Bookmark and Share

Komt, volgt Mij; Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.

21-01-2018, 3E ZONDAG DOOR HET JAAR B

Meer lezingen, klik hier

VAN OKTOBER 2017 - JUNI 2018 VIERT ONZE DIONYSIUSPAROCHIE HAAR 150-JARIG BESTAAN !!!

Preek op 17-12-2017, 3e zondag van de advent, jaar B, pastoor Frank Domen

17-12-2017
Home >>

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom op deze derde zondag van de advent. Vandaag in het evangelie een onooglijk mannetje in de woestijn: Johannes de Doper. Maar na 2000 jaar kennen wij zijn naam nog steeds. In positieve zin. Hij was de wegbereider van de Heer. Hij heeft het volk direct voorbereid op de komst van de Messias, de Gezalfde.

Johannes was wie hij was door de werking van de heilige Geest. Laten wij om diezelfde Geest vragen. Niet opdat men ook onze naam nog over 2000 jaar noemt, maar opdat ook wij in de kracht van diezelfde Geest veel goeds kunnen doen en net als Johannes de Doper veel mensen de weg naar God kunnen wijzen, opdat ook zij het goede gaan doen en wij uiteindelijk allemaal als één grote familie samen zullen zijn bij God in het eeuwig leven.

Johannes was heel bescheiden, werkte op de achtergrond, in de woestijn. Voor de keren dat wij onszelf eens te veel hebben opgedrongen, onbescheiden zijn geweest, willen wij nu samen om vergeving vragen.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer onze God, altijd zijt Gij bezorgd om ons geluk. Geduldig en getrouw bereidt Gij uw volk voor op de komst van de Heiland. Doorbreek onze onmacht, ontsluit ons hart; dat wij onbevangen Hem erkennen, die midden onder ons zal komen: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Die leeft en heerst ... Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Johannes de Doper komt om te getuigen van het licht. Geen licht dat ‘s morgens opkomt en ‘s avonds weer ondergaat, nee, als je dit geestelijke licht eenmaal hebt ontvangen, en je blijft het voeden door naar de Mis te gaan, door ook thuis te bidden - liefst samen - en door goede werken te verrichten, houdt het nooit op te schijnen.

Het duister is een symbool voor alles wat ons bang en verdrietig maakt, voor wat ons zorgen baart. Mensen zijn weleens bang voor ziekte, voor de gebreken van de oude dag: zal ik strakjes nog wel kunnen lopen, zal ik veel pijn hebben, hoe zal ik dood gaan? Mensen zijn bang hun baan te verliezen.

Als je Jezus’ licht hebt ontvangen en de kans geeft om in je leven te schijnen, dan kun je misschien nog wel ergens tegen op zien, maar je weet, dat God, je hemelse Vader, als het ware over je schouder meekijkt, je draagt, en dat Hij je de kracht geeft om er goed mee om te gaan en misschien opent Hij zelfs je ogen voor nieuwe mogelijkheden in je leven. Hij kan je helpen om ondanks dat ontslag, ondanks die ziekte, toch een manier te vinden om iets moois van je leven te maken, gelukkig te zijn. Je weet, dat Hij van je houdt, dat jij en je kinderen eens bij Hem zullen zijn, voor altijd.

De grote apostel zegt in de tweede lezing, dat wij altijd blij moeten zijn, dat wij moeten bidden zonder ophouden, dat wij God voor alles moeten danken. Oók dus als er iets ergs in ons leven gebeurt, want Hij kan er altijd iets goeds uit laten voortkomen. En ... door vol te houden in moeilijkheden kunnen wij geestelijk sterker worden.

Tussen haakjes, “altijd blijven bidden” wil natuurlijk niet zeggen, dat wij de hele dag door met een gebedenboek of met een rozenkrans in de hand door het leven moeten gaan, maar wel, dat wij alles moeten proberen te doen in de Geest van Jezus Christus en wij zouden tussendoor heel gemakkelijk een schietgebedje kunnen doen: God, zegen die arme mensen, of: God, help die twee ruziemakers daar om vrede te vinden.

Wij kunnen wat leren van Johannes de Doper. Wij kunnen hem volgen in zijn bescheidenheid.

Toen de priesters en de levieten hem vroegen wie hij was, gaf hij toen een antwoord, zoals wij dat zouden doen? Zei hij: Ik ben Johannes, geboren uit de priester Zacharias en mijn moeder heet Elisabeth? Ik kom uit een stad in Judea? Niets van dat alles. Hij zei alleen maar wie hij niet was: Ik ben de Messias niet. En als zijn ondervragers volhouden, wijst hij alleen maar op zijn taak: Ik ben de stem van iemand, die roept in de woestijn: Maakt de weg recht voor de Heer. Het enige wat hij doet is naar Jezus Christus wijzen.

Hier geldt niet alleen een bekend gezegde: Bescheidenheid siert de mens. Ook is het zo, dat als wij minder met onszelf en meer met anderen bezig zijn, dat God dan meer voor ons opkomt. En het effect daarvan is natuurlijk veel beter dan het opkomen voor jezelf.

Hoe kan iemand zo leven? In de woestijn, dat vieze voedsel, althans zo lijkt het. En dan toch zo veel mensen naar zich toetrekken. Geen reclame, maar wel heel veel klanten.

Het is, lieve mensen, de kracht van de Geest. Johannes leeft niet naar het vlees. Hij probeert niet allerlei aardse verlangens te vervullen. Hij richt zich op de Geest. En dan werkt die Geest ook in je. Hoe minder je je aardse verlangens najaagt, hoe sterker de Geest in je kan werken.

Jesaja zegt het in de eerste lezing: De Geest van de Heer God rust op mij. De Geest heeft Hem gezalfd. Zoals olie dat kan: hem doordrenkt met liefde, wijsheid, inzicht en sterkte tot in ieder hoekje van zijn mens-zijn. En waarom: om aan armen de blijde boodschap te brengen, zegt Jesaja zelf. Om alle mensen met een gebroken hart te genezen, om opgesloten mensen vrij te laten.

Jesaja doet dat niet uit zichzelf, maar in opdracht van de Heer. En hij moet het dus ook doen op de manier van zijn Heer. Als iemand komt in naam van de koning, dan moet zijn manier van doen en laten, de inhoud van zijn boodschap wel zo zijn, dat die ons doet denken aan de koning. Zo ook moeten wij als wij mensen helpen het op zo’n manier doen, dat de mensen het ervaren als worden zij door God zelf geholpen. Alleen dan brengt een goede daad hen dichter bij God.

Johannes was heel bescheiden. Misschien hebben wij nog meer reden om bescheiden te zijn. Zijn wij niet zo goed als hij. Toch houden de Vader en de Zoon en heilige Geest ook van ieder van ons voor de volle honderd procent. Jezus Christus gaf zijn leven voor ieder van ons. Tonen wij onze dankbaarheid door in hun Naam mensen te helpen. Door altijd weer bij hen terug te keren om ons door hen te laten inspireren en voeden. Want wat je niet hebt, kun je ook niet geven.

Beseffen wij, dat wij als christenen allemaal ‘gezalfden van de Heer’ zijn, geroepen en gezonden om de weg van de Heer te bereiden door gebeden en goede werken. Amen.

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer