Bookmark and Share

Preek op 30-03-2018, Goede Vrijdag, diaken Eelke Ligthart

30-03-2018
Home >>

Een mens die straalt van God, zo’n mens was Jezus Christus, Hij had woorden gesproken van recht en waarheid van liefde, hij had mensen aangeraakt met de stralende kracht van God, Hij was de belichaming van Gods hart voor mensen geweest. Maar toen alles zich tegen hem keerde, is hij niet ondergedoken, en hij is voor dat bittere lot niet weggelopen, al had dat heel goed gekund. Maar Hij is gebleven wat Hij was, de belichaming van Gods hart voor mensen.

In een heel oude traditie wordt Jezus de gekruisigde niet afgebeeld zoals we het de laatste eeuwen zo vaak gewend zijn, als een bloedend en gebroken mens die stervend aan de nagels hangt, maar als iemand die zelf zijn armen spreidt, een zegenende Christus die ons aankijkt. Dan is hij de belichaming van God die blijft zegenen ook al wordt Hij vervloekt; die welkom blijft heten ook al stoten we hem weg uit onze wereld; die zich blijft openen voor mensen die Hem buitensluiten; die blijft vrijspreken ook al veroordelen we hem voor dingen die we zelf hebben gedaan.

De mensen hebben Jezus op die houding vastgenageld toen ze hem kruisigden, maar als hij straks door de dood heen aan zijn leerlingen zal verschijnen, zal blijken dat het zijn eigen houding is, die van God zelf: zegenend, welkom hetend, vrijsprekend, zich openend.

Daarom is het kruis tot merkbeeld geworden van alle christen gelovigen. Als folterpaal verbeeldt het kruis al het verschrikkelijke waar mensen tot op de dag van vandaag toe in staat zijn, maar als zinnebeeld is het de verbeelding van Gods hart voor mensen.

Het valt mij in de loop van de jaren steeds meer op, dat alle vier de evangelieverhalen uitgebreid vertellen over de kruisiging van Jezus, maar dat ze vrijwel geen aandacht besteden aan de lichamelijke foltering.

Geen spijkers en hamers, geen vertrokken gezichten, geen details over het lijden van een gekruisigde. Dat moet er allemaal ook zijn geweest, maar dat is niet waar het evangelie ons op wil wijzen.

De eenzaamheid van onbeantwoorde liefde die toch blijft liefhebben, van een verworpene die tot het laatst vol blijft van bewogenheid – dat is wat de evangelisten vertellen. Gods liefde die sterker is dan de afwijzing van mensen: dat is wat Jezus belichaamt, en daarom is het Goede Vrijdag.

Maar goed is deze dag pas echt, als die liefde ook ons overwint. Als we geen toeschouwers bij het kruis blijven, ach en wee roepen bij al dat onrecht, maar ons laten liefhebben, vrijspreken, welkom heten – en zo betrokken worden in die beweging die van Gods hart uitgaat. Zodat we, als straks de kerk uitgaat, naar huis gaan met de bereidheid om die houding van Jezus in ons zelf te laten groeien: niet vloeken maar zegenen, niet afstoten maar welkom heten, je niet afsluiten maar je openen. Ook als je daarmee een kwetsbare duif tussen de jakhalzen zou zijn. Ook als ze je erop vastnagelen. Ook als je door woorden in de hoek wordt gedreven. Of we dat volhouden, of ik dat kan, ik weet het niet, ik vrees van niet, maar je kunt niet weigeren om dat door Jezus als een zaadje in je leven te laten leggen. Want zonder die houding, vanuit het hart van gekruisigde, als we die goddelijke liefde niet voor onszelf kunnen vertalen, zal het geen echt Pasen worden. Amen.

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer