Bookmark and Share

07-09-2012, preek op de 23e zondag door het jaar B door Jannie Ligthart in Hugo Oord en De Raatstede

Beste medegelovigen.

Het evangelie van vandaag eindigt met een lofprijzing.
De menigte roept buiten zichzelf van verbazing uit:
“Hij heeft alles welgedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken”.
Met andere woorden, Jezus kreeg voorelkaar wat voor ons mensen onmogelijk leek.

Dit wonderverhaal drukt bewondering voor Jezus uit.
Een grote groep mensen komt met een dove man naar Jezus toe, en vragen aan Jezus om hem de handen op te leggen.
Zo vragen ze om genezing. In Jezus tijd, was het vragen om een handoplegging, een vraag om gebed voor genezing.

Als je dat zo durft te vragen moet je wel een groot vertrouwen hebben.
Jezus zou de dove man meteen de handen op kunnen leggen, maar Hij neemt de dove terzijde, buiten de menigte. Jezus wil persoonlijk contact met deze mens.

In de eerst lezing uit het Oude Testament, heeft de profeet Jesaja al beschreven, wat we van Jezus kunnen verwachten.
Deze lezing geeft aan dat we moed moeten houden en op God moeten blijven vertrouwen.
God zal, op Zijn tijd, de ogen van blinden, en de oren van doven openen, zal de lamme weer laat lopen en zal de stomme van en over Hem laten getuigen.

Het onmogelijke maakt Jezus mogelijk.
Waartoe iemand niet in staat is, daartoe wordt hij door Jezus in staat gesteld, en dat gebeurt ook nu nog in ons dagelijks leven.
Ook wij kunnen doof zijn en met stomheid geslagen.
Waarom durven we vaak niet te zeggen wat er in ons hart leeft.
Hoe komt het toch dat we het af en toe niet zien zitten, dat we blind zijn voor al het goede om ons heen.
Dat we ons als het ware verlamd voelen, en niet in staat om de dingen te doen die we moeten doen.

Hoe luisteren we naar Gods Woord. Horen we wel wat Jezus ons te zeggen heeft, verstaan we Hem wel?
En, als we zijn woord verstaan, kunnen we, ja, durven we daarover te spreken, ervan te getuigen?

Zoals we hier bij elkaar zijn, zijn we allemaal verschillende mensen. Ieder van ons heeft zijn eigen doofheid, blindheid, verlamdheid in het luisteren naar Gods Woord, in het vertalen van het Woord naar het leven van alle dag. Gelukkig zijn we door Jezus te genezen.

Hoe Jezus ons kan genezen heeft Jesaja al geprofeteerd en staat bevestigd in het evangelie van vandaag.
Ook wij kunnen naar Jezus gaan en Hem vragen ons de handen op te leggen.
Wij kunnen dus naar Jezus toe gaan en Hem vragen voor en met ons in gebed te gaan.
Zoals we in het evangelie lezen kiest Jezus ervoor ons dan apart te nemen voor een persoonlijk gesprek.
Hij vraagt ons om het rumoer van alle dag de rug toe te keren, en in rust met hem in gesprek te gaan, en te bidden.

In dit gesprek met Jezus, bidt Hij met ons mee.
Door Jezus zal ons gebed, bij zijn Vader gebracht worden.
Jezus zal dan, net als bij de dove man uit het evangelie, ook over ons het “Effeta” , het “Ga open”, uitspreken, waarop een nieuwe wereld voor ons zal opengaan.
In verbondenheid met Jezus zullen we zijn Woord horen, zullen we erover durven spreken, zullen we de zin van het leven zien en zullen we weer de moed hebben om het leven te leven zoals het op ons afkomt.

Dit “effeta” heeft Jezus, door de priester, ook bij ons doopsel al over ons uitgesproken.
Vanaf ons doopsel zijn we verbonden met God, zijn we Zijn kinderen, en verwacht Hij onze vragen, en staat Hij open voor onze moeilijkheden en verlangens.
Het enigste wat wij maar hoeven te doen, is er de tijd voor te nemen om Jezus te vragen ons de handen op te leggen, met Hem de stilte in te gaan en te bidden.
Dan zullen ook wij in dankbaarheid uit kunnen roepen:
“Alles heeft hij welgedaan, tot wie zouden we anders gaan”.

Amen.