Home - Dionysiusparochie
Bookmark and Share

Paus Franciscus: God vraagt nooit zonder eerst te geven

28-07-2018
Home >>

Tijdens de algemene audiëntie van 27 juni sprak paus Franciscus over het belang van stilstaan bij wat God voor ons persoonlijk heeft gedaan.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

De audiëntie van vandaag verloopt op dezelfde manier als vorige week. In de Aula Paulus VI zijn heel veel zieken aanwezig. Om ze te beschermen tegen de warmte en omdat ze daar comfortabeler zitten, zijn ze daar. Maar ze volgen de audiëntie op het grote scherm en wij volgen hen. Er zijn dus geen twee audiënties, maar slechts eentje. Laten we de zieken in de Aula Paulus VI begroeten.

Eerst redt Hij, dan geeft Hij, dan vraagt Hij

En we gaan verder met het bespreken van de Tien Geboden die, zoals we hebben gezegd, meer nog dan geboden, woorden zijn van God aan zijn volk, om de juiste weg te kunnen bewandelen; liefdevolle woorden van een Vader. De Tien Geboden beginnen zo: “Ik ben Jahwe uw God, die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuis” (Ex. 20,2). Dit lijkt een vreemd begin gezien de heuse wetten die erop volgen, maar dat is niet zo.

Waarom doet God deze uitspraak over zichzelf en over de bevrijding? Omdat men de Berg Sinaï bereikt na het oversteken van de Rode Zee: de God van Israël redt eerst en vraagt dan om vertrouwen. Ofwel: de Tien Geboden beginnnen met Gods gulheid. God vraagt nooit zonder eerst te geven. Nooit. Eerst redt Hij, dan geeft Hij en vervolgens vraagt Hij. Zo is onze Vader, de goede God.

Niet vanuit jezelf vertrekken

We begrijpen het belang van de eerste uitspraak: “Ik ben Jahweh uw God.” Er zit een bezittelijk voornaamwoord in, er is een relatie, we horen bij elkaar. God is geen vreemde, Hij is jouw God. Dat verlicht de hele Decaloog en onthult ook het geheim van de christelijke manier van doen, want het is dezelfde houding als Jezus die zegt: “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad” (Joh. 15,9).

Christus wordt bemind door de Vader en vanuit die liefde houdt Hij van ons. Hij vertrekt niet vanuit zichzelf, maar vanuit de Vader. Vaak falen wij in ons werk, omdat wij vanuit onszelf vertrekken en niet vanuit dankbaarheid. En wie uit zichzelf vertrekt, waar komt hij of zij terecht? Bij zichzelf! Hij is niet in staat om vooruit te komen, maar komt bij zichzelf uit. Dat is precies het soort egoïstische gedrag waarvan men, schertsend, zegt: “Bij die persoon is het ikke, ikke, ikke.” Hij vertrekt vanuit zichzelf en komt bij zichzelf uit.

Dankbaar antwoord op een gulle Vader

Het christelijk leven is bovenal een dankbaar antwoord op een gulle Vader. Christenen die enkel ‘verplichtingen’ navolgen, laten zien dat zij geen persoonlijke ervaring hebben met deze God die de ‘onze’ is. Ik moet dit, ik moet dat en dat...enkel verplichtingen. Maar je mist iets! Wat is het fundament van deze verplichtingen? Het fundament van deze verplichtingen is de liefde van God de Vader, die eerst geeft en dan vraagt.

De wet voor de relatie stellen, helpt ons niet op onze geloofsweg. Hoe kan een jongere beslissen om christen te worden, als we vertrekken vanuit de eisen, taken, inzet, en niet vanuit de verlossing? Maar christen zijn is een weg van verlossing! De Tien Geboden bevrijden je van je egoïsme en ze bevrijden je, omdat Gods liefde er is en je voortdraagt.

Aanvaarden van je verlossing

De christelijke vorming is niet gebaseerd op wilskracht, maar op het aanvaarden van je verlossing, op je laten liefhebben: eerst de Rode Zee, dan de Berg Sinaï. Eerst de verlossing: God redt zijn volk in de Rode Zee; dan zegt Hij in de Sinaï wat ze moeten doen. Maar dit volk weet dat Hij dingen doet, omdat het eerst gered is door een Vader die van het volk houdt.

Dankbaarheid is een karakteristieke eigenschap van een hart dat bezocht is door de Heilige Geest; om God te gehoorzamen moet je allereerst zijn gaven in herinnering houden. Sint Basilius de Grote zegt: “Wie zulke gaven niet in de vergetelheid laat verdwijnen, richt zich op de goede deugden en op elk werk van rechtvaardigheid” (vlg. Kleine Regels, 56).

Wat een mooie dingen heeft God gedaan!

Waar brengt ons dit alles? Bij het oefenen van je geheugen: wat een mooie dingen heeft God voor ieder van ons gedaan! Wat is onze hemelse Vader gul! Ik wil jullie nu een kleine oefening voorstellen. Ieder in stilte, antwoordt in zijn of haar hart. Wat heeft God voor moois voor mij gedaan? Dat is de vraag. Laat ieder van ons in zijn of haar hart antwoord geven. Wat heeft God voor moois voor mij gedaan? En dat is Gods verlossing. God doet heel veel mooie dingen en Hij bevrijdt ons.

Iemand kan echter het gevoel hebben dat hij Gods bevrijding nog niet heeft ervaren. Zoiets kan gebeuren. Het kan zijn dat je binnenin jezelf kijkt en daar alleen een gevoel van moeten voelt, een spiritualiteit van slaven en niet van kinderen. Wat moet je dan doen?

Heer, red mij!

Zoals het uitverkoren volk deed. Het boek Exodus zegt dit: “Maar de Israëlieten zuchtten nog steeds onder hun dwangarbeid en zij klaagden luid. Vanuit hun slavenbestaan drong hun gejammer door tot God, en God luisterde naar hun klagen; Hij was zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob indachtig. God zag goedgunstig neer op de Israëlieten en Hij was met hen begaan” (Ex. 2,23-25). God is met mij begaan.

De bevrijdende handeling van God aan het begin van de Decaloog, ofwel van de Tien Geboden, is het antwoord op dit geweeklaag. Wij kunnen onszelf niet redden, maar uit ons kan wel een schreeuw om hulp komen: “Heer, red mij, Heer wijs mij de weg, Heer omhels mij, Heer geef mij een beetje vreugde.” Dat is een schreeuw die om hulp vraagt. Dat is wat wij moeten doen: vragen om bevrijd te worden van ons egoïsme, van onze zonden, van de ketenen van de slavernij.

Een schreeuw als een gebed

Deze schreeuw is belangrijk: het is een gebed, het is een bewustzijn van wat er nog vast zit en nog niet bevrijd is in ons. Er zijn heel veel dingen in onze ziel die nog niet bevrijd zijn. “Red mij, help mij, bevrijd mij.” Dat is een mooi gebed aan de Heer.

God luistert naar die schreeuw, want Hij kan en wil onze ketenen doorbreken; God heeft ons niet geroepen tot het leven om onderdrukt te blijven, maar om in vrijheid en in dankbaarheid te leven; en om met vreugde te gehoorzamen aan Degene die ons zoveel gegeven heeft, oneindig veel meer dan wij ooit aan Hem zullen kunnen geven. Dat is prachtig. Dat God altijd geprezen mag worden om alles wat Hij heeft gedaan, doet en zal doen in ons! (Vert. SvdB)

Uit het Katholiek Nieuwsblad

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer