Bookmark and Share

Preek van Eelke Ligthart in Hugo Oord en De Raatstede

Dierbare medegelovigen,

“Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bezoedelen de mens”.

Als je die laatste zin van het evangelie goed tot je door laat dringen dan vraag je je af of het werkelijk zo slecht is gesteld met ons mensen. Er wordt immers nogal een lijst opgenoemd. Allerlei boze gedachten:
Ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, losbandigheid, afgunst en trots. Dat komt allemaal uit het binnenste van de mens. Is het werkelijk zo beroerd met ons gesteld? Ik moet u teleurstellen, kijk maar om u heen, dan zult u ontdekken dat het er allemaal is.

Niet alleen toen, toen dit verhaal speelde, maar ook nu kun je ontdekken dat het er allemaal is. Via de krant, de TV en de verhalen die je van mensen hoort lijkt het werkelijkheid te worden. Bij ieder genoemd woord kun je een verhaal van een mens vertellen. Laten we dat maar niet doen, want dan is dit uur dat we samen zijn veel te kort. En bovendien het zou ons alleen maar somber en pessimistisch maken.
Jezus verteld zulke verhalen dan ook niet om mensen teleurgesteld naar huis te sturen, maar zijn verhalen hebben altijd een doel, zijn verhalen hebben een diepere boodschap waarin mensen zichzelf kunnen herkennen.

Natuurlijk moeten wij onze ogen niet sluiten voor het kwaad in de wereld, het kwaad in de mens, de slechte gedachten die we ongetwijfeld zelf ook wel in ons eigen binnenste hebben. Jezus windt er geen doekjes om en noemt gewoon alles bij naam, niet om ons op ons nummer te zetten, of in de put te praten.

Om met al die onhebbelijkheden te kunnen omgaan, moet je eerst beschikken over een behoorlijke portie zelfkennis. “Kennis van Goed en Kwaad” zoals we dat in de Bijbel kunnen lezen. (Genesis).

In het evangelie van vandaag heeft Jezus het daarover aan de stok met de Schriftgeleerden en de farizeeën. Je moet je wel aan de wet houden. We hoorden en lazen in de eerste lezing: ”Luister dan Israël, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer en handel daarnaar, dan zul je een machtig en wijs volk genoemd worden”.

Maar dan moet je niet muggenziften en krententellen. Daar zijn geboden en voorschriften niet voor. Niet om een duimstok langs het leven te leggen en na te meten of alles wel klopt. God wil geen volk dat hem met de lippen dient, prachtige verhalen rondstrooit, maar het in de praktijk laat liggen. Je wordt verzocht het ter harte te nemen, het daadwerkelijk uit te voeren.

Dan kun je immers het leven, en alle mogelijkheden die er zijn om te ontsporen, toch nog in goede banen leiden. Dan kun je het kwade omkeren in het goede en dan worden negatieve verhalen veranderd in positieve verhalen. Verhalen over echte leerlingen van Christus die ondanks onze slechte inborst het leven ten goede keren en van harte het goede doen.

Een van die voorbeelden is de Nederlandse kardinaal de Jong. Geboren op Ameland in 1885 als zoon van een bakker. Hij werd priester en veel later aartsbisschop en kardinaal. Hij was een geleerde, maar geen begenadigd spreker. Er wordt zelfs over hem geschreven dat hij stuntelig was en onbeholpen. Maar op een gelovige manier is hij groot geweest. Hij streed consequent tegen het kwaad. Toen in de oorlog de”groten” om hem heen het lieten afweten, bleef hij strijden tegen het kwaad in de mens, tegen de kwaadaardigheid van het nazisme in de oorlog.

Zijn medestrijder, die ook zijn mond niet hield, was Titus Brandsma. Hij heeft deze houding met de dood moeten bekopen. De wet van God bleef bij hen fier overeind: eerbied voor de mens, voor elke mens. Zij waren echte leerlingen van Christus. Ook in onze tijd zijn er velen die dat kunnen.

Toen was het belangrijk, maar ook nu is het belangrijk dat mensen hun stem verheffen, tegen misstanden, tegen misstanden die mensonterend zijn.

De stem van je hart laten horen en je geweten laten spreken. Spreken omdat je diep in je hart het gebod van God kent, zonder de letter van de wet er op hoeven na te slaan.

Veel belangrijker dan het spreken is het doen. Een mooi verhaal, een voorbeeld daarvan is wat er met mensen in Lourdes gebeurt. Ik ken geen andere plaats in de wereld waar je zo onder de indruk komt van het geloof van mensen.

Twee “soorten” van geloof; De een, de zieke, vol van pijn en zorgen om de uitzichtloosheid van hun bestaan. Maar toch een grenzeloos vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt, dat God hen uiteindelijk trouw blijft. Hier ligt een vertrouwen en een overgave aan ten grondslag die uitstijgt boven allen misstanden genoemd in het evangelie.

De tweede “soort”; de mensen die opkomen voor die zieken. Verpleegsters, doctoren, maar ook “gewone” mensen: een bakker die een week vrij neemt, een boer die het heeft van horen zeggen en het wil meemaken, een militair uit Bosnië die niet begrijpt dat die wereld van omzien naar elkaar nog bestaat en er stil van wordt.

Mensen die heel concreet Gods gebod van naastenliefde ter harte nemen en het in praktijk brengen. Dat maakt het leven beter, en dat maakte ziekte en ongemak draaglijker. Dat geeft je het gevoel dat God dichter bij je komt, in een mensengestalte. Men zegt: “Daar in Lourdes raakt de hemel de aarde”.

De mens kan slecht zijn, maar ook heel goed. Er kunnen, door omstandigheden hele vreemde verkeerde dingen aan ons binnenste ontspruiten. Maar Gods wet is ons gegeven om het goede in ons midden een kans te geven. Of het nu gaat om grote wereldvragen, politieke stellingname op 12 september, of de hele concrete en nabije zorg voor elkaar, zelfs hier in huis, daarin mogen en kunnen wij het goede laten zien.
Wij mogen een kerk zijn , een parochiegemeenschap, een gelovige die ernst maakt met die zorg, meer dan dat we ons druk maken om de buitenkant.

Van binnenuit moeten we hervormen, omkeren met Gods hulp. God laat immers niemand verloren gaan. Kunnen wij Hem navolgen? Amen.