Bookmark and Share

Preek op 22-04-2018, 4e zondag van Pasen, jaar B, pastoor Frank Domen

22-04-2018
Home >>

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom.

Hebben jullie het ook weleens meegemaakt, dat jullie iets heel goeds hadden gedaan en dat naderhand mensen vragen gingen stellen alsof zij twijfels hadden bij wat jullie hebben gedaan!?

Over een dergelijk gebeuren spreekt Paulus in de eerste lezing: Indien wij vandaag ter verantwoording worden geroepen voor een weldaad aan een gebrekkige bewezen waardoor deze genezen is.

Als wij niet sterk zouden staan in onze geloofsschoenen zouden wij er heel boos om kunnen worden!

Wij staan echter sterk, omdat wij iedere zondag opnieuw van God en Jezus Christus de heilige Geest ontvangen door te luisteren naar de heilige Schrift en de Sacramenten te ontvangen. Reageren wij altijd als een goede herder, ook tegenover mensen, die altijd weer wat te mopperen hebben.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, leid ons op de weg naar de eeuwige vreugde. Geef, dat de kleine kudde de herder daarheen mag volgen waar deze - machtig en groot - is voorgegaan. Door onze Heer Jezus Christus ... Amen.

PREEK 

Broeders en zusters, veel mensen hier in de kerk aanwezig kennen elkaar van gezicht en van naam. De meesten van ons weten ook wel van elkaar waar wij wonen. Van de nodige mensen weten wij wat voor werk ze hebben gedaan of nog doen. Misschien weten wij van iemand een hobby. Wij weten een beetje van elkaars bijzondere vreugde en verdriet.

Maar wat houdt een ander mens nu echt bezig, diep in zijn hart? Waar verlangt hij of zij heel erg naar? Waarom doet hij iets wel of niet? Soms weet de ander het niet eens zelf. Laat staan dat wíj het weten. Van elkaars buitenkant weten wij veel, maar hoe meer wij naar binnen proberen te kijken, hoe minder wij weten.

Jezus zegt in het evangelie van vandaag: “Ik ben de goede Herder. Ik ken de mijnen”. Jezus kent ons echt. Van buiten én van binnen. Beter dan wij onszelf kennen. Daarom laat Hij het soms ook toe, dat ons leven anders verloopt dan wijzelf hopen. Hij weet wat voor ons het beste is. Hij kent onze goede kanten én onze zwakheden. Hij kent onze diepste verlangens en onze verborgen zonden. Hij weet alles.

Daar maakt Hij niet handig gebruik van om er zelf beter van te worden als een soort dief, die onze pincode kent, nee, Hij is de Herder, de Goede Herder. En soms geeft dat een mooi plaatje: een herder, die met een lief schaapje op zijn schouders over glooiende, groene weiden loopt, maar zelf zegt Hij: “De Goede Herder geeft zijn leven voor zijn schapen”. Ondanks of misschien wel dankzij onze zwakheden en zonden houdt Hij zoveel van ons, dat Hij aan het kruis stierf om ons te laten leven. Juist omdat wij uit onszelf zo hulpeloos zijn, verloren rondlopen, niet in de hemel kunnen komen, gaf Hij zijn goddelijke rijkdom op, zodat wij rijk konden worden door zijn armoede. Hij liet zich slaan, zodat wij door zijn striemen genezen konden worden. Hij is geen herder, die zelf ook beter wordt van wat Hij doet, nog meer salaris krijgt dan de schapen, nee, zijn plaats is het kruis. Hij heeft als het ware ons leven gekocht, niet met geld, maar met zijn bloed.

Als wij zien wat Jezus als Goede Herder voor ieder van ons heeft gedaan, kunnen wij zeggen, dat Hij er eigenlijk recht op heeft, dat wij ons leven aan Hem toewijden.

Maar Jezus Christus is niet een soort incassobureau, dat wegneemt waar God recht op heeft, nee, Hij geeft juist wat wij nodig hebben. Als wij Hem ons leven toevertrouwen, geven wij Hem als het ware een lege boodschappentas. Hij mag erin stoppen wat Hij denkt, dat voor ons het beste is. Hij is een voedingsexpert. En wat Hij aan voeding geeft, in Woord en Sacrament, moeten wij dan ook gebruiken, in praktijk brengen. Wij moeten luisteren, gehoorzamen. Vrijwillig verplicht. Jezus was gehoorzaam aan zijn Vader. Wij zijn gehoorzaam aan Hem en aan de Kerk, die Hijzelf ons heeft gegeven. Gehoorzaamheid is wel niet erg in, maar zonder gehoorzaamheid komen wij bij God niet erg ver. “Uw wil geschiede” leerde Jezus ons bidden. En zelf bracht Hij dat ook in praktijk, bijvoorbeeld in de Hof van Olijven.

De Kerk, beste medegelovigen, is vol zwakke mensen, ook op leidinggevend niveau: de paus, de bisschoppen en de priesters. Kijken wij naar Petrus, de eerste paus. Hij verloochende Jezus drie keer, maar omdat hij daarna ook drie keer zijn liefde opnieuw uitsprak, mocht hij toch in de Kerk blijven en werd hem zelfs de leiding over de hele wereldkerk toevertrouwd.

God durft het aan om met zwakke mensen de Kerk te besturen. God durft het aan om met ons, eenvoudige mensen, op weg te gaan. En niet zo van: in Godsnaam dan maar, bij gebrek aan beter, nee, Hij wil het héél graag. In de tweede lezing zei de apostel Johannes dat wij nú al kinderen van God zijn en wat wij strakjes zullen zijn, is nog niet bekend gemaakt, maar het zal alleen maar mooier worden. God geeft ons dat alles, omdat Hij van ons houdt.

Geven wij Jezus de kans om voor ons Herder te zijn. Dat is natuurlijk niet een kwestie van zeggen “Jezus, U mag mijn Herder zijn” en vervolgens gewoon doorgaan met je leven. Je moet Hem laten sturen. “Heer, kan ik vandaag of de komende week iets bijzonders voor U of voor mijn medemensen doen? Wat is uw plan met mij?” En dan ook luisteren. Misschien geeft Hij je een goede gedachte in.

“Heer, ik zit vreselijk met die ene persoon in mijn maag. Hij doet altijd zo vervelend. Wat zou U doen, Heer?” En dan weer ... luisteren. Of wij zeggen: “Heer, ik weet niet meer wat ik met dit geval aan moet. Ik houd op met me er druk over te maken. Ik geef het aan U. Zorgt U er maar voor. Ik vertrouw op U.”

Als wij strakjes weer in Heerhugowaard langs de wegen en fietspaden de schapen zien grazen, twijfelt niemand van ons eraan, dat de herder goed voor zijn schapen zorgt. Laten wij er zo ook niet aan twijfelen, dat God en Jezus Christus van ons houden en voor ons zorgen, wat er ook gebeurt. Amen. 

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer