Bookmark and Share

01-10-2012, maandag in de 26e week door het jaar II

OPENINGSWOORD

Vandaag vieren wij de kleine heilige Theresia van Lisieux. Heel bekend van haar is haar kleine weg, heilig worden in de kleine dingen van elke dag. Zij wilde zich als een klein kind aan God overgeven. Eigenlijk hoef je als mens dan niet veel meer te doen dan te verlangen en lief te hebben en het initiatief aan God over te laten. Het gaat om absoluut vertrouwen.

Maar deze manier van leven heeft ook een keerzijde. Tussen haakjes, die keerzijde doet mij denken aan Job, de man op de mesthoop, over wie wij strakjes in de eerste lezing zullen horen.

Teresia ervaarde hoe diep het verlangen om zelf iets te zijn in ons zit. Op haar ziekbed was ze soms ten prooi aan de zwartste geloofstwijfels. Zo was ze. Elk gevoel drong diep haar ziel binnen; doorleefde ze; ook de negatieve. “Als je eens wist welke afschuwelijke gedachten in mij rondspoken. Het zijn die materialistische redeneringen, die zeggen: 'Wacht maar af, als de wetenschappen nog wat verder zijn, zal overal een natuurlijke uitleg voor te vinden zijn; voor alles bestaat een gewone verklaring. Nu weten we nog niet alles, maar ooit zullen we dat allemaal ontdekken ... enz.” Dergelijke gedachten omschrijft ze zelf als een zwart gat. Ze is zelfs bang dat ze in haar geloofstwijfel God beledigt en heiligschennis pleegt. Er blijft haar niets over dan het besef heel klein te zijn en volkomen aangewezen op Gods liefde ... die ze soms geruime tijd niet voelt; er blijft haar niets anders over dan er onvoorwaardelijk in te geloven.

Voor de keren, dat wijzelf niet onvoorwaardelijk als een kind op God hebben vertrouwd, vragen wij nu samen om vergeving.

PREEK

Job zegt op het einde van de eerste beproeving: "Het was de Heer die gaf, het was de Heer die nam". En bij al die slagen zondigde Job niet.

Misschien dat wij een beetje ineenkrimpen bij het lezen van wat Job vandaag allemaal is overkomen en hoe God het kan toelaten, dat een man die oprecht is en onberispelijk leeft zo veel moet lijden!? Heel snel achter elkaar verliest Job zijn bezittingen en zijn kinderen en wij weten dat hij ook nog zijn gezondheid zal verliezen. Wat lijkt dit oneerlijk! Door al deze tragedies worstelt Job met het mysterie van het lijden en eigenlijk worstelt hij nog meer met het mysterie, dat God zelf is.

Niemand weet wie het boek Job heeft geschreven, maar wetenschappers geloven, dat het werd gecomponeerd ergens tussen de zevende en de vijfde eeuw voor Christus. Het gebeuren wordt gesitueerd in de cultuur van de volksstammen van het oude Nabije Oosten en vertelt het verhaal van een welvarende woestijnsjeik, die lijdt onder een reeks van professionele en persoonlijke tragedies. En zoals met alle wijsheidsliteratuur is het doel van dit boek ons inzicht te geven in de aard van God en in onze relatie met Hem.

God geeft geen antwoord op de vragen van Job naar de reden waarom hij zo moet lijden. In plaats daarvan herinnert God Job aan zijn machtige werken en aan de manier waarop Hij zorg draagt voor al het geschapene. Job gaat dan beseffen dat de menselijke geest Gods wegen niet kan begrijpen. En uiteindelijk vindt Job voldoening in het diepe besef van Gods aanwezigheid en kracht en wijsheid.

Ooit heeft een benedictijnse zuster geschreven, dat als wij God vragen naar redenen, dat Hij dan geen antwoord geeft. Het enige antwoord dat Hij geeft op al onze vragen is dat Hij verklaart – wat Hij ook deed tegenover Mozes en veel later tegenover de apostelen – dat Hij met ons zal zijn. Onze taak is het vertrouwen te hebben in deze belofte.

Uiteindelijk geeft het verhaal over Job ons hoop, want Jezus is God-met-ons. Wij zullen de komende week nog meer horen over Job. Laten wij God vragen, dat wij deze week een bijzondere godservaring mogen krijgen, dat wij zijn aanwezigheid mogen ondervinden in onze eigen persoonlijke uitdagingen, in ons eigen verdriet en beproevingen.