Bookmark and Share

Preek op 10-06-2018, 10e zondag door het jaar B, diaken Eelke Ligthart

10-06-2018
Home >>

OPENINGSWOORD

Allemaal van harte welkom bij de viering van de H. Eucharistie op de 10e zondag door het jaar.

U hebt dat misschien ook wel eens meegemaakt in uw eigen leven: je hebt een drukke periode, je ziet er misschien ook wel wat vermoeid uit, wallen onder de ogen, een bleek gezicht. Dan kijken je naaste familie en vrienden je een beetje meewarig aan en voegen je toe: Je moet goed om jezelf denken hoor! Dat is vast en zeker heel oprecht en aardig bedoeld, maar je moet daar zelf een weg in weten te vinden.

Zo ongeveer hetzelfde lijkt te spelen in het Evangelie van vandaag. Jezus heeft een immense populariteit gekregen. Ook als hij thuis even rust zoekt, komen de mensen hem in groten getale achterna. Hoe komt het toch dat de huidige maatschappij in veel situaties andere prioriteiten hebben.

PREEK 

Er is, zoals dat in het Evangelie staat, niet eens tijd voor Jezus om tot rust te komen! Zelfs als de familie van Jezus, zijn moeder Maria, zijn broers en zussen Hem willen opzoeken kunnen ze Hem niet te spreken krijgen. Hij vergeet helemaal om aan zichzelf te denken! Daarom gaan ze naar hem toe en willen hem meenemen, weg uit de chaos, tijd om bij te komen. En waar zou je dat beter kunnen doen dan bij je moeder thuis! Aan de ene kant is het fijn dat je mensen hebt op wie je altijd terug kunt vallen, maar de andere kant van het verhaal is dat die zorg ook wel heel erg verstikkend kan zijn.

Een andere groep ‘zorgzamen’ (tussen aanhalingstekens) zijn de theologen, de Schriftgeleerden uit de grote stad Jeruzalem. Die groep voelt zich behoorlijk aangetast in hun gezag door het optreden van Jezus. En wat is dan een betere tactiek dan te proberen je opponent neer te halen! Niks zending van de hemelse Vader, niks wonderen in de naam van de Allerhoogste, maar: die Jezus waar jullie zo graag naar luisteren, is van de duivel bezeten. Die man met zijn mooie sprookjes van God, die van de mensen houdt en van ons verlangt dat we van onze medemens evenveel houden als van onszelf! En dat zou hij zeggen uit naam van de God die hij Vader was gaan noemen. Stel je dat eens voor: de God wiens naam je nog niet eens mocht uitspreken, je Vader noemen. Dat is haast godslasterlijk, zeggen de geleerde heren.

Doe maar gewoon, zeiden ze (en hoe vaak zeggen we hen dat niet na), dan doe je al gek genoeg! Dat is een levenshouding die ook in Nederland al lange tijd heel erg op prijs gesteld wordt: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg! Het is een houding waarmee je het verst schijnt te komen in je leven en in je loopbaan! Maar behoor je met die houding ook niet tot de grijze middenmoot? Zijn we daarom ook als christenen in dit land gaan behoren tot de groep die ‘er niet meer zo toe doet’? Mensen die je terug kunt vinden in gebouwen die één keer per week op zondag opengesteld worden voor een steeds kleinere groep mensen? Gewone mensen die zich gelukkig keurig aan de regeltjes houden? Kortom: mensen van wie je tenminste geen last hebt?

We hebben vandaag ook geluisterd naar een verhaal uit lang vervlogen tijden: het verhaal van de schepping. Het eerste boek uit het Oude Testament, maar in werkelijkheid pas veel later ontstaan dan de verhalen over de uittocht uit Egypte. Later dan de wetteksten uit het boek Leviticus. Het is een boek ontstaan in de periode dat het joodse volk ver buiten zijn eigen landsgrenzen in ballingschap gehouden werd. En dan voel je je wel heel klein, geloof me maar. In die tijd hebben ze veel en lang nagedacht over hoe het oorspronkelijk moest zijn geweest. Hoe waren de mensen op de wereld gekomen en, als er dan toch een goede liefhebbende God was, waarom zaten ze dan nu in de ellende? Een verhaal over God die werkelijk het allerbeste met zijn volk voorhad, die hen een paradijs had geschonken met planten om van te kunnen oogsten, met dieren, met alles wat je je maar wenste. De God die aan Adam ten slotte een gezellin, een vrouw, Eva, had geschonken, omdat al het moois van het paradijs de mens niet het ultieme geluk kon geven. Er ontbrak toen toch niks meer aan hun toekomst? Ja, dat zou je denken!

Maar er zit ook een kwaadaardige kracht in de mens. Waarom mochten ze van die ene boom in het paradijs nou niet eten? En ze lieten zich maar wát graag door de slang iets lelijks influisteren. Als ze van die ene boom zouden eten zouden ze aan God gelijk worden. En dat wíl je toch als mens! De gevolgen waren verschrikkelijk: ze werden helemaal niet aan God gelijk, maar teruggeworpen op hun schamele mensheid. Twee naakte mensen die zich schaamden voor hun naaktheid. Ze schaamden zich wellicht ook, omdat ze een gouden toekomst hadden vergooid. En waarom?

Dat kwaad is er tot op de dag van vandaag gebleven in onze wereld. Wat hebben tirannen bereikt met hun onderdrukking van hele bevolkingsgroepen? Wat wordt er bereikt met het krijgsgeweld in Libanon, in Afghanistan, in Syrië? Wat bereiken ze met hun gesjoemel in de grote bedrijven? Waar gaan we naar toe met het steeds verder ingrijpen in de menselijke genen? Wat bereik je met een vete binnen de familie? Hebben we er iets aan, dat we als leden van die ene christelijke familie op elkaar afgeven?

Voor Jezus is het duidelijk dat er bij zijn volgelingen sprake moet zijn van een nieuwe, volstrekt unieke familie. Hij kijkt om zich heen en zegt: Ziehier mijn moeder en mijn broeders. Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen (Mar 3,34v). Wij zijn de nieuwe familie van Jezus. Van ons wordt gevraagd om in hem te geloven! Hem te volgen in zijn manier van leven! En wie ons voor gek wil verklaren, moet dat maar doen! Altijd nog beter dan dat ze ons een duf, ingeslapen stelletje mensen vinden van wie de laatste het licht wel uit zal doen! Dat zou de doodsteek zijn voor een christendom dat er al eeuwen toe doet! Laten we met Jezus opstaan en als broeders en zusters het voorbeeld van Hij die leeft volgen. Amen.

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer