Bookmark and Share

Preek op 13-05-2018, 7e zondag van Pasen, jaar B, pastoor Frank Domen (vijf vormen van genezing tijdens de Eucharistie)

13-05-2018
Home >>

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom bij deze heilige Eucharistieviering.

Waarom vieren wij de Eucharistie? Iedereen kan daar zijn eigen zegje over doen, maar een antwoord volgens het boekje zou kunnen luiden, dat wij ons door het Woord Gods willen laten inspireren en bemoedigen; dat wij het Kruisoffer van Onze Heer Jezus Christus aan de hemelse Vader opdragen om de verzoening, die 2000 jaar geleden tussen God en de mensheid tot stand is gekomen, naar onze tijd te halen en te hernieuwen.

Eucharistie vieren is een ontmoeting tussen God en mensen. Zoals Jezus Christus rondtrok door Israël om mensen te helpen op hun weg naar het Koninkrijk Gods, zo komt Hij in het Woord en het Sacrament van de Eucharistie ook naar ons in Heerhugowaard. Hij kwam en komt om mensen te genezen.

In de overweging willen wij vandaag stilstaan bij de genezing, die Jezus bracht. Vijf soorten van genezing kunnen wij ontvangen.

Laten wij met hart en ziel meevieren. Dan gaan wij strakjes niet met lege handen naar huis.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer, wees ons nabij en luister naar ons gebed: wij geloven, dat de Verlosser van alle mensen met U is in de heerlijkheid; mogen wij ondervinden, dat Hij ook met ons is tot aan de voleinding der wereld, zoals Hijzelf heeft beloofd, Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst ... Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK 

Er zijn vijf vormen van genezing, die wij tijdens de Mis kunnen ontvangen. Genezing komt echter niet als een cadeau uit de hemel vallen. Wij moeten weten, dat het kan, wij moeten ernaar verlangen en eraan meewerken.

Een eerste genezing vindt plaats aan het begin van de Mis. De genezing van de zonde. Niet de grote jongens als stelen en moorden en echtbreuk, want die veroorzaken een diepe kloof tussen God en de mens. En zoiets kan alleen vergeven worden door het Sacrament van Boete en Verzoening, de Biecht.

Maar wij allemaal hebben ook van die ‘gewoontezonden.’ Wij zijn gauw ongeduldig, hebben soms niet veel over voor een ander; wij laten sommige plichten liggen, oordelen weleens over anderen, enz. Die slechte gewoontes zitten als het ware als een ziekte in onze genen. Zij betekenen een verarming van ons mens-zijn en kunnen menselijke relaties op den duur behoorlijk beschadigen.

Het is belangrijk, dat wij onze eigen gewoontezonden goed kennen. En dat wij in ieder geval de belangrijkste daarvan aan het begin van de Mis bij de Heer brengen: Wilt U, Jezus, mij die zonde vergeven en - misschien nog belangrijker - wilt U mij ervan genezen! Want het zit als een gewoonte diep in mij. Zoals ik vanzelf ademhaal, zo word ik eigenlijk vanzelf ongeduldig als iemand zich bijvoorbeeld met mijn zaken bemoeit.

Deze genezing - van de zonde - opent de deur naar alle andere genezingen. De verlamde man, die door vier vrienden door het dak naar beneden werd gelaten, kreeg éérst te horen “Vriend, uw zonden zijn u vergeven” en pas daarna werd hij in zijn lichaam genezen. De zonde is de oorzaak van alle ellende in ons eigen leven en in de wereld. Willen wij een beter leven en een betere wereld zullen wij eerst daaraan moeten werken.

Laat ieder voor zich tijdens de stilte voorafgaand aan de schuldbelijdenis even stilstaan bij zijn of haar belangrijkste gewoontezonde en die bij de Heer brengen. En ook in het Gloria bij teksten als “Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt,” vragen wij om die ene zonde te vergeven en om die inderdaad ook van ons weg te nemen.

Vragen wij het, iedere keer weer, dan zal het op den duur gebeuren. Vragen wij het niet ... dan blijven wij ermee zitten. Het is net als: Ga je naar de dokter of niet!? Laat je je helpen of niet. Als je bij de dokter je mond niet opendoet, gebeurt er ook niets.

Een tweede vorm van genezing kunnen wij krijgen tijdens de Dienst van het Woord. Dan kan een genezing van de geest plaatsvinden.

Wij allemaal hebben van die “Ja-maar-ik vind-momenten.” Sommige mensen bijvoorbeeld kwetsen ons heel diep. Jezus vindt, dat wij dan voor die mensen moeten bidden en moeten vergeven. “Ja, maar ik vind ...” En dan blijkt, dat wij niet altijd op één lijn met Jezus zitten.

Wie zou het bij het rechte eind hebben!? Zijn wij nederig genoeg om te zeggen: Heer, U zult het wel beter weten dan ik. Help mij om mezelf aan U aan te passen. Als wij ook dat keer op keer vragen, erover nadenken, met anderen erover spreken, dan zal Jezus’ Woord onze manier van denken - en dus ook onze manier van doen en laten - genezen. Dan zullen Gods wijsheid en kennis ons leven gaan beheersen.

Broeders en zusters, alles wat wij doen en zeggen, dat begint in ons hoofd. Als wij Gods Woord in ons verstand toelaten, dan zal dat ons hart verwarmen. Weten wij nog van die twee leerlingen van Emmaüs. Jezus legde hen onderweg uit waarom al dat lijden Hem had moeten overkomen, hoeveel goeds daaruit is voortgekomen - verlossing voor alle mensen van goede wil - en gaandeweg begonnen hun harten te branden van liefde en vreugde.

Laten wij zo goed mogelijk naar Gods Woorden luisteren, want op het moment dat de lector met de eerste lezing begint, komt de duivel met allerlei gedachtes, afleidingen: “Je moet nog dit doen en je moet nog daar naartoe” en voordat wij het in de gaten hebben zijn de drie lezingen voorbij en hebben wij kansen tot genezing gemist. Het is misschien onmogelijk om ieder woord vast te houden, maar doen wij ons best.

Dan komen wij tijdens de offerande bij de derde genezing. Wij, mensen, nemen soms innerlijk een gesloten houding aan. Soms zitten wij ook op slot, met de armen over elkaar. De priester heft echter zijn handen met daarin de gaven van brood en wijn omhoog naar God. Dat kan genezing brengen in ons hart, dat soms zo vol is van zelfzuchtigheid, van egoïsme, dat het zich helemaal sluit voor God en medemens. Als wij geven, gaan onze armen uit elkaar, open, en de bedoeling is dat dan ook ons hart opengaat. “Het is zaliger te geven dan te ontvangen.” Als wij geven komt Gods vreugde in ons.

De vierde genezing houdt in, dat door met elkaar tot God te bidden ons gebed zelf genezen wordt. Onze manier van bidden wordt anders. Dat wij gaan bidden zoals Jezus ons dat heeft geleerd. Dat wij in ons gebed niet allereerst bidden voor onszelf “God, geef mij dit en God geef mij dat.” Maar dat wij de eer van God zoeken: God, ik prijs U om uw grootheid; het is de bedoeling, dat wij de wil van de Vader zoeken: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

Sint Augustinus, die grote bisschop en kerkleraar uit de 5e eeuw, vroeg zich weleens af waarom God soms niet naar ons bidden lijkt te luisteren!? Zou het zijn, omdat wij de verkeerde dingen vragen, vroeg hij zichzelf af? Dat wij alleen of vooral onszelf zoeken in het gebed? Ons gebed mag genezen worden in die zin, dat wij ons minder richten op onszelf en ons eigen kleine kringetje, dat wij ons meer richten op de eer van God en het welzijn van Gods grote mensenfamilie, de Kerk.

En dan komen wij bij de vijfde en laatste genezing, die wij misschien het liefste willen: de genezing van het lichaam. Tijdens zijn leven op aarde heeft Jezus Christus duizenden mensen genezen door ze met zijn Lichaam aan te raken.

Gebeurt dat niet ook in de heilige Communie!? Wij raken niet alleen iets van Jezus aan, een relikwie, zoals in het evangelie een vrouw met een bloeding zijn mantel aanraakte. Nee, in de Communie raakt Hij ons lichaam aan; wij raken zijn Lichaam aan. Ja, het gaat nog verder: Hij wordt één met ons. Hij komt in ons als een goddelijk medicijn. Met heel ons hart zeggen wij “Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt, maar spreek slechts één woord en ik zal gezond worden.”

Fijn, dat wij samen de Mis kunnen vieren. Het is nog veel fijner als wij allemaal genezing ervaren. “Het was een mooie viering,” dat is bijzaak. Op de berg van Calvarië was het helemaal geen mooie viering, maar de mensheid werd er wel gered van de ondergang. Vragen wij om de genezing van heel ons mens-zijn, van heel de mensheid. Amen.

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer