Bookmark and Share

03-10-2012, woensdag in de 26e week door het jaar II

OPENINGSTEKST

Dit is de trouwe en verstandige dienaar, die de Heer over zijn gezin heeft aangesteld.

OPENINGSWOORD

Job in de eerste lezing van vandaag verklaart tegenover zijn vrienden, dat God wijs en machtig is. Bergen rukt hij van hun plaats. Hij beveelt de zon en ze komt niet meer op en de zee legt Hij aan zijn voeten neer. Al staat Job in zijn recht, hij heeft geen verweer en kan zijn rechter slechts smeken om genade. En Job denkt - terecht - dat God hem wel hoort, maar ook denkt hij - onterecht - dat God niet naar zijn roepen luistert.

God luistert niet, nog niet. Dit is voor Job een tijd van beproeving, een tijd van innerlijke groei. Hij was enorm welvarend, maar het innerlijk van de mens is nog veel belangrijker. En daarom laat God dit gebeuren. Hij wil, dat Job ook innerlijk rijk wordt.

Als wij met iets moeite hebben, mogen wij dat gerust tegenover God uitspreken, net als Job, maar laten wij altijd eindigen met het gezegde: Niet mijn wil, maar uw wil geschiede.

Vandaag, woensdag, willen we de heilige Mis vieren ter ere van die andere grote dienaar van God en de Kerk, de heilige Jozef.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, in uw wijze voorzienigheid hebt Gij de heilige Jozef willen uitverkiezen tot bruidegom van Maria, de moeder van uw Zoon. Wij vragen U: mogen wij hem tot voorspreker hebben in de hemel, die wij op aarde vereren als beschermer. Door Onze Heer Jezus Christus, uw Zoon... .

PREEK

In het evangelie zijn allerlei mensen, die Jezus willen volgen. Ze zijn heel enthousiast en Jezus is dan natuurlijk ook blij mee. Maar Hij wil ze wel even laten weten waar ze aan beginnen, wat er allemaal bij komt kijken. Jezus, de Mensenzoon, heeft geen bezittingen. De vossen hebben hun holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten. Voor ons betekent dat, dat wij ons niet krampachtig moeten vastklampen aan onze bezittingen.

Andere mensen willen, voordat ze Jezus gaan volgen, eerst nog hun doden begraven en afscheid nemen van hun familieleden. Dat klinkt toch heel redelijk. Maar Jezus zegt, dat wij de doden - en ik denk dat hij daarmee bedoelt de mensen die innerlijk dood zijn - een dode zelf moeten laten begraven en Hij zegt, dat als je Hem wilt volgen, dat je dan niet meer om moet kijken. Het gaat dan niet meer om je gewone familie, maar om Jezus en de grote familie van God. Bloedbanden zijn belangrijk. Maar de geestelijke rijkdommen, die wij van God mogen ontvangen en met elkaar mogen delen, zijn nog veel belangrijker.

Het lijkt misschien allemaal een beetje hard wat Jezus zegt, maar als mensen enig idee hadden van de grote schat, die God voor hen heeft, in dit leven en in de eeuwigheid, als ze die schat eventjes met hun aardse ogen zouden mogen zien, dan zouden zij er geen enkele moeite meer mee hebben.

Laten wij aan God vragen, dat Hij in deze zo moeilijke tijd voor wat meer mensen een klein tipje van de sluier wil optillen, zodat zij ietsje gemakkelijker kunnen ontdekken hoe groot die schat inderdaad is, dat is God zelf en het eeuwige leven bij God met elkaar.