden Oosten, die elk moment zeer ernstig verstoord kan worden met wie weet wat voor gevolgen ook voor ons? Zouden wij niet ook zo moeten bidden voor de honderden christenen, die iedere dag opnieuw wereldwijd vermoord worden? Het zijn toch onze broeders en zusters, onze familie? Zouden wij die arme mensen, die iedere dag in angst verkeren, niet door onze vurige smeekbeden een helpende hand kunnen en moeten toesteken?

Onze vredeswens na het Onzevader, zou dat ook niet méér kunnen zijn dan alleen maar het elkaar toesteken van een hand? Bij een doopgesprek leer ik de ouders waarom ik namens de Kerk hun kindje aan het begin van de doopviering een kruisje op het voorhoofd geef en waarom zij ook zelf iedere dag een kruisje kunnen en mogen geven. Dat is een aanraking waar een kracht van uitgaat. Wij raken een mens aan, nota bene met het teken van Jezus Christus, het kruisteken. En zo is het ook bij de vredeswens. Wij geven niet zo maar een hand, uit beleefdheid, het is een heilig aanraken, het is als het ware de hand van Jezus Christus, die wij elkaar toesteken. Daar gaat een kracht van uit.

Misschien hebben jullie het weleens meegemaakt, dat iemand bijvoorbeeld een doos chocolaatjes cadeau gaf en erbij zei: “Alsjeblieft, chocolaatjes ... om uit te delen”. En dan verwacht men, dat je meteen uitdeelt wat je ontvangen hebt. Wel, in een eucharistieviering vult God ieder van ons met zijn kracht ... kracht om zelf te gebruiken, maar ook om meteen uit te delen. Er is immers genoeg voor iedereen.

Steken wij geregeld een handje toe, letterlijk en figuurlijk. Een uitgestoken hand bemoedigt, geeft de ander de kracht van God. Er gaat méér kracht van jezelf uit dan je denkt, omdat God in je woont.